Behandeling maag-darmziekten op splinternieuwe afdeling

Omdat patiënten met maag-, darm- en leverziekten vaak afspraken hebben op verschillende diensten, zitten al die diensten voortaan samen in één grote, vernieuwde afdeling. Zo kunnen specialisten vlotter overleggen en weten patiënten sneller waar ze aan toe zijn.

Begin mei verhuisde de dienst gastro-enterologie en hepatologie naar een nieuwe, aanzienlijk ruimere locatie op de eerste verdieping van het consultatieblok. En daar bleef het niet bij: ook de chirurgen van de diensten hepatobiliaire, transplantatie en endocriene heelkunde en abdominale, kinder- en plastische heelkunde houden voortaan daar hun raadpleging. Niet toevallig de chirurgen die het leeuwendeel van hun tijd met maag-, darm-, lever- en pancreasziekten bezig zijn. 'Voordien moesten patiënten met dergelijke problemen vaak op verschillende diensten zijn', zegt prof. dr. Thiery Chapelle, kliniekhoofd hepatobiliaire, transplantatie en endocriene heelkunde. 'De leverspecialist stelde bijvoorbeeld een beginnende tumor vast en vervolgens moest de patiënt naar de leverchirurg, ergens anders in het ziekenhuis, voor het plannen van de ingreep. Vandaar het idee om die drie raadplegingen op eenzelfde locatie onder te brengen. Ook een aantal onderzoeken in het kader van de genoemde chirurgie vinden vanaf nu daar plaats.' 

Concreet zal de patiënt minder vaak van de ene dienst naar de andere moeten. 'Stel bijvoorbeeld dat de darmarts tijdens een onderzoek van de sluitspier iets afwijkends ziet, dan kan hij of zij meteen de chirurg vragen om ook even te kijken. De patiënt hoeft dan geen nieuwe afspraak te maken', zegt prof. dr. Sven Francque, diensthoofd gastro-enterologie hepatologie.

Iedereen in de buurt

De nieuwe organisatie maakt ook overleg tussen de artsen onderling gemakkelijker. Chapelle: 'Er was altijd al veel overleg tussen artsen van die drie diensten, maar vanaf nu kan het vlotter. We zitten allemaal in elkaars buurt.'

Francque verwacht dat er op de nieuwe locatie ook meer gemeenschappelijke raadplegingen zullen komen. Nu al is er een multidisciplinaire raadpleging voor levertumoren, waarbij patiënten indien nodig tegelijk op raadpleging gaan bij de gastro-enteroloog, de chirurg en eventueel andere specialisten. Zo hoeven ze maar één keer naar het ziekenhuis te komen en, niet onbelangrijk, weten ze sneller waar ze aan toe zijn. 'Nu onze drie raadplegingen bij elkaar gelegen zijn, met ook een lokaal en de nodige infrastructuur voor de radioloog, loopt die raadpleging een stuk vlotter. We hebben daarom besloten om ze op termijn uit te breiden tot pancreastumoren ', zegt Chapelle. 

Francque: 'Het moet allemaal nog wat groeien. Maar vast staat dat we in deze nieuwe setting een stuk efficiënter kunnen samenwerken en de zorg nog meer multidisciplinair kunnen uitbouwen. Dat is vooral interessant voor patiënten die door meerdere diensten worden behandeld, zoals bij pancreas-, slokdarm- of darmkanker. Maar ook voor de behandeling van bijvoorbeeld problemen van het kleine bekken of chronische darmziekten opent het mogelijkheden.' 

Minder vaak naar operatiekwartier

Op het vlak van onderzoek en behandeling kreeg vooral de dienst gastro-enterologie meer armslag. Patiënten kunnen nu anesthesie krijgen op de afdeling zelf, die een eigen ontwaakzaal kreeg. Ook beschikt de dienst over nieuwe, volledig uitgeruste endoscopiezalen: daar vinden onder meer darmonderzoeken plaats. Daardoor kunnen meer procedures op de afdeling zelf gebeuren. 

'Eigenlijk kunnen we nu zowat alle behandelingen en onderzoeken hier uitvoeren', zegt hoofdverpleegkundige Martine Tuyaerts. 'Een voorbeeld zijn transjugulaire leverbiopsies, waarbij via de bloedvaten een stukje lever wordt weggenomen. We hebben daarvoor een uitgeruste zaal met aangepast röntgenapparaat en loodbescherming. Ook complexe onderzoeken van de galwegen en pancreas, die veel tijd in beslag nemen, kunnen voortaan hier gebeuren. Onze patiënten moeten dus minder vaak naar het operatiekwartier. Dat zal ook de wachttijden ten goede komen.' 'En het heeft als voordeel dat we soepeler kunnen inspelen op noodgevallen', voegt Francque eraan toe. 

Ook de capaciteit ging erop vooruit: de nieuwe endoscopie-eenheid groeide van drie naar vijf ruimtes. 'Dat betekent ook dat we op zoek zijn naar bijkomende collega's. Maar zodra die plaatsen zijn ingevuld en we helemaal op kruissnelheid draaien, zullen we dus meer patiënten per dag aankunnen', zegt Martine.

Waar is de patiënt?

Het oog wil ook wel wat: de nieuwe afdeling ziet er fris en eigentijds uit. 'Na dertig jaar was onze oude afdeling niet meer wat het moest zijn', zegt Francque. 'De nieuwe locatie is een verademing voor onze patiënten, zeker voor degenen die al eens vaker of voor langere behandelingen naar het ziekenhuis moeten komen. Denk maar aan de patiënten met een chronische darmziekte, van wie er velen om de paar weken een infuus moeten krijgen. Zij ondergaan die therapie voortaan in comfortabelere omstandigheden, in een aangename en lichte ruimte.' 

Weinig zichtbaar voor de patiënt, maar ook een vooruitgang is het nieuwe digitale systeem om aangemelde patiënten op te volgen. Martine: 'Dat heeft als voordeel dat elke zorgverlener op elk moment weet welke onderzoeken of raadplegingen een patiënt al gehad heeft en wat er nog op het programma staat. Daardoor is er minder heen-en-weergeloop en gaat alles een stuk vlotter.'

Info: dienst abdominale, kinder- en reconstructieve heelkunde UZA, T 03 821 33 30, dienst gastro-enterologie hepatologie UZA, T 03 821 33 23, dienst hepatobiliaire, transplantatie en endocriene heelkunde UZA, T 03 821 56 60

UZA referentiecentrum voor complexe pancreas- en slokdarmoperaties
Patiënten met pancreas- of slokdarmkanker kunnen voortaan nog maar in een beperkt aantal ziekenhuizen terecht voor een operatie, waaronder het UZA. Voorwaarden zijn dat de ziekenhuizen de ingreep in kwestie meer dan twintig keer per jaar uitvoeren en voldoen aan een aantal criteria, onder meer op het vlak van intensieve zorg en behandeling van complicaties. 'Door dergelijke complexe ingrepen te laten uitvoeren door een ervaren team vermindert de kans op complicaties en sterfte tijdens de operatie, en verhogen de genezingskansen', zegt prof. dr. Thiery Chapelle.
Het UZA werkt samen met een aantal ziekenhuizen uit de regio die de ingreep voortaan niet meer zelf uitvoeren. Zij verwijzen hun patiënten door naar het UZA. Daar worden ze geopereerd door een chirurg met ervaring in de betrokken chirurgie, al dan niet samen met de chirurg uit het verwijzende ziekenhuis. De voor- en nazorg kunnen wel nog altijd in het andere ziekenhuis plaatsvinden.

 

 


Bron: maguza.be