De dienst spoedgevallen: geneeskunde tegen de klok
- verschenen in magUZA # 56
- januari 2004
Een dag op de spoed
7.00u Kater
7.00u Terwijl in de cafetaria de stoelen van de tafels gehaald worden en het tapijt in de hal nog de sporen van de stofzuigmachine draagt, heeft de nachtploeg er al een lange shift opzitten. Hun collega's van de vroege shift komen een voor een toe in de refter. Tijdens de ochtendbriefing worden in vogelvlucht de patiënten overlopen die afgelopen nacht op de spoed werden opgenomen. Een reumapatiënte met pijn in de borst, een dame die een CO-intoxicatie opliep, een vrouw met een allergie voor wespensteken en een dronken man die een verkeersongeval veroorzaakte en nu zijn kater ligt weg te slapen. Een zwaar beschonken Rus die in het holst van de nacht door zes rijkswachters werd binnengebracht, bleef de nachtploeg uiteindelijk bespaard. Na rijp beraad werd besloten hem naar Stuivenberg over te brengen.
'Patiënten die na 20u worden opgenomen, komen bij ons in het nachthospitaal terecht', legt hoofdverpleegkundige Walter Geentjens uit. ''s Morgens komt de arts opnieuw langs en worden ze hetzij ontslagen, hetzij opgenomen op een gespecialiseerde afdeling. Uitzondering hierop zijn zwangeren, kinderen en patiënten die intensieve zorgen nodig hebben : zij gaan meteen naar de afdeling.
Jaarlijks melden zich op de spoed zo'n 25.000 patiënten aan. Ongeveer dertig procent van hen wordt op een afdeling opgenomen.'
8.00u Bommelding
8.09u Een verpleegkundige komt toegesneld. Bommelding in het station van Berchem. Dokter Luc Beaucourt, diensthoofd spoedgevallen en directeur medische hulpverlening van het provinciaal rampenplan, is al onderweg.
8.39u Een man in joggingbroek meldt zich aan bij de inschrijvingsbalie. Op zijn knie gevallen, luidt het. Of hij al bij de huisdokter is geweest ? Hij knikt ijverig. Maar uit zijn verhaal blijkt dat zijn doktersbezoek al van meer dan een week geleden dateert. 'Maar de pijn blijft duren', klaagt hij.
'Zo iemand hoort eigenlijk niet op de spoed thuis', stipt Walter naderhand aan. 'Hij kan gewoon op dat been lopen en had dus even goed een afspraak met de consultatie kunnen maken. Maar de drempel naar de spoed is nu eenmaal heel laag. Als je naar de huisdokter belt, moet je soms een paar dagen wachten voor je een afspraak hebt, terwijl je hier meteen geholpen wordt. Dat weten de mensen. Er wordt veel misbruik gemaakt van de spoed.'
9.00u Epilepsie-aanval
9.17u Een anaesthesist van het UZA komt toegespurt met een bewusteloos kind in zijn armen, de moeder in zijn kielzog. Het meisje, acht jaar oud, heeft een acute epilepsie-aanval gekregen. Binnen de paar seconden ligt ze op de reanimatietafel en dienen de arts en drie verpleegkundigen de eerste zorgen toe. Urgentie-arts dokter Sven Van Poucke wordt erbij gehaald. Tegen dat de kinderarts komt aangehold, heeft het kind zuurstof en medicatie gekregen en is de situatie onder controle.
'Toen ik haar vanmorgen uit haar bedje haalde, reageerde ze nog amper', doet de ontredderde moeder haar relaas. 'Ik heb haar meteen in de auto gelegd en ben naar hier gereden. Onderweg is ze flauwgevallen.' In de hal kwam de arts die toevallig in de buurt was, toegeschoten om het kind van haar over te nemen.
De kinderneurologe bij wie het meisje in behandeling is, stelt voor om haar nog een tijdje ter observatie op te nemen.
9.32u De rust is weergekeerd
'Op momenten als deze moeten onze verpleegkundigen binnen de seconde kunnen reageren', zegt Walter. 'Je kan nooit voorspellen hoe de dag zal verlopen. Neem nu afgelopen vrijdag. Toen hadden we zoveel patiënten dat we sommigen in de gang moesten leggen. Drie mensen van de vroege shift zijn toen blijven werken tot 19u. Als het echt te hectisch is, kan je niet naar huis. Daar worden weinig vragen rond gesteld.'
9.50u Dokter Beaucourt is terug. De bommelding is afgeblazen. Intussen beginnen zich druppelsgewijs patiënten aan te melden.
10.00u Op het secretariaat
10.27u Aan de inschrijvingsbalie is het rustig. Carine Van Eynde, secretaresse van dokter Beaucourt, heeft even tijd voor een praatje.
'We werken hier met acht mensen', legt ze uit. 'We zijn verantwoordelijk voor de administratie, de inschrijvingen, de telefoons, het regelen van het ziekenvervoer en het verwerken van oproepen via het radiosysteem. In de praktijk moet je veel dingen tegelijk kunnen doen én snel kunnen inschatten wat voorrang heeft. Komt er een dringende oproep binnen, dan moet je meteen alles laten vallen.'
11.00u Ongeluk op de speelplaats
11.57u Een meisje komt binnen, vergezeld van een vrouw van de schooldirectie. Ze is gevallen en heeft haar arm bezeerd. Een verpleegkundige en een arts vangen het kind op. Als even later ook mama arriveert, vloeien de traantjes. 'Op school dachten ze eerst dat het maar flauwekul was', huilt het kind verongelijkt. De foto's bewijzen het tegendeel : haar arm is gebroken.
12.00u Whiplash
12.37u Verpleegkundige Marleen Wyckaert blijft op post terwijl een aantal collega's gaan eten.
'Ik werk hier al sinds 1985', vertelt ze. 'Wat de job voor mij aantrekkelijk maakt, is de afwisseling in aandoeningen en patiënten. Het fijne is ook dat je je werk volledig kan afmaken. Je verzorgt een patiënt van het moment dat hij binnenkomt tot hij weer naar huis mag of naar een andere dienst moet. Emotioneel is het soms zwaar, vooral als een kindje het niet haalt. Maar gaandeweg leer je je daar over zetten.'
12.51u Een vrouw van 26 meldt zich aan na een kop-staartaanrijding. Haar nek voelt verkrampt aan, zegt ze. Ze krijgt een halskraag om. Een whiplash, blijkt later.
13.00u Hersenletsel
13.42u Een dringende oproep maakt in een keer een einde aan de rust : de ziekenwagen is onderweg met een twaalfjarig meisje dat is aangereden door een bromfiets. Ze heeft vermoedelijk een hersentrauma. De neurochirurg wordt verwittigd. Het team houdt zich klaar.
13.43u Het meisje wordt in zeven haasten naar de reanimatiekamer gereden. Ze is helemaal in paniek, begrijpt niet wat er gebeurt en blijft maar om hulp roepen. Een viertal verpleegkundigen houden haar in bedwang en proberen tevergeefs haar te kalmeren. Aangezien ze een paar minuten buiten bewustzijn is geweest, is de kans groot dat ze een hersenletsel heeft opgelopen. Een hersenscan moet uitsluitsel geven.
13.50u De eerste zorgen zijn toegediend en het meisje wordt naar de medium care gebracht. Kliniekhoofd dokter Veerle Schwagten kan zich weer om de andere patiënten bekommeren. 'We proberen hier altijd met vier artsen aanwezig te zijn', zegt ze. 'Maar dat lukt niet elke dag. Een enkele keer moet je als spoedarts verschillende noodsituaties tegelijk de baas kunnen. Dan komt het erop aan het werk goed te delegeren. Je zet bijvoorbeeld de behandeling van één patiënt in gang, je gaat naar de volgende en nadien kom je opnieuw kijken.'
14.00u De late shift
14.30u De verpleegkundigen van de late shift komen een voor een aan. De ploeg gaat samenzitten voor de briefing. Ook voor Stefan Brants, verpleeghulp-ambulancier, begint de werkdag. De spoed beschikt over vier wagens : de eigen klinimobiel - een soort van rijdende intensieve zorgen waarin kritische patiënten vervoerd worden -, een klinimobiel van privé-maatschappij Ambuce, een delta - een met medische apparatuur uitgeruste personenwagen waarmee de M.U.G. (Medische Urgentie Groep) uitrukt - en de patrouillewagen van het medisch rampenplan.
'De eerste keer dat je met een ambulance rijdt, is vrij stresserend', vertelt Stefan. 'Je moet wel vijftig ogen hebben. Tegelijkertijd geeft het een zekere kick dat je overal mag doorvliegen. Maar dat gaat voorbij, nu doet het mij niets meer.'
De 100-centrale bepaalt naar welk ziekenhuis een patiënt vervoerd wordt. In principe is dat het dichtstbijzijnde. Alleen de behandelende arts kan beslissen dat een patiënt beter af is een ander hospitaal, bijvoorbeeld omdat hij daar al eerder werd opgenomen.
15.00u Zelfmoordgedachten
15.20u Een wat verlopen uitziende man van in de veertig zit met verslagen blik te wachten tot hij aan de beurt is. Hij heeft een cocktail van medicijnen en alcohol binnen, is zwaar depressief en kampt - zo blijkt later - met zelfmoordgedachten. Walter neemt hem mee naar een van de boxen. Het gordijn gaat dicht. Pas uren later zal hij weer naar huis gaan, vergezeld van een opgetrommeld familielid. 'Als je op de spoed werkt, kom je onvermijdelijk in aanraking met een hoop miserie', merkt Walter op. 'Een zelfmoord, een reanimatie die slecht afloopt… Zoiets moet je kunnen verwerken. Erover praten met collega's helpt.'
16.00u Op pad met de klinimobiel
16.35u Cardioloog in opleiding Elvin Kedhi en verpleegkundige Liesbet Broeckx rijden met de klinimobiel naar het A.Z.Sint-Jozef in Turnhout om er een hartpatiënt op te pikken. De man moet dringend een hartkatheterisatie ondergaan. Met loeiende sirenes laveert de ziekenwagen door de files op de Antwerpse ring. Wagens wijken bereidwillig uit naar bermen en pechstroken. Het regent pijpenstelen.
17.00u Overdosis medicijnen
17.55u De klinimobiel is terug. De patiënt uit Turnhout, een man van in de zeventig, wordt op een brancard de spoed binnengereden. Hij wordt meteen naar het katheterisatielabo gebracht.
Op de spoed zijn de patiënten intussen blijven toestromen. Een dame van rond de vijftig werd door haar man binnengebracht nadat ze de derde keer die maand een zelfmoordpoging heeft ondernomen. De medicijnen die ze heeft ingenomen zijn gelukkig weinig schadelijk, zodat een maagspoeling niet nodig is. Ze blijft een nacht ter observatie. De anaesthesist die haar onderzocht heeft, hoopt haar te kunnen overtuigen om met een psychiater te praten. 'Zodat ze hier geen vierde keer staat.'
18u Mee met de M.U.G.
18.31u De klinimobiel rijdt opnieuw uit om in een ander Antwerps ziekenhuis een dame met een acuut hartinfarct op te halen.
18.36u Dringende oproep: op de Boniverlei in Edegem is een jonge fietster aangereden. De M.U.G. (Medische Urgentie Groep) rukt uit. Verpleegkundige Tom Argeerts rept zich naar de delta, een paar ogenblikken later voegt anaesthesist Philippe Vets zich bij hem. Tom rijdt met een rotvaart naar de plaats van het ongeval.
18.42u De delta is een paar seconden na de ambulance ter plaatse. Het slachtoffer, een meisje van een jaar of veertien, is op aanraden van een getuige stil op de grond blijven liggen. Het regent nog altijd. Een paar meter verder staat de wagen die haar heeft aangereden. De voorruit is in stukken uit elkaar gebarsten. De klap in aanmerking genomen, lijkt het meisje er goed vanaf gekomen te zijn. Ze heeft pijn aan haar linkerbeen, maar lijkt verder in orde. Ze krijgt een halskraag om en wordt in de ambulance gelegd. Haar moeder - het ongeval gebeurde vlak bij huis - stapt mee in de delta.
18.54u De ambulance en de delta rijden opnieuw de UZA-parking op. Het meisje wordt naar de reanimatiekamer gereden, waar foto's worden genomen van haar hals, borstkas en bekken. Ze blijft er opvallend kalm onder. Tot de verpleegkundige een paar bloedstalen wil nemen. 'Oh nee, geen naald', huilt ze. Haar moeder houdt haar hand vast, maar niets gekort : ze schreeuwt het uit.
Als bij wonder lijkt ze nauwelijks verwondingen te hebben. Ze zal nog 24 uur in observatie blijven.
19u Mama in tranen
19.24u Een jonge moeder brengt haar twee weken oude baby binnen. De kinderarts neemt mama en het kleintje mee naar de kinderbox. Het kindje blijft een half uur lang onophoudelijk huilen. Tegen dat papa is aangekomen, heeft de arts besloten dat de baby best wordt opgenomen. De moeder ziet dat helemaal niet zitten en barst in tranen uit.
19.40u Een jongetje in voetbaloutfit wordt binnengebracht door mama en papa. De foto's brengen geen goed nieuws: hij heeft een lelijke breuk opgelopen.
19.44u De patiënt uit Turnhout wordt opnieuw de spoed binnengereden. Hij heeft een stent gekregen en zal nog een tweetal dagen op de chest pain unit verblijven.
19.59u Twee politie-agenten komen informeren naar de toestand van de aangereden fietster. De arts die haar mee onderzocht heeft, verzekert hen dat het er goed uitziet.
Een verpleegkundige die al uren in het getouw is, vindt eindelijk wat tijd om te eten. Nog een paar uur, en de nachtploeg is daar.
Zuurstofkuur in de caisson
De spoed van het UZA beschikt sinds 1997 over een hyperbare kamer, ook wel caisson genoemd. Dat is een soort van grote tank waarin patiënten onder verhoogde druk zuurstof krijgen toegediend. Een behandeling die onder meer wordt toegepast bij duikongevallen, CO-intoxicatie, slecht genezende wonden of hardnekkige ontstekingen van het beenmerg.
'Twee keer per dag is er een sessie', legt caissonverpleegkundige Kris Peelaers uit. 'Sommige patiënten zijn in het begin wat angstig, vandaar stellen we hen altijd gerust en leggen we vooraf precies uit wat hen te wachten staat. Er gaat sowieso een verpleegkundige mee om de patiënten te installeren. Is het voor iemand zijn eerste 'duik' of gaat het om een kritisch patiënt, dan blijft deze de hele tijd aanwezig. Tijdens de sessie kunnen we via een intercomsysteem gewoon met de patiënten communiceren. Zij kunnen intussen muziek beluisteren of wat lezen. De meesten ondervinden hebben geen problemen tijdens de behandeling.' In noodgevallen - zoals bij een ernstig duikongeval of acute CO-intoxicatie - wordt er een extra sessie ingelast of wordt de aan de gang zijnde behandeling onderbroken.
'Soms werpt een behandeling spectaculaire resultaten af', weet Kris. 'We hebben al meegemaakt dat een man van aan zijn middel verlamd was na een duikongeval. Na een paar sessies kon hij weer lopen.'
Meer plaats en comfort op de spoed
Ten tijde van ons bezoek zijn de verbouwingen nog volop aan de gang. De capaciteit van de spoed wordt maar liefst verdubbeld : van negen naar achttien bedden.
'De nood aan meer bedden hangt onder meer samen met de nieuwe benadering van hartproblemen', legt diensthoofd dokter Luc Beaucourt uit. 'Sinds een tweetal jaar heeft het UZA een zogenaamde chest pain unit, waar patiënten met pijn in de borst terechtkunnen voor een snelle diagnose en behandeling. Patiënten met zorgwekkende symptomen belanden binnen het half uur op de onderzoekstafel. De opvang en de triage van deze patiënten gebeurt op de spoed. Een uitbreiding was dan ook noodzakelijk. Van de achttien bedden, worden er tien voor de chest pain unit gereserveerd.'
De nieuwe spoed telt meer onderzoeksboxen, heeft twee boxen voor kinderen in plaats van één - mét speelhoekje - en beschikt over een tweede reanimatiezaal. De secretariaatsmedewerkers en de verpleegkundigen zitten achter één grote balie, wat de opname van patiënten moet vereenvoudigen. De opnameboxen worden met radio en televisie uitgerust, zodat minder zieke patiënten een beetje afleiding hebben.
Nieuw zijn ook de twee gesprekslokalen, waar familieleden van kritische patiënten in alle rust op nieuws kunnen wachten. Tenslotte zijn er ook plannen om een radiologiezaal naar beneden te verhuizen. Patiënten moeten dan niet meer naar de tweede verdieping voor röntgenfoto's, wat het comfort een stuk zal verhogen.
Spoed ook buiten het UZA actief
De activiteiten van de spoed spelen zich ook buiten de ziekenhuismuren af. Zo stuurt de dienst in geval van acute medische noodsituaties een M.U.G. (Medische Urgentie Groep) uit. Dat is een team van een arts en een verpleegkundige die zijn uitgerust om de patiënt ter plaatse levensreddende medische zorgen toe te dienen. Daarnaast gaan de spoedmedewerkers regelmatig kritische patiënten oppikken in andere ziekenhuizen. Verder verzorgt de spoeddienst samen met twee andere ziekenhuizen de repatriëringen voor VAB, wordt er ondersteuning verleend bij massamanifestaties en kan bij chemische ongevallen een deskundig team ter plaatse worden gestuurd.
Dokter Luc Beaucourt is naast diensthoofd ook directeur medische hulpverlening voor het provinciaal rampenplan, wat betekent dat hij bij rampsituaties uitrukt om indien nodig op te treden.
'En verder blijven verkeersongevallen mijn grote dada', zegt diensthoofd dokter Beaucourt. 'Bij een ernstig ongeval ga ik indien mogelijk mee ter plaatse kijken. Op die manier probeer ik ook te achterhalen wat er op het vlak van verkeersveiligheid kan verbeteren.'
Spoed enkel voor noodgevallen
De naam spoed zegt het al: de dienst is bedoeld voor wie met een medisch probleem geconfronteerd wordt dat zo dringend is dat er geen tijd is om een beroep te doen op de huisarts of de wachtdiensten. Toch melden zich regelmatig patiënten aan met aandoeningen die perfect door de huisarts of een specialist behandeld kunnen worden: van nekpijn die al een paar weken aansleept tot zelfs tandpijn of een doodgewone wespensteek. Dat soort misbruiken zorgt voor overbelasting en onnodig lange wachttijden. Krijg je echt met een noodgeval te maken, rijd dan niet zelf naar de spoed maar bel de 100. Zo kan de toestand van de patiënt al thuis gestabiliseerd worden en voorkom je dat je een gevaar op de baan bent. De spoed behandelt patiënten met een acute aandoening altijd eerst. Dat verklaart waarom iemand met een minder dringend probleem soms lang moet wachten en 'voorbijgestoken' wordt door andere patiënten.
Getuigenissen patiënten
Louis (76): zona op het oog
Louis Vercammen (76) uit Antwerpen kwam afgelopen najaar twee keer op de spoed terecht.
'In oktober kreeg ik van mijn huisarts antibiotica voorgeschreven voor een zogezegde sinusitis. Maar de volgende morgen was ik misselijk en kon ik niets meer eten of drinken. De huisarts verwees mij naar de spoed en belde een ziekenwagen op', vertelt hij.
Op de spoed van het UZA werd Louis binnen de tien minuten door een dokter onderzocht, die een huidspecialist liet komen. Die stelde een zona op het oog vast.
Louis kreeg een infuus met medicijnen tegen de pijn en het braken. Nadien verbleef hij nog acht dagen op de afdeling dermatologie.
'Maar terug thuis bleef ik pijn hebben aan mijn oog', vervolgt Louis. 'De oogarts kon nochtans geen letsels meer vaststellen. Volgens haar ging het om zenuwpijnen. Omdat ik in de pijnkliniek niet meteen een afspraak kon krijgen, schreef mijn huisarts mij eind november een pleister met morfine voor. Maar de volgende morgen ging het weer mis: ik moest voortdurend braken en kon geen eten of drinken binnenhouden. Opnieuw verwees de huisdokter me naar de spoed.'
Deze keer ging Louis op eigen kracht naar de spoed, en moest hij iets langer wachten.
'Ik ben er om 22.15u aangekomen, en kreeg rond 23u een dokter te zien. Tegen 23.15u heb ik een infuus met een antibraakmiddel en een pijnstiller gekregen. Een arts van de pijnkliniek heeft me aangepaste medicatie voorgeschreven.' Louis hoopt dat het ergste nu voorbij is.
'Maar ik moet wel zeggen dat ik twee keer heel professioneel ben opgevangen', besluit hij. (De naam van de patiënt is fictief.)
Freddy (53): hartinfarct
Freddy Claes (53) uit Hemiksem kreeg een aantal maanden geleden opeens erge pijn in zijn borst. De dokter kwam erbij en raadde hem aan stante pede naar de spoed te gaan. 'Mijn zoon heeft me gebracht', vertelt hij. 'Intussen werd het UZA via een telefoontje op de hoogte gebracht van mijn komst. Toen ik eraan kwam, stonden ze al klaar om mij naar de spoed te rijden en werd ik ogenblikkelijk geholpen door een arts en een verpleegkundige. Zij hebben een cardiogram gemaakt, waaruit bleek dat mijn aders aan het dichtslibben waren. Ik had een hartinfarct gekregen. Ze hebben me een injectie gegeven en mij meteen naar het operatiekwartier gebracht.'
Tijdens een ingreep die een drietal uur duurde, werden Freddy's aders opnieuw vrijgemaakt met stents. Na een opname van negen dagen mocht hij weer naar huis.
'Nog een geluk dat ik voor het overige helemaal gezond was', blikt Freddy terug. 'Over de opvang ben ik heel tevreden. Iedereen was vriendelijk en gedienstig. Maar ja, ik ben dan ook gene zagepiet.'
