Zorgen voor beterschap

‘Hoe zou ik zelf verzorgd willen worden in een ziekenhuis? Dat hou ik altijd voor ogen in mijn werk’, zegt directeur Patiëntenzorg Paul Van Aken bij het begin van een drukke werkdag.

7:15 ‘Vandaag begin ik extra vroeg. Zo meteen heb ik een overleg met de verpleegkundigen van het operatiekwartier en een uur later met verpleegkundigen op de ontwaakzaal. Beide keren gaat het over een project om de kwaliteit van de zorg verder te verbeteren. Dat is in mijn ogen mijn voornaamste taak als directeur patiëntenzorg: er vanuit de organisatie voor zorgen dat een patiënt in het UZA de best mogelijke zorg krijgt. Ik doe dat vooral via de hoofdverpleegkundigen. Zij verspreiden de nodige kennis en informatie en sturen het zorgproces in de teams aan. Een groot deel van mijn tijd gaat dan ook naar het ondersteunen van de ongeveer 35 hoofdverpleegkundigen en het ontwikkelen van de nodige structuren en processen zodat excellente zorg wordt gerealiseerd.’

9:15 ‘Even tijd om een overleg voor te bereiden met iemand van de afdeling kwaliteit. We gaan ervan uit dat de zorg altijd voor verbetering vatbaar is. We meten daarvoor allerlei indicatoren: hoe vaak doorligwonden voorkomen, infecties, valincidenten … Zo ontdekken we waar er verbetering mogelijk is in onze processen. Natuurlijk zijn ook de ervaringen van de patiënten zelf belangrijk, die meten we via enquêtes.’

10:00 ‘Vergadering met de preventieadviseur van het bedrijf dat voor ons het technisch onderhoud doet. Ik bespreek met hem de nieuwe wet rond de preventie van psychosociale risico’s op het werk. Ik ben immers ook voorzitter van het comité voor preventie en bescherming op het werk. Zoals dat comité zijn er nog tal van terugkomende vergaderingen waar ik aanwezig moet zijn: de ondernemingsraad, het directiecomité op maandag, de stuurgroep elektronisch patiëntendossier, het farmaceutisch comité, het comité ziekenhuishygiëne, het comité medisch materiaal … ’

11:50 ‘Een individueel gesprek met een medewerker. Hier in het UZA werken zo’n 1200 mensen in de zorg. Natuurlijk zijn er soms ook eens strubbelingen of loopt er eens iets verkeerd. Patiënten voelen het heel goed aan als er iets scheef zit in een team. En alleen teams die goed functioneren kunnen goeie zorg afleveren. Bij problemen probeer ik de leidinggevenden dus te ondersteunen door zelf gesprekken te hebben met medewerkers. Omgekeerd kan iedereen ook rechtstreeks bij mij aankloppen, als team of met een individueel probleem.’

12:30 ‘Nog snel lunchen voor ik naar Antwerpen vertrek.’

13:30 ‘Een vergadering bij Karel de Grote-Hogeschool. Het is ook mijn taak om een netwerk te onderhouden. Zo zit ik in enkele adviesraden van verpleegkunde-opleidingen. Volgende week heb ik een vergadering met de andere directeurs Patiëntenzorg uit de provincie Antwerpen, om kennis en ervaring uit te wisselen. Ik koppel daar ook een meeting aan met de directeur Patiëntenzorg van het ziekenhuis in Geel om afspraken te maken over de transfer van patiënten van Geel naar het UZA.’

17:00 ‘Normaal probeer ik ’s avonds om zes uur af te ronden. Maar vandaag eindigt mijn dag met een receptie op het chirurgisch dagziekenhuis. Een goede manier om de banden aan te halen. De kwaliteit van een ziekenhuis wordt volgens mij ook bepaald door hoe goed er wordt samengewerkt. En juist dat is ons sterk punt. Dat hoor ik ook van medewerkers die elders hebben gewerkt. In het UZA zijn we niet zo hiërarchisch georganiseerd. De goede samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen, elk met hun expertise, maakt ons sterk.’



Bron: maguza.be