UZA rukt uit naar tsunamigebied
- verschenen in magUZA # 60
- april 2005
Opzet
Het initiatief ging uit van de Belgische Vereniging voor Kindergeneeskunde, waarvan dr. Bert Suys bestuurslid is.
'We wilden eerst met een team van 23 man vertrekken', vertelt Suys. 'Maar de chaos ter plaatse was naar verluidt zo groot dat we besloten eerst met een kleinere ploeg uit te zoeken wat we precies konden doen. Dat eerste team bestond uit prof. dr. Luc Beaucourt, dr. Raoul Rooman, verpleegkundigen Tom Argeerts en Anniek Ebinger, mensen van de UZ Gent en de VUB en ikzelf. Na een reis van meer dan 24 uur belandden we in Banda Atjeh, waar we in het plaatselijke ziekenhuis de dienst pediatrie opnieuw wilden opstarten.'
Aankomst
Het team trof een hospitaal in puin aan waarvan het meeste personeel hetzij gestorven, hetzij gevlucht was. Alles was herschapen tot één grote moddermassa waarin onmogelijk te werken viel. Daarom werd de eerste dag benut om hulp te bieden in vluchtelingenkampen.
'De volgende dag hebben we zelf de afdeling pediatrie van het plaatselijke hospitaal opgeruimd', vervolgt Suys. 'We hebben bedden en materiaal eigenhandig uit de modder gesleept en afgewassen, en zijn gestart met de beperkte middelen die we hadden. De afdeling pediatrie was de eerste die operatief was. Prof. Beaucourt en enkele verpleegkundigen legden zich intussen verder toe op de vluchtelingenkampen.'
Medische problemen
Veel kinderen kampten met problemen als gevolg van de slechte hygiënische omstandigheden: geïnfecteerde wonden, maag-darmproblemen, schurft, tetanos… Maar de ergste gevallen waren bijna verdronken kinderen die naderhand zware longontstekingen kregen.
'Dat was verschrikkelijk om zien', getuigt Suys. 'Die kinderen stikten vaak in hun eigen slijmen, hun longen gingen gewoon kapot. Veel van die patiëntjes zijn we verloren. Al hebben we gelukkig ook heel wat kinderen kunnen redden.'
Samenwerking met lokale artsen
De lokale artsen waren in het begin niet onverdeeld gelukkig met de komst van de Belgen. Ze vreesden dat het hulpteam het volledig van hen zou overnemen. 'Maar daarmee richt je op lange termijn nog meer schade aan', vindt Suys. 'En uiteraard moet je die mensen ook in hun waardigheid laten. Ik heb dan ook zo snel mogelijk een goed gesprek met hen gehad en beklemtoond dat we alles samen zouden doen. Vanaf toen verliep de samenwerking vlot.'
Voortzetting hulpactie
Na vijf dagen werd het eerste team afgelost door een volgende ploeg. Op dat moment zat zowat iedereen op zijn tandvlees.
'Echt goed geslapen hebben we daar niet', aldus Suys. 'De hitte, de vochtigheid en de muggen speelden ons parten. Bovendien heeft de aarde al die tijd nog regelmatig gebeefd, dus je voelde je niet helemaal veilig. We klopten lange dagen en werkten vaak ook 's nachts door. Tel daar die lange vlucht en het gebrek aan volwaardig voedsel bij, en je kunt je voorstellen dat we na een paar dagen gebroken waren.'
Na de tweede ploeg reisde nog een derde team naar Sumatra om de hulpactie voort te zetten. In samenwerking met andere organisaties werd intussen ook hulp geboden bij de heropbouw van het zieltogende ziekenhuis.
'Als het aan ons ligt, blijven we ook in de toekomst ondersteuning bieden via bijscholing en follow-up op langere termijn. Dat zal gebeuren in samenwerking met kinderartsen uit Rijsel', besluit Suys.
Het initiatief ging uit van de Belgische Vereniging voor Kindergeneeskunde, waarvan dr. Bert Suys bestuurslid is.
'We wilden eerst met een team van 23 man vertrekken', vertelt Suys. 'Maar de chaos ter plaatse was naar verluidt zo groot dat we besloten eerst met een kleinere ploeg uit te zoeken wat we precies konden doen. Dat eerste team bestond uit prof. dr. Luc Beaucourt, dr. Raoul Rooman, verpleegkundigen Tom Argeerts en Anniek Ebinger, mensen van de UZ Gent en de VUB en ikzelf. Na een reis van meer dan 24 uur belandden we in Banda Atjeh, waar we in het plaatselijke ziekenhuis de dienst pediatrie opnieuw wilden opstarten.'
Aankomst
Het team trof een hospitaal in puin aan waarvan het meeste personeel hetzij gestorven, hetzij gevlucht was. Alles was herschapen tot één grote moddermassa waarin onmogelijk te werken viel. Daarom werd de eerste dag benut om hulp te bieden in vluchtelingenkampen.
'De volgende dag hebben we zelf de afdeling pediatrie van het plaatselijke hospitaal opgeruimd', vervolgt Suys. 'We hebben bedden en materiaal eigenhandig uit de modder gesleept en afgewassen, en zijn gestart met de beperkte middelen die we hadden. De afdeling pediatrie was de eerste die operatief was. Prof. Beaucourt en enkele verpleegkundigen legden zich intussen verder toe op de vluchtelingenkampen.'
Medische problemen
Veel kinderen kampten met problemen als gevolg van de slechte hygiënische omstandigheden: geïnfecteerde wonden, maag-darmproblemen, schurft, tetanos… Maar de ergste gevallen waren bijna verdronken kinderen die naderhand zware longontstekingen kregen.
'Dat was verschrikkelijk om zien', getuigt Suys. 'Die kinderen stikten vaak in hun eigen slijmen, hun longen gingen gewoon kapot. Veel van die patiëntjes zijn we verloren. Al hebben we gelukkig ook heel wat kinderen kunnen redden.'
Samenwerking met lokale artsen
De lokale artsen waren in het begin niet onverdeeld gelukkig met de komst van de Belgen. Ze vreesden dat het hulpteam het volledig van hen zou overnemen. 'Maar daarmee richt je op lange termijn nog meer schade aan', vindt Suys. 'En uiteraard moet je die mensen ook in hun waardigheid laten. Ik heb dan ook zo snel mogelijk een goed gesprek met hen gehad en beklemtoond dat we alles samen zouden doen. Vanaf toen verliep de samenwerking vlot.'
Voortzetting hulpactie
Na vijf dagen werd het eerste team afgelost door een volgende ploeg. Op dat moment zat zowat iedereen op zijn tandvlees.
'Echt goed geslapen hebben we daar niet', aldus Suys. 'De hitte, de vochtigheid en de muggen speelden ons parten. Bovendien heeft de aarde al die tijd nog regelmatig gebeefd, dus je voelde je niet helemaal veilig. We klopten lange dagen en werkten vaak ook 's nachts door. Tel daar die lange vlucht en het gebrek aan volwaardig voedsel bij, en je kunt je voorstellen dat we na een paar dagen gebroken waren.'
Na de tweede ploeg reisde nog een derde team naar Sumatra om de hulpactie voort te zetten. In samenwerking met andere organisaties werd intussen ook hulp geboden bij de heropbouw van het zieltogende ziekenhuis.
'Als het aan ons ligt, blijven we ook in de toekomst ondersteuning bieden via bijscholing en follow-up op langere termijn. Dat zal gebeuren in samenwerking met kinderartsen uit Rijsel', besluit Suys.
