Verplegen tussen scharen en pincetten

Elke chirurg zal het beamen: een getrainde operatieverpleegkundige is van onschatbare waarde in een operatiezaal. Katrin Van Dam is er zo een. ‘Het is een hele fijne en afwisselende job, maar je moet de stress van een operatie aankunnen.’

Een verpleegkundige op het operatiekwartier heeft twee grote taken: het instrumenteren en het omlopen. ‘Als instrumentist sta je mee in de steriele zone rond de operatietafel en geef je de instrumenten aan de chirurg aan,’ zegt Katrin. ‘Omlopen betekent dat je er buiten de steriele zone voor zorgt dat alle nodige materiaal aanwezig is. Je helpt dan bijvoorbeeld ook de anesthesist.’

Meedenken met de chirurg

Er zijn twaalf operatiezalen in het UZA, opgedeeld in vier clusters. ‘Ikzelf werk vooral mee aan schildklier-, galblaas-, pancreas-, lever- en soms nieroperaties, en ook transplantaties van nieren, lever en pancreas.’ Al die operaties moet Katrin op haar duimpje kennen. ‘Het is de bedoeling dat we de instrumenten aangeven zonder dat de chirurg iets moet zeggen. Bij ingrepen die niet standaard zijn, ligt dat natuurlijk anders. Ook gaat het soms erg snel en kun je niet altijd goed zien wat er aan de tafel gebeurt. Wij moeten dus heel goed kunnen communiceren met de chirurg en actief mee kunnen denken. Maar juist die wisselwerking maakt het plezant.’

Twee eigenschappen die een operatieverpleegkundige ook moet hebben, zijn flexibiliteit en stressbestendigheid. ‘Je hebt de procedure, maar chirurgen wijken daar vaak van af. Dat moet je aankunnen. Elke chirurg heeft zijn eigen gewoontes, maar elke patiënt is ook anders vanbinnen. Daardoor kan er onverwacht ander materiaal nodig zijn. Als je blijft vasthouden aan hoe het volgens het boekje zou moeten gaan, dan kom je nergens.’

Snelheid van levensbelang

Tijdens een operatie kan het er hectisch aan toe gaan, en ook dat moet een operatieverpleegkundige aankunnen. ‘Als een operatie niet vlot, dan wordt er al eens geroepen dat het niet rap genoeg gaat. Je moet dat kunnen relativeren. De chirurg heeft op dat moment letterlijk een mensenleven in zijn handen. Als hij dan zijn geduld verliest, moet je dat niet persoonlijk nemen. Zo vaak gebeurt dat overigens niet: de verstandhouding tussen verpleegkundigen en chirurgen is hier heel goed.’ In het UZA worden operatieverpleegkundigen intern opgeleid door ervaren collega’s. ‘Je begint met kleine operaties, om snelheid en routine te kweken. Want als een patiënt begint te bloeden, moet het snel gaan.’

Anders dan andere verpleegkundigen staat het pure verzorgende aspect niet centraal in de job van een operatieverpleegkundige. ‘Ik mis dat niet echt. We zorgen natuurlijk ook voor onze patiënten, door onze job zo goed mogelijk te doen. Maar we zien ze maar eventjes wakker, wanneer ze in het operatiekwartier aankomen. Ik vind het soms wel jammer dat ik niet weet hoe het verder is gegaan met een patiënt. Dat vraag ik dan soms wel aan de chirurg.’

Bron: maguza.be