Marie - door Katty Allaert

Het was jaren geleden dat ik haar had gezien. 92 is ze nu, ze loopt gebogen en is zichtbaar gekrompen. Haar ogen zijn helder gebleven. Ze strompelt de kerk binnen, achter de kist van haar man. Ze zijn 70 lange jaren heel gelukkig getrouwd geweest, zij en haar Toon. Toen hij met pensioen ging, zijn ze de stad ontvlucht. Ze kochten een huisje op het platteland, zonder trappen, vooruitziend naar hun oude dag. Zo hebben ze dertig jaar kunnen genieten van de rust en van elkaars gezelschap.
Hun mooie oude dag is afgebroken door de hersenbloeding van Toon. Nu zit Marie naast zijn kist, samen met de kinderen en de kleinkinderen. De kinderen ondersteunen haar, letterlijk. De kleinkinderen steunen met mooie woorden voor opa. De achterkleinkinderen hebben nog geen benul van afscheid nemen en springen rond in een poging de wierookdampen rond de kist te vangen. Leven en dood, jong en oud, kinderen en kleinkinderen … Het is het portret van haar leven, een mooi en troostend portret.
Voor Marie is dit het begin van nog meer afscheid nemen. Niet alleen haar man Toon moet ze vaarwel zeggen, ook hun leven samen, hun huis … In het huis wil ze nog enkele dagen alleen zijn. Dan verhuist ze naar het rusthuis, zegt ze. Ze is bevoorrecht, want ze krijgt een serviceflat in een betere residentie. De verzorging is prima, het eten lekker … En toch, voor haar is dit na het overlijden van haar man, het grootste verlies in haar leven.
De nieuwe serviceflat is voor Marie allesbehalve vanzelfsprekend. Een maand geleden runde ze nog zelf haar huishoudentje. Niet meer zoals vroeger, maar ze was tenminste baas in eigen huis. Nu zit ze te wachten, vertelt ze. ’s Morgens op de verpleegkundige die haar komt wassen, wachten op het middageten, op de koffie, op het pilletje voor een betere nachtrust. En toch geniet Marie zichtbaar van het koekje bij haar koffie. Het leven is goed voor haar geweest en ze berust in het idee dat dit haar laatste halte is. Waar ze wacht tot we ook van haar afscheid zullen nemen. 

Bron: maguza.be