Nieuwe hartklep via de lies

Behoorlijk wat zeventigplussers krijgen vroeg of laat vernauwingen aan de aortaklep. Met een nieuwe techniek, waarbij een nieuwe hartklep wordt ingebracht via de lies, is behandeling nu ook weggelegd voor patiënten die geen openhartoperatie aankunnen. Het UZA leverde daarbij pionierswerk.

Kortademigheid, pijn in de borst en flauwvallen: dat zijn de voornaamste klachten van mensen met vernauwingen aan de aortaklep, ook wel aortaklepstenose genoemd. In een ver gevorderd stadium krijgen patiënten ook water op de longen. Aortaklepstenose is een frequent probleem: 6 tot 7% van de 75-plussers krijgt ermee te maken. ‘Zonder operatie sterft de helft binnen het jaar’, zegt prof. dr. Inez Rodrigus, diensthoofd cardiochirurgie.

De klassieke behandeling is een openhartoperatie. Maar vooral voor oudere patiënten is dat niet altijd haalbaar. Velen vallen uit de boot vanwege bijkomende gezondheidsproblemen die het operatierisico verhogen. Voor hen is er sinds een paar jaar een alternatief: de percutane hartklepvervanging.

De dienst cardiologie en cardiochirurgie kregen in 2007 de kans om de techniek als eersten in België te evalueren, op een moment dat er wereldwijd nog maar een paar tientallen percutane hartklepvervangingen waren gebeurd. ‘Met behulp van een katheter, een klein buisje zeg maar, schuiven we een nieuwe hartklep gemaakt uit dierlijk weefsel tot in het hart’, zegt prof. dr. Johan Bosmans, adjunct-diensthoofd cardiologie. ‘Daarvoor volstaat een klein sneetje in de lies. In het hart neemt de opgeplooide hartklep de gewenste vorm aan.’ De techniek is de afgelopen jaren nog verder op punt gesteld en vereenvoudigd. Zo is de katheter smaller geworden, waardoor meer mensen de ingreep kunnen ondergaan. De meeste patiënten verblijven een kleine tien dagen in het ziekenhuis.

93% na jaar nog in leven

Op dit moment is de ingreep enkel gereserveerd voor patiënten die niet in aanmerking komen voor openhartchirurgie. Rodrigus: ‘Aangezien de behandeling nog maar een vijftal jaar bestaat, weten we immers nog niet wat de resultaten op lange termijn zijn. Bovendien is er nog geen terugbetaling. De ingreep wordt deels gefinancierd door het UZA.’ Tot nu toe zijn de resultaten uitstekend: na een jaar is gemiddeld 93% van onze patiënten nog in leven. ‘Dat is een hoog percentage als je weet dat het voornamelijk om 80-plussers gaat die niet fit genoeg zijn voor een openhartoperatie’, zegt Bosmans.

Intussen heeft het UZA een 90-tal ingrepen uitgevoerd en mag het zich zonder meer een autoriteit noemen. ‘We hebben de meeste ervaring in België en behalen de beste resultaten. De afgelopen jaren zijn we uitgegroeid tot een opleidingscentrum voor artsen uit de hele wereld.

80-plussers: oud, maar daarom niet out

Dat het UZA goede resultaten behaalt, heeft ook te maken met de zorgvuldige patiëntenselectie. De cardioloog en cardiochirurg beslissen altijd samen of een patiënt in aanmerking komt. ‘Mensen moeten niet alleen fysiek in staat zijn om de ingreep te doorstaan, ze moeten er ook voor willen gaan’, zegt Rodrigus. ‘Als het voor de patiënt allemaal niet meer hoeft, heeft de operatie geen zin. Maar ik sta er regelmatig van versteld hoe vitaal en levenslustig tachtigplussers nog zijn.’ ‘Onze voorlaatste patiënt was zelfs al 91 jaar’, haalt Bosmans aan.

Als de operatie slaagt, wacht de patiënt een tweede leven. ‘We zien mensen die hun activiteiten al jaren systematisch hebben afgebouwd en in een rolstoel naar de consultatie worden gereden. Als de aortaklep hun grootste probleem was, is het resultaat van de ingreep bijna spectaculair te noemen. Eens hersteld van de operatie zijn die mensen opnieuw mobiel en kunnen ze weer hun normale activiteiten oppikken’, vertelt Bosmans.

Meer info: dienst cardiologie UZA, T 03 821 35 38, dienst cardiochirurgie UZA, T 03 821 30 71