Ventilatiedeskundige: extra zuurstof en een kopje koffie

Patiënten die bij hun ademhaling ondersteuning nodig hebben van een machine, krijgen van ventilatiedeskundige Christina Haesendonckx hulp bij elke stap. Van de eerste keer ademen via het apparaat tot zelf het toestel bedienen in hun eigen huis.
 

08:30
Ik start mijn dag met een briefing op de afdeling longziekten. Ademhalingsondersteuning gebeurt vooral bij mensen met ALS of andere spierziekten en bij mensen met ernstige longziekten zoals chronisch obstructief longlijden (COPD). Mijn collega’s en ik zijn dus in het hele ziekenhuis actief.
 
08:45
Ik doe mijn ronde langs de patiënten op de afdeling longziekten om te vragen hoe de nacht is verlopen. Een van hen heeft een wondje door het beademingsmasker, voor hem zal ik straks een masker met een andere pasvorm halen. Voor het wondje schakel ik de hulp in van een wondzorgverpleegkundige.
 
09:30
Op de computer lees ik de gegevens van de beademingstoestellen uit. Zo weet ik welke druk de toestellen nodig hadden om de patiënten voldoende zuurstof en CO te laten uitwisselen en hoe frequent de patiënten nog zelf ademen. Dat is ook belangrijk voor verdere beslissingen, zoals welk toestel we kunnen aanraden voor thuisbeademing.
 
10:30
Een ALS-patiënte moet voor het eerst ademhalingsondersteuning krijgen. Die stap achteruit valt haar zwaar, dus ik neem de tijd om naar haar verhaal te luisteren. Overschakelen op ademhalingsondersteuning is voor veel mensen niet evident. Gelukkig krijgen ze meestal wat extra energie en zien ze gauw de voordelen.
 
12:00
Stafoverleg: samen met de longartsen overlopen we alle patiënten. We bespreken niet alleen de medische aspecten, maar ook de context van de patiënt. Om thuisbeademing op te starten, is er steun van de omgeving nodig. Als dat niet kan, moeten we naar een andere oplossing zoeken, bijvoorbeeld een opname in een zorginstelling.
 
13:00
Tijd voor een korte lunchpauze met de andere ventilatiedeskundigen. We zijn de hele dag door zo druk bezig dat we elkaar nauwelijks zien. Daarom maken we er over de middag altijd een gezellig moment van.
 
14:00
Aan een patiënt die straks naar huis mag, leer ik hoe hij het toestel moet bedienen en hoe hij het masker moet positioneren op zijn gezicht. Hij krijgt ook informatie mee over het onderhoud en de verdere opvolging en ik geef hem uitleg over de terugbetaling via de mutualiteit. Dat regelen we voor hem zodat hij zich verder geen zorgen hoeft te maken. Daarna overloop ik voor de zekerheid nog eens de noodnummers die hij kan bellen als het toestel plots niet meer zou werken of een alarmsignaal zou geven.
 
15:20
Ik doe een wandeltest bij een patiënt die nog mobiel is. Na zes minuten wandelen blijken zijn zuurstofwaarden te laag. Als hij actief wil blijven, zal hij toch een mobiele zuurstofconcentrator nodig hebben. Ik vul alvast de nodige documenten in voor terugbetaling door de mutualiteit.
 
16:30
Een van onze ALS-patiënten moet geopereerd worden. Ik ben aanwezig bij de operatie omdat ik als ventilatiedeskundige heel goed weet wat dergelijke patiënten nodig hebben. De operatie loopt wat uit, maar daar ben ik op voorbereid. Als verpleegkundige kijk je niet op de klok, je wil er zijn voor je patiënten.
 
04:30
Een patiënte kreeg thuis problemen met haar beademingstoestel. Ik ben van wacht, dus ik spring in mijn auto. Ik passeer eerst in het UZA en neem alvast alle mogelijke reserveonderdelen mee. Eens aangekomen blijkt het probleem de zuurstofconcentrator. Ik installeer snel een nieuwe en na een hartelijk dankjewel en een kopje koffie vertrek ik weer naar huis, nog net op tijd voor het ontbijt en de nieuwe werkdag.

Bron: maguza.be