Palliatieve zorg - comfort staat centraal

Als genezen niet meer mogelijk is, kan er toch nog veel voor een patiënt worden gedaan: van pijnstilling en symptoombestrijding tot kinesitherapie en psychosociale begeleiding. Zorg en praktische hulp gaan vaak hand in hand met emotionele opvang.
Als een patiënt niet meer beter kan worden, is voor de arts de tijd gekomen om palliatieve zorg voor te stellen. Een moeilijk en confronterend moment. De klemtoon verschuift dan van genezing naar comfort. Het UZA heeft een Palliatief Support Team (PST). Dat geeft advies aan de behandelende arts en het verzorgende team over pijn en symptoomcontrole, verzorging, emotionele en ethische problemen en ontslagorganisatie. Indien nodig begeleidt het PST ook de patiënt en zijn omgeving. Daarnaast werken er op alle diensten referentieverpleegkundigen voor pijn en palliatieve zorg, die advies geven aan hun collega’s.

‘Er is veel mogelijk’, zegt Martine Wauters, verpleegkundige van het PST. ‘Ook in de palliatieve fase kunnen chemotherapie of een operatie nog zinvol zijn om symptomen te verlichten. Pijn lijden is niet meer van deze tijd: daartegen bestaat een heel arsenaal aan middelen. Twee keer per week ga ik met pijnarts prof. dr. Guy Hans op ronde. We geven dan advies om pijn of andere symptomen, bijvoorbeeld kortademigheid, onder controle te krijgen.’
Als symptomen ondanks alles ondraaglijk blijven, wordt soms palliatieve sedatie voorgesteld. De patiënt wordt dan in een slaaptoestand gebracht.

Emotionele opvang

Ongeneeslijk zieke patiënten hebben recht op allerlei voorzieningen en tegemoetkomingen, van palliatieve thuiszorg tot residentiële nachtopvang. De maatschappelijk werker kan hen wegwijs maken in dat aanbod.
‘Maatschappelijk werkers doen echter meer dan dat. Vaak bouwen ze een vertrouwensrelatie op met de patiënt en de familie en zijn ze er ook voor emotionele en psychosociale begeleiding’, onderstreept Miranda Van de Wiele, hoofd patiëntenbegeleiding. Als een patiënt zijn situatie niet kan verwerken, kan psychologische begeleiding binnen het UZA soms hulp bieden. Ook kunnen patiënten een beroep doen op een levensbeschouwelijke begeleider. Vertegenwoordigers van verschillende overtuigingen zijn in het UZA aanwezig of oproepbaar.

Andere patiënten krijgen ondersteuning van de kinesitherapeut, de diëtist of de transfercoördinator, die helpt om de terugkeer naar huis of een instelling vlot te laten verlopen. Als patiënten na hun ontslag niet meer naar huis kunnen, is een palliatieve eenheid buiten het UZA soms een uitweg.

Soms kiezen patiënten ondanks alle zorgen toch voor euthanasie. Martine: ‘Dat betekent niet dat we hebben gefaald. In mijn ogen is euthanasie een keuzemogelijkheid binnen de palliatieve zorg. Het is niet of maar en.’

Info: Dienst patiëntenbegeleiding UZA, T 03 821 37 00, Palliatief Support Team, T 03 821 47 73, www.palliatief.be, www.pha.be

Bron: maguza.be