Spoedverpleegkundige op pad voor Artsen Zonder Grenzen
- verschenen in magUZA # 59
- januari 2005
Voorgeschiedenis
Toen Siska De Wachter verpleegkunde ging studeren, richtte ze haar blik vanaf het begin verder dan de Vlaamse ziekenhuizen.
'Ik wilde minstens een paar keer gaan kijken hoe het er in de rest van de wereld aan toe gaat', vertelt ze. 'Meteen na mijn studies werkte ik een jaar in Engeland, terug thuis volgde ik een specialisatiejaar tropische geneeskunde en daarna trok ik voor een jaar naar een ziekenhuis in Aruba.'
In zee met Artsen Zonder Grenzen
Terug van Aruba kreeg ze een vast contract in het UZA. Maar na zo'n anderhalf jaar begon het weer te kriebelen.
Siska : 'Ik wilde graag iets doen met Artsen Zonder Grenzen. Begin maart 2003 schreef ik mij in voor een kennismakingscursus. Toen ik te horen kreeg dat ik bij wijze van spreken de volgende dag kon vertrekken, ben ik meteen gaan praten met onze hoofdverpleegkundige. Ik mocht een jaar loopbaanonderbreking nemen.'
Gezondheidscentra bezoeken in Ivoorkust
Eind maart vertrok Siska naar Ivoorkust voor een project van een half jaar. Ze reisde naar het noorden van het land, meer bepaald naar de stad Korhogo. In die streek lag de bestaande gezondheidszorg op apegapen als een gevolg van de burgeroorlog. Door een tekort aan medicijnen bleef malaria er onbehandeld, wat vooral bij de kinderen veel dodelijke slachtoffers eiste.
Zes dagen op zeven vertrok Siska met een chauffeur om de negen gezondheidscentra in en rondom Korhogo te bezoeken. Ze gaf er uitleg over de door Artsen Zonder Grenzen geleverde medicatie en het steriliseren van gebruikte instrumenten, hielp het personeel met het beheer van de medicijnenvoorraad en leerde het gebruik maken van naaldcontainers en sneltesten voor malaria.
Siska : 'Verder leerden we het lokale personeel om alle kinderen die naar de gezondheidscentra kwamen, te screenen op ondervoeding. Dat gebeurde met behulp van een armband die rond de bovenarm geschoven werd. Zo kon het gezondheidspersoneel de voedingsstatus van de kinderen in en rond Korhogo volgen en tijdig op problemen inspelen.'
Strijd tegen mazelen en ondervoeding
Net in die periode brak er ook een mazelenepidemie uit.
'Als je die ziekte niet behandelt, kan ze dodelijk zijn. Ik ben toen van dorp naar dorp getrokken en heb waar nodig vaccinatiecampagnes voor de kinderen op touw gezet. Die sloegen geweldig aan. Als je in een dorp aankondigde dat we twee dagen later zouden terugkomen om te vaccineren, stonden daar op dat moment rijen en rijen kinderen te wachten. Het was heel plezant om doen', vertelt Siska.
Toen wat later ook in het westen van het land een mazelenepidemie uitbrak, mocht Siska ook daar gaan vaccineren. In totaal werden zevenduizend kinderen geholpen. Er liep op dat moment ook een project rond de verzorging van ondervoede kindjes. Ook daarvoor stak Siska de handen uit de mouwen. 'Het fijne aan dat project was dat je die kinderen echt kon helpen. Deed je niets, dan zouden ze sterven. Je moest je geen vragen stellen in verband met politieke correctheid of wat dan ook', merkt Siska op.
Vandaag blikt ze op het hele avontuur terug als een fantastische ervaring. 'Ik heb de kans gekregen om Afrika op een authentieke manier te ontdekken. Niet via een safari, maar door me echt tussen de mensen te begeven. Dat is onvergetelijk.'
Spoedraadpleging in Haïti
In oktober stond Siska weer thuis, op dat moment dringend aan rust toe. Maar omdat stilzitten niets voor haar is, pakte ze al gauw haar boeltje weer bijeen en ging tweeëneenhalve maand rondtrekken in Zuid-Amerika.
Opnieuw thuis vroeg en kreeg Siska een maand extra onbetaald verlof, zodat ze nog net voor drie maanden met Artsen Zonder Grenzen naar Haïti kon. Daar was op dat moment een grote opstand aan de gang.
'Toen ik er in februari aankwam leek alles nog relatief rustig, maar amper een week later viel het normale leven er stil. Je zag overal versperringen, de wegen waren verlaten en vliegtuigvluchten werden stopgezet', vertelt Siska.
Samen met een andere verpleegkundige ging ze aan de slag in een ziekenhuis in hoofdstad Port-au-Prince, waar ze zo goed en zo kwaad mogelijk een spoedraadpleging opstarten. Ze ontfermden zich over patiënten die schot- of steekwonden hadden opgelopen of op een andere manier waren toegetakeld, meestal het gevolg van een betoging.
Onrust op straat
'Bij momenten was de sfeer in de stad heel grimmig', vervolgt Siska. 'We hebben regelmatig op straat horen schieten. Er was een avondklok ingesteld, zodat je na zes uur niet meer buiten mocht. Soms was de toestand zo onrustig dat lokale artsen niet meer naar het ziekenhuis durfden komen. Zelf zijn we een keer laat moeten uitrukken op een zondagavond. Toen zijn we in het ziekenhuis moeten blijven, want terug op straat komen kon je niet meer riskeren. Toch heb ik nooit echt voor mijn veiligheid gevreesd. Als medewerker van Artsen Zonder Grenzen kon je vrij zeker zijn dat ze je niet zouden lastigvallen.'
Eind mei keerde Siska terug naar België, ook nu met de beste herinneringen. 'Het team in Haïti was geweldig. Die nacht dat we vastzaten in het ziekenhuis bijvoorbeeld, hebben we juist heel veel plezier gehad.'
Honger naar meer
Als het aan Siska ligt, komt er zeker nog een volgend buitenlands project. 'Mijn goesting is zeker niet over. Het is heel interessant om te ervaren hoe de wereld er buiten Europa uitziet. Bovendien vind ik het altijd beter om iets te doen dan alleen maar te zeuren hoe slecht het met de wereld gaat en helemaal niets te doen.'
