Praten voor de stilte

‘Zelden word je zo met de fragiliteit van het leven geconfronteerd als bij een euthanasieprocedure’, zegt prof. dr. Patrick Cras. ‘Die patiënten zijn me stuk voor stuk bijgebleven.’ Als voorzitter van het ethisch comité van het UZA en als diensthoofd neurologie is de problematiek van euthanasie en beslissingen rond het levenseinde vertrouwde materie voor hem, zowel in theorie als in praktijk.

‘Dat mensen meer inspraak willen in hun levenseinde, is op zich niet vreemd’, vindt hij. ‘Er is al jaren een maatschappelijke evolutie aan de gang waarbij mensen almaar meer hun autonomie willen uitoefenen. Ook de relatie tussen arts en patiënt is veranderd. Het gaat niet meer op dat een arts in de plaats van zijn patiënt zijn levenskwaliteit beoordeelt. De patiënt wil zelf aangeven wat kan en wat niet.’

Euthanasiewet

In 2002 voerde België als tweede land ter wereld, na Nederland, een euthanasiewet in. Die bepaalt dat een patiënt om euthanasie kan vragen als hij zich in een medisch uitzichtloze toestand van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden bevindt, als gevolg van een ziekte of ongeval. De patiënt hoeft niet terminaal te zijn, al is dat in 86 % van de aanvragen wel het geval.

‘Eén van de belangrijkste gevolgen van de euthanasiewet is dat het thema nu veel beter bespreekbaar is’, zegt Cras. Het verzoek moet van de patiënt zelf komen. Familieleden van een comapatiënt kunnen dus niet om euthanasie voor die persoon vragen. De pijnstilling opdrijven, een behandeling stoppen of niet starten of iemand niet reanimeren valt niet onder de noemer euthanasie.

Soms een noodkreet

De wetgever heeft allerlei bepalingen voorzien om te voorkomen dat patiënten in een bevlieging of een neerslachtige bui euthanasie vragen en krijgen. Zo moet de arts verschillende gesprekken met de patiënt voeren. Vaak komt een euthanasieverzoek niet onverwacht voor de arts en heeft de patiënt er al een aantal keer over gepraat voor hij er echt aan toe is.

‘Mensen bepalen zelf of hun lijden al dan niet draaglijk is’, merkt Cras op. ‘Maar dat neemt niet weg dat je als arts de patiënt soms tegen zichzelf moet beschermen. Als een patiënt net het nieuws heeft gekregen dat zijn kanker uitgezaaid is, is dat niet het moment om op een euthanasievraag in te gaan. Dan moet je die persoon de tijd geven dat nieuws te verwerken.’

Soms schuilt er achter een euthanasieverzoek ook een andere vraag. Het kan een noodkreet zijn om beter ondersteund te worden, bijvoorbeeld met pijnstilling, of een kreet om meer aandacht en begrip van de naaste familie. ‘Vaak zie je ook dat mensen vooral controle willen’, aldus Cras. ‘Als ze weten dat euthanasie een mogelijkheid is, dat er naar hen zal worden geluisterd als het erop aan komt, dan voelen ze zich gerustgesteld. Dan verdwijnt die vraag soms naar de achtergrond.’

Patiënt kiest tijdstip

In het UZA wordt jaarlijks een tiental keer euthanasie toegepast. Het ziekenhuis speelt daarin bewust geen sturende rol. Artsen en verpleegkundig personeel krijgen de nodige informatie over het hoe en wat, en van tijd tot tijd wordt er een lezing gegeven rond het onderwerp. Verder is het echter aan de arts om te beslissen of hij of zij op een euthanasie-verzoek ingaat of niet.

Op de dienst neurologie vragen jaarlijks een tweetal patiënten om euthanasie. ‘Voor een arts is euthanasie nooit gemakkelijk’, weet Cras. ‘Vaak heb je die patiënt jaren behandeld. Dan is het heel moeilijk om de knop om te draaien en te zeggen nu heeft het geen zin meer.’ Geen enkele arts is verplicht om op een euthanasieverzoek in te gaan. Als hij weigert vanwege morele bezwaren, verwijst hij de patiënt in principe door naar een andere arts.

Als de arts ingaat op het verzoek, bepaalt de patiënt zelf het tijdstip van zijn overlijden en wie er bij aanwezig is. ‘Is de knoop eenmaal doorgehakt, dan wil de patiënt bijna altijd dat het zo snel mogelijk gebeurt’, weet Cras uit ervaring. ‘De familie legt zich doorgaans neer bij de wens van de patiënt. Op de duur zijn ze er meestal klaar voor en leeft iedereen naar het moment toe. Ik vind het belangrijk dat de familie op het moment zelf aanwezig is. Voor hen begint dan het eigenlijke rouwproces.’

Confronterend moment

De eigenlijke procedure duurt maar een paar minuten. De arts geeft de patiënt een slaapmiddel en daarna een krachtig spierverslappend medicijn, waardoor de ademhaling en de hartslag stoppen. De arts blijft bij de hele procedure aanwezig en na afloop wordt de familie opgevangen door het verpleegkundig team. ‘De meesten ervaren op dat moment vooral opluchting’, zegt Cras.

Voor de arts en de verpleegkundige is een euthanasieprocedure altijd erg moeilijk. Cras: ‘Het ene moment leeft die patiënt nog, en daarna is het opeens voorbij. Dat is enorm confronterend. Je mag niet vergeten dat wij voor dat soort zaken niet zijn opgeleid. Je blijft telkens met een slecht gevoel achter, maar je doet het omdat het de wens is van de patiënt en het in bepaalde omstandigheden moreel aanvaardbaar is.’

Meer info vindt u in de brochure ‘Levenseinde en wilsbeschikking’, verkrijgbaar bij de dienst patiëntenbegeleiding van het UZA, T 03 821 37 00.

www.leif.be
www.rws.be

Onderzoek rond levenseinde

Zijn patiënten met dementie nog in staat om beslissingen te nemen over hun levenseinde? Die vraag is momenteel het onderwerp van een studie door studenten geneeskunde van de Universiteit Antwerpen. ‘Uit ervaring heb ik geleerd dat patiënten met dementie tot in een ver stadium beslissingsbekwaam blijven wat euthanasie betreft’, merkt prof. dr. Patrick Cras op. ‘Je moet het verzoek bij die mensen dus evenzeer ernstig nemen. Het is aan de arts om voor elke patiënt uit te maken of hij nog beslissingsbekwaam is of niet.’

Een ander onderzoek gaat over de manier waarop een gesprek rond DNR (do not reanimate)-richtlijnen kan worden gevoerd. Cras: ‘De wet stelt dat de arts daarover moet spreken met zijn patiënt maar in de praktijk gebeurt dat zeker niet altijd. Studenten geneeskunde gaan daar nu over praten met patiënten in verschillende situaties, om na te gaan wat ze op dat vlak verwachten.’

Ook aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen gebeurt er onderzoek rond het thema. Evelien Delbeke onderzoekt het juridisch statuut van medische beslissingen bij het levenseinde en Christophe Lemmens maakt zijn doctoraat over wilsverklaringen bij het levenseinde.

 

Bron: maguza.be