Perfusionist


Waarom kiezen voor perfusie?

Het idee dat het plaatje nog niet af was: dat was zowel voor Renate Vlaeminck als voor collega Gerdy Debeuckelaere de drijfveer om zich als verpleegkundige op intensieve zorgen bij te scholen tot perfusionist. Voor Renate spreken we dan eind jaren tachtig.
'Ik zag de perfusionist regelmatig uit het operatiekwartier komen in zijn groene pakje en besefte dan dat er nog van alles met de patiënt gebeurde waarvan ik het fijne niet wist. De nieuwsgierigheid en de wil om bij te leren, hebben me doen solliciteren naar de job. Na drie pogingen - de perfusie was toen nog voornamelijk een mannenzaak - mocht ik aan mijn opleiding beginnen.'
Ook bij Gerdy gaf de honger naar meer kennis in 2002 de doorslag om het als perfusionist te proberen. Vol goede moed begon hij aan de opleiding, die intussen was uitgegroeid tot een tweejaarlijks deeltijds programma. 'Als je al een paar jaar werkt en een gezin hebt, is het niet vanzelfsprekend om zo'n opleiding er nog bij te nemen. Gelukkig kon ik op de steun van mijn echtgenote rekenen', vertelt Gerdy.

Wat?

De job van een perfusionist speelt zich grotendeels in de operatiekamer af. Hij doet zijn werk - letterlijk - achter de rug van de hartchirurg, van hem gescheiden door de omvangrijke hart-longmachine. Deze wordt voornamelijk ingeschakeld bij hartoperaties, zoals overbruggingen, harttransplantaties, hartklepoperaties en ingrepen aan de aorta. De hart-longmachine neemt de functie van het hart en de longen over, waardoor de bewegingen van die organen de chirurg niet hinderen tijdens de operatie en de patiënt toch in leven blijft.
'Een hart-longmachine bestaat in hoofdzaak uit verschillende pompen, meetapparatuur en een kunstlong', verduidelijkt Renate. 'Ter hoogte van het hart wordt het bloed opgevangen en naar de hart-longmachine omgeleid, waar het van zuurstof wordt voorzien en weer naar de aorta wordt gepompt. De perfusionist - in het UZA zijn we met vier - ziet erop toe dat er voldoende bloedtoevoer is naar alle organen, dat de bloeddruk op peil gehouden wordt en dat het bloed genoeg zuurstof krijgt. Hij stuurt bij wanneer nodig, rekening houdend met een aantal waarden bij de patiënt, waaronder bloedstolling, het suikergehalte en andere ionen in het bloed.'
Gerdy: 'Enerzijds zorgen wij voor de technische bediening van het toestel, anderzijds 'managen' we de patiënt. In het begin van de operatie brengen we bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur naar beneden - dit om het zuurstofverbruik te verminderen -, en zodra de hart-longmachine in werking treedt, nemen we ook een deel van de anesthesie en de bloeddrukcontrole voor onze rekening.'

Concentratie cruciaal

Het werk van de perfusionist is op het eerste gezicht niet spectaculair. Hij zit bij de machine, observeert een aantal monitoren, draait nu en dan aan een knopje en communiceert de hele tijd met de cardiochirurg en de anesthesist. 'Het lijkt een rustige job, maar inwendig staan wij voortdurend op scherp. Je kunt het je niet veroorloven om twintig seconden naar dezelfde monitor te kijken, want intussen kan het ergens anders volledig fout gelopen zijn. Als een bepaalde waarde de verkeerde richting uitgaat, heb je maar een paar seconden om te reageren', legt Renate uit.

Perfusie-ongevallen

Er zijn twee zaken die de perfusionist koste wat kost moet vermijden: het bloed van de patiënt mag niet stollen, en er mag geen lucht in zijn slagaders terechtkomen. Beide incidenten kunnen fataal zijn. Volgens Amerikaanse studies zouden dodelijke of levenslang invaliderende perfusie-ongevallen één keer op 1.000 of 1.500 operaties voorvallen.
Renate: 'Ik ben er trots op te kunnen zeggen dat dat cijfer in het UZA veel lager ligt. Dat komt doordat we onze job heel ernstig nemen en enorm veel discipline aan de dag leggen. We bouwen bewust zoveel mogelijk routines in. Als je midden in de nacht moet opstaan voor een urgente operatie, ben je daar dankbaar om.'

Teamwerk

Eigenlijk mag het een wonder heten dat er bij uiterst delicate ingrepen als een hartoperatie zo zelden iets misloopt, vindt Renate.
'Zoiets kan alleen maar doordat het volledige team optimaal functioneert: de chirurgen, de anesthesisten, de verpleegkundigen én de perfusionisten.' 'Wij zijn een tandje binnen de hele machine', aldus Gerdy.

Ingrepen aan aorta

Voor het grote publiek zijn harttransplantaties het meest intrigerend. Zelf is Renate het sterkst onder de indruk van ingrepen aan de aorta.
'Met behulp van de hart-longmachine koelen we de patiënt dan tot een lichaamstemperatuur van 18 graden. Uiteindelijk wordt ook de hart-longmachine stopgezet, waarna de chirurg zo'n uur de tijd heeft om de operatie uit te voeren. Dat die volledig onderkoelde patiënt - op dat moment zonder hartslag of bloedsomloop - na een paar uur weer normaal functioneert, dat vind ik nog altijd fascinerend.'

Gevarieerde job

Stress mag dan onvermijdelijk zijn in hun job, het is niet de adrenaline die de twee op dreef houdt.
'In een universitair ziekenhuis als dit bestrijkt de perfusie een breed domein. We nemen bijvoorbeeld regelmatig deel aan studies. En als er zich een nieuwe toepassing aandient - bijvoorbeeld longtransplantaties - moeten wij opnieuw in de boeken duiken. Dat maakt het werk enorm interessant', vindt Renate.
Alsmaar vaker assisteren perfusionisten ook bij niet-cardiochirurgische operaties om bloed te recupereren, zodat dit nadien kan worden teruggegeven aan de patiënt. Het gaat dan over operaties waarbij veel bloed zou verloren kunnen gaan, zoals leveroperaties en levertransplantaties, moeilijke orthopedische ingrepen en grote gynaecologische ingrepen. Het UZA was het eerste ziekenhuis in België dat de aangepaste apparatuur voor deze techniek kocht.

Meer dan hart-longmachine

De job van een perfusionist draait in de eerste plaats om de long-hartmachine. Maar daarnaast doet hij nog andere dingen.
'In het UZA zijn er alsmaar meer patiënten van wie het hart tijdelijk ondersteund moet worden met een kunsthart. Dat kunsthart blijft dagen tot weken ter plaatse en wij controleren dagelijks de werking ervan. Het zijn de enige momenten dat we rechtstreeks contact hebben met patiënten. Tijdens een hartoperatie is de patiënt uiteraard onder narcose', zegt Renate.

Waardering beroep

Het beroep van perfusionist is nog altijd vrij onbekend.
Gerdy: 'Als ik vroegere studievrienden terugzie, ben ik altijd even bezig met uitleggen wat ik precies doe. Sommige mensen denken dat wij de hele dag infusen aanleggen.'
Toch is de waardering voor het werk van de perfusionist met de jaren sterk gestegen en is een en ander beter geregeld. Terwijl Renate destijds haar theoretische opleiding in haar vrije tijd moest volgen, mocht Gerdy dat tijdens de werkuren doen. Die erkenning mag er ook wel zijn, vindt Renate. 'We zijn maar met z'n vieren, maar spelen een onmisbare rol bij elke hartoperatie. Wellicht zijn wij de enige verpleegkundigen van wie het werk in noodgevallen niet door een arts overgenomen kan worden. Als wij eens absoluut met z'n vieren op vakantie willen, zit het ziekenhuis met een groot probleem (lacht).'

Overuren

Met urgenties die zich op elk moment kunnen aankondigen, weet een perfusionist altijd wanneer zijn dagtaak begint, maar nooit wanneer die eindigt. Een normale werkdag die uitloopt tot half elf 's avonds doordat er zich net voor vier uur nog een dringende ingreep aandient, is zeker niet uitzonderlijk.
'Een collega vergelijkt ons werk met dat van de brandweer', lacht Renate. 'Wij komen blussen als het nodig is. En zegt een brandweer ooit "nee, ik kom niet blussen?" Wij dus ook niet.'
Wat niet wil zeggen dat er binnen de dienst een machocultuur heerst. Althans vandaag niet meer.
'Toen ik destijds startte, ging je af als je tijdens een wachtdienst de hulp inriep van een collega die niet van wacht was', blikt Renate terug. 'Vandaag is die drempel veel lager. Als je echt te moe bent, is het niet verantwoord dat je doorgaat. Die collega moet dan wel werken tijdens zijn vrije weekend, maar is allicht blij dat hij hetzelfde kan vragen als hij vier maanden later in dezelfde situatie zit.'

Omgang met patiënt

Een perfusionist heeft weinig rechtstreeks contact met de patiënt, om de eenvoudige reden dat die tijdens de operatie in een diepe narcose is ondergedompeld. Een minpunt?
'Het is alleszins iets om vooraf bij stil te staan', vindt Gerdy Debeuckelaere, die voordien op intensieve zorgen werkte. 'In het begin miste ik de omgang met patiënten en hun familie. Familie van patiënten opvangen op moeilijke momenten, dat is iets heel intens. Dat heb je in deze job niet.' 'Via de chirurg of andere collega's komen we wel vaak te weten hoe het de patiënt na de ingreep vergaan is. Als de chirurg vertelt dat een hoogbejaarde patiënt zes weken na zijn hartoperatie met de fiets naar de consultatie is gekomen, is dat leuk om te horen. Dat soort informatie heb ik nodig om gemotiveerd te blijven', voegt Renate eraan toe.
En ze vervolgt: 'Als een patiënt na een hartstilstand meer dood dan levend de operatiezaal wordt binnengebracht, en hij uiteindelijk toch herstelt, is dat een geweldige opkikker voor het ganse team. Dan ben je blij dat je daartoe hebt kunnen bijdragen. Maar de teleurstelling is natuurlijk even groot als je onverwacht een patiënt verliest.'

Studeren voor perfusionist

In België werken een kleine honderd perfusionisten, verdeeld over 29 hartcentra.
Om perfusionist te worden moet je eerst het diploma van gegradueerd verpleegkundige op zak hebben. Voor een theoretische opleiding kun je in Vlaanderen terecht aan de K.U. Leuven of aan de universiteit van Luik. Elke twee jaar wordt gestart met een tweejaarlijkse vorming, die zo'n 180 lesuren omvat.
Nadien heb je nog een praktijkopleiding van minstens twee jaar voor de boeg, gevolgd door een Europees examen. Het UZA is erkend als een van de centra waar je deze opleiding kunt volgen.