ASO of assistent?

In het UZA werken heel wat artsen-specialisten in opleiding, ook wel assistenten genoemd. Het zijn artsen die hun diploma geneeskunde al haalden, maar nog bezig zijn met hun opleiding tot specialist. Je herkent ze aan de afkorting ASO op hun badge.
 
Heeft een assistent wel voldoende ervaring?
Assistent word je niet zomaar. Er is een strenge selectieprocedure door het opleidingscollege van stagemeesters van het UZA en de ziekenhuizen uit het opleidingsnetwerk. We werken daarvoor samen met het Instituut voor Ziekenhuisspecialisten Opleiding, dat verbonden is aan de Universiteit Antwerpen en het UZA. De opleiding tot specialist duurt bovendien vier à zes jaar, afhankelijk van het specialisme. In het begin zal een assistent vooral observeren en helpen, later kan hij of zij ook zelfstandig consultaties doen en behandelingen uitvoeren. Maar hij of zij staat er nooit helemaal alleen voor. Een assistent overlegt altijd met de specialist, ook al krijg je die als patiënt soms niet of maar kort te zien.
 
Mag een assistent operaties doen?
Een assistent leert zijn beroep stap voor stap. Bij operaties zal een assistent eerst meekijken over de schouder van de specialist. De volgende stappen zijn: de specialist assisteren, een kleine stukje van de operatie zelf doen en een eenvoudige ingreep zelfstandig uitvoeren. De specialist helpt bij elke stap en stuurt bij waar nodig. Een stagemeester houdt bij welk leertraject de assistent al afgelegd heeft en waar hij of zij al dan niet klaar voor is.
 
Waarom werkt het UZA met assistenten?
Het UZA is een opleidingsziekenhuis. Daardoor werken er hier wat meer assistenten dan gemiddeld. Alleen zo kunnen de specialisten van het UZA hun jarenlang opgebouwde ervaring doorgeven aan de volgende generatie. Assistenten doen trouwens vaak ook wetenschappelijk onderzoek. Zo helpen ze mee aan de ontwikkeling van de medische wetenschap.

Bron: maguza.be