<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-15" ?>
<rss version="2.0" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
<channel>
	<title>magUZA - actueel</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/rss</link>
	<description>
		<![CDATA[
		magUZA - zorgmagazine van het universitair ziekenhuis antwerpen
		]]>
</description>
	<image>
		<title>magUZA - actueel</title>
		<url>http://www.maguza.be/modules/core/layout/images/rss2.gif</url>
		<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/rss</link>
	</image>
	<lastBuildDate>Fri, 18 May 2012 17:56:15 +0200</lastBuildDate>
	<pubDate>Fri, 18 May 2012 17:56:15 +0200</pubDate>
	<generator><![CDATA[Fork CMS]]></generator>
<atom:link href="http://www.maguza.be/nieuws/p/rss" rel="self" type="application/rss+xml" /><item>
	<title>Bijna 20 procent jongeren hoort constant pieptoon</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/bijna-20-procent-jongeren-hoort-constant-pieptoon</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Achttien procent van alle jongeren heeft constant een pieptoon in zijn oren door naar te luide muziek te luisteren of aan te veel lawaai te worden blootgesteld. Dat blijkt uit een grote studie van de universiteit van Antwerpen bij 4.000 jongeren.</strong></p>
<p>Uit het nieuwe onderzoek blijk dat dat veel mensen die irritante tonen horen. Acht op de tien jongeren hebben last van oorsuizingen. "Bij bijna twee op de tien gaat het zelfs om een permanente pieptoon, of tinnitus", zegt prof. dr. Paul Van de Heyning van het UZ Antwerpen.</p>
<p>Vooral na het uitgaan horen veel jongeren een pieptoon. Dokters raden dan ook aan om oordopjes te dragen op fuiven of plekken waar er luide muziek is. Nauwelijks vijf op de honderd jongeren gebruiken oordopjes als ze uitgaan.</p>
<p>Volgens audioloog Ivan Dierckx is er geen echte therapie. Alleen leren leven met de fluittoon en trucjes, zoals muziek opzetten. "Dan merk je dat de muziek een stukje in competitie gaat met de irritante luidheid van de tinnitustoon, waardoor de mensen inderdaad het geluid makkelijker accepteren. Er treedt dan een zekere gewenning op", aldus Dierckx.</p>
<p>Bron: Belga, 15 mei 2012.</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 16 May 2012 11:53:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Robby Lancel]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[n.k.o.]]></category>
	<category><![CDATA[neuromodulatie]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/bijna-20-procent-jongeren-hoort-constant-pieptoon</guid>
	</item>
<item>
	<title>Steeds meer Belgen staan organen af</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/steeds-meer-belgen-staan-organen-af</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Voor het eerst in lange tijd is het aantal orgaandonoren in Belgi&euml; gestegen. In vergelijking met 2010 transplanteerden artsen gemiddeld 22% m&eacute;&eacute;r organen. Experts verwachten dat de trend zich de komende jaren zal blijven verderzetten. Logisch gevolg: de wachtlijsten worden alsmaar korter en steeds meer pati&euml;nten krijgen letterlijk een tweede leven.<br /></strong></p>
<p>Terwijl het aantal orgaandonoren de laatste jaren in ons land tot 2010 stagneerde, deed er zich vorig jaar een opmerkelijke stijging voor met 22 procent, tot het recordaantal van 29,7 donoren per miljoen inwoners. Het aantal beschikbare harten steeg tot 71 (67 in 2010), longen tot 201 (197), levers tot 281 (228), nieren tot 482 (408) en alvleesklieren tot 62 (40). In december 2011 stonden er in ons land nog 1.174 pati&euml;nten op de wachtlijst voor transplantatie, tegen 1.204 het jaar ervoor.</p>
<p><strong>Kortere wachtlijst</strong></p>
<p>"Met dank aan het ministerie voor Volksgezondheid", zegt transplantatiechirurg Geert Roeyen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. "Tot voor kort waren het enkel de grote of universitaire ziekenhuizen die organen leverden, maar nadat ook de kleinere en regionale ziekenhuizen uitdrukkelijk gevraagd werden mee te werken, nam het aantal transplantaties plots toe. Ook daar wordt men geconfronteerd met pati&euml;nten die hersendood zijn, maar zolang men er het belang van orgaandonaties niet inzag, bleven die kansen liggen. Dat is nu veranderd, en ook voor 2012 ziet het ernaar uit dat de cijfers in de lift zitten. Goed nieuws, want de wachtlijsten worden steeds korter." Enkel de wachtlijst voor longtransplantaties werd iets langer, maar een verklaring daarvoor is er niet. Al blijft het opmerkelijk dat er &uuml;berhaupt nog wachtlijsten z&iacute;jn, aangezien elke Belg na zijn dood automatisch orgaandonor wordt, tenzij hij voor z'n overlijden schriftelijk verzet aantekende. "Dat is de wet, maar niet de praktijk", zegt dokter Roeyen. "Bij een overlijden wordt de partner of de familie nog steeds betrokken bij de beslissing. Dat doen we een beetje onder druk van de publieke opinie, maar tegelijk ook uit respect voor het verdriet van de nabestaanden. Als die mensen 'nee' zeggen, is het 'nee' - zelfs al sprak de donor zich er zelf niet over uit. We zullen nooit familieleden verplichten, wat de wet ook zegt. In veel gevallen gaan de nabestaanden akkoord, maar het gebeurt nog steeds dat de familie weigert. Ook al zien wij als artsen er wel de noodzaak van in, toch respecteren we de beslissing. Bovendien, als de familie akkoord gaat, kunnen we niet steeds alle organen gebruiken. De meeste hebben een maximumleeftijd. Voor een pancreas en hart is dat bijvoorbeeld 40 tot 45 jaar, voor nieren 60 &agrave; 65 jaar. Met een verouderende bevolking blijft het ondanks de hoopgevende trend toch knokken om aan de vraag tegemoet te komen."</p>
<p><strong>Verzet neemt af</strong></p>
<p>Het ministerie van Volksgezondheid ziet nog een andere reden voor het succes. "Jaren geleden werd de registratiewebsite www.beldonor.be gelanceerd, waardoor mensen het makkelijker kregen om zich te registreren als donor", zegt minister Laurette Onkelinx. "In 2005 hadden we amper meer dan 30.000 namen op de lijst. Dankzij de campagnes uit het verleden groeide dat aantal tot 133.800, een record. Tegelijk zette zich ook een daling in bij het aantal personen dat zich kantte tegen orgaandonatie. Die lijst kromp in zeven jaar tijd van 193.000 tot 188.208. De wachtlijsten zijn daarmee nog niet weggewerkt, maar ze worden wel steeds korter."</p>
<p>Bron: Het Laatste Nieuws, 14 mei 2012.</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Mon, 14 May 2012 13:03:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Robby Lancel]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[transplantatie heelkunde]]></category>
	<category><![CDATA[transplantaties]]></category>
	<category><![CDATA[transplantaties: longen]]></category>
	<category><![CDATA[transplantaties: nier-lever-pancreas]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/steeds-meer-belgen-staan-organen-af</guid>
	</item>
<item>
	<title>Bijslapen in het weekend is ongezond</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/bijslapen-in-het-weekend-is-ongezond</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Langer slapen in het weekend kan het slaaptekort van de voorbije week niet compenseren. Integendeel, bijslapen is nefast voor de gezondheid. Professor Johan Verbraecken (UZA) geeft meer uitleg.</strong></p>
<p>Een tekort aan slaap of een verstoring van de slaap vergroot het risico op het krijgen van suikerziekte en overgewicht. Dat stelt Paulien Barf in haar doctoraatsstudie aan de Rijksuniversiteit van Groningen in Nederland. Barf onderzocht het effect van een chronisch slaaptekort bij ratten en kwam tot de vaststelling dat de diertjes sneller diabetes ontwikkelden. Eerst vermagerden de ratten, maar nadien nam hun gewicht toe tijdens de periodes van rust.<br /><br />De afwisseling van slaaptekort en herstelslaap gebeurt vaak bij mensen. Die continue afwisseling kan op termijn nefast zijn. 'Mensen met een slaaptekort hebben een verhoogd risico op diabetes en lage bloeddruk. Maar ook te veel slapen is ongezond, want het kan leiden tot hartstoornissen en cardiale problemen', zegt professor Johan Verbraeken van het Slaapcentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.<br /><br />'Een nacht bijslapen tijdens het weekend helpt niet. Wie gedurende de week bijvoorbeeld tien uur te weinig sliep, kan dat niet inhalen met tien uur langer in het weekend te slapen. Twee &agrave; drie uur langer slapen moet ruim volstaan. Maar de vuistregel is dat je het slaapritme niet mag verschuiven. Daarbij is het tijdstip van opstaan belangrijker dan het uur waarop je gaat slapen. De mens heeft een regelmatige slaap nodig om goed te functioneren', zegt professort Verbraecken.</p>
<p>Bron: Het Nieuwsblad 06/05/2012<strong><br /></strong></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Mon, 07 May 2012 10:50:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Robby Lancel]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[slaapcentrum]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/bijslapen-in-het-weekend-is-ongezond</guid>
	</item>
<item>
	<title>Beter voorkomen dan genezen</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/beter-voorkomen-dan-genezen</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Het leven van zowat 900.000 Belgen wordt overschaduwd door zware pijn. Met een combinatie van medicijnen, technologie en psychologie proberen ze te overleven. Maar (voltijds) werken zit er vaak niet meer in. Dat is een dure zaak: chronische pijn kost ons land jaarlijks 11,6 miljard euro. En de toekomst ziet er slecht uit, want kenners voorspellen een heuse pijnepidemie. Een op de vier Belgen zou last hebben van aanhoudende pijn. 'Maar we moeten dat cijfer toch relativeren', zegt professor Guy Hans, medisch co&ouml;rdinator van het multidisciplinair pijncentrum van het UZA.</strong></p>
<p>'Alsof je er een naald insteekt. Zo voelen de pijnscheuten boven mijn rechterknie. Soms drie, vier keer per uur. Dan knijp ik eens in mijn knie, tot het weer over gaat.' Willy Lammens (72) was vroeger een fitte leraar die zelfs marathons liep. Maar dertien jaar geleden viel hij uit een boom, waardoor hij in een rolstoel belandde. Een zware klap, maar de aanhoudende pijn maakt het nog moeilijker. 'Na mijn val ben ik geopereerd aan mijn rug. Tijdens de revalidatie dook er ineens vreselijke zenuwpijn op, aan mijn zitvlak en mijn knie. Dus ben ik naar het Leuvense pijncentrum gegaan. Ik hoopte natuurlijk dat ze me van al mijn pijn zouden verlossen, maar dat is helaas niet helemaal gelukt. Aan mijn zitvlak ben ik gelukkig w&eacute;l pijnvrij, daarvoor neem ik antidepressiva. Om hun bizarre bijwerking: ze helpen tegen zenuwpijn.' Voor de pijnscheuten aan zijn knie hebben de dokters ook naar oplossingen gezocht - een systeem van elektrische prikkels - maar dat vond Willy te omslachtig. 'Ik schuif er nu een strak verband over, dat helpt al een beetje. En ik heb vooral leren leven met de pijn. Dat was een lang aanvaardingsproces. Maar je hebt geen andere keuze. Ik zou ook zware pijnstillers kunnen nemen, maar dan leef je als een zombie.'</p>
<p>Uit een recent rapport van het Amerikaanse Institute of Medicine blijkt dat ruim 100 miljoen Amerikanen kampen met chronische pijn. Verschillende Europese studies houden het op een kwart van de bevolking. Een op de vier Belgen zou dus last hebben van aanhoudende pijn. 'Maar we moeten dat cijfer toch relativeren', zegt professor Guy Hans, medisch co&ouml;rdinator van het multidisciplinair pijncentrum van het UZ Antwerpen. 'Als je mensen (telefonisch) ondervraagt, dan zegt inderdaad ongeveer een op de vier dat hij of zij regelmatig met pijn wordt geconfronteerd. Maar gelukkig kunnen veel mensen die pijn perfect zelf bestrijden: alleen, of met de hulp van een kinesist of osteopaat. Slechts een minderheid heeft medische hulp nodig. Bij ongeveer 900.000 mensen blijft de pijn maandenlang aanhouden, zij worden echt gehinderd in hun dagelijkse leven. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het aantal zware pijnpati&euml;nten hoger ligt dan het aantal pati&euml;nten met kanker, diabetes en hartziekten samen.' En in de toekomst zal dat aantal nog toenemen. Hans verwacht zelfs een heuse pijnepidemie. 'Door de vergrijzing hebben meer mensen last van slijtage en diabetes, wat de zenuwen kan aantasten. Maar ook het stijgende aantal kankers zorgt voor meer chronische pijn. Veel mensen overleven die ziekte, maar houden er blijvende pijnklachten aan over. Daardoor daalt hun levenskwaliteit enorm.'</p>
<p>Je mag nog zoveel nuanceren als je wilt, negenhonderdduizend mensen: dat blijft veel. En toch is er bijzonder weinig begrip voor chronische pijn, vertelt Willy Lammens. 'Mensen begrijpen niet wat het betekent, zenuwpijn. Ik kende het vroeger ook niet. Na het ongeval waren mijn benen verlamd en stilaan kwam het gevoel terug. Goed nieuws, zou je denken. Maar met dat gevoel kwam er ook die pijn. Onzichtbare pijn.' Het is inderdaad heel moeilijk om te begrijpen, zegt Guy Hans. 'Acute pijn is een waarschuwing van je lichaam: als je bijvoorbeeld in je vinger snijdt, dan stuurt je zenuwstelsel een prikkel door naar je hersenen. Zodat je iets aan dat letsel zou doen. Maar dat hele pijnsysteem kan op hol slaan: zo ontstaat chronische pijn. Dan is er geen concrete oorzaak meer - en hoeft er dus ook niet te worden gewaarschuwd - maar de hersenen blijven signalen binnenkrijgen en je blijft dus pijn voelen. Je hersenen kunnen zelfs voorgoed veranderen: ze interpreteren &eacute;lke prikkel die op een bepaalde plek binnenkomt als pijn. Dus ook een aanraking kan vreselijke pijnscheuten veroorzaken.'</p>
<p>Chronische pijn kun je dus beter voorkomen dan genezen, zegt Hans. 'Neem acute pijn altijd se-rieus, ook als het niet zo ernstig lijkt. En behandel het zo agressief mogelijk. Mensen die na een zware operatie weigeren om pijnstillers te nemen - omdat ze zich sterk willen houden - nemen een onverantwoord risico.'</p>
<p>Maar voor duizenden mensen is preventie te laat. Zij kunnen terecht in verschillende pijncentra. In vijfendertig Belgische ziekenhuizen vind je een multidisciplinair pijnteam en er zijn ook negen gespecialiseerde referentiecentra. Een daarvan hoort bij het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) in Genk en kreeg onlangs de internationale Excellence in Pain Practice Award. Aan het hoofd staat dokter Jan Van Zundert. 'Als een pati&euml;nt naar ons wordt doorverwezen, dan kijken we eerst of er echt geen onderliggende oorzaak is die we kunnen wegnemen. Meestal is dat niet het geval. Dan zoeken we dus naar manieren om de pijn te verlichten.' Veel mensen hopen op een wondermiddel, maar dat bestaat meestal niet, zeker niet als de pijn al lang aanhoudt. Hoe langer, hoe moeilijker. Maar in de meeste gevallen kan de pijn wel verlicht worden, door een combinatie van technieken. 'Ten eerste is er medicatie. Er zijn de typische pijnstillers, waarvan morfine de bekendste en meteen ook de zwaarste is. Vroeger kregen alleen kankerpati&euml;nten dat medicijn, maar nu kunnen ook andere pijnpati&euml;nten het nemen. Maar alleen onder strikt toezicht en als er geen alternatieven zijn. Want er blijven neven-effecten en soms is er een risico op verslaving. Naast pijnstillers gebruiken we ook antidepressiva en anti-epileptica. Die hebben een opmerkelijke nevenwerking: ze bestrijden zenuwpijn.'</p>
<p>Naast medicatie zijn er nog andere methodes om pijn te verlichten, legt Van Zundert uit. 'Er zijn de zogenaamde infiltraties of 'prikbehandelingen': met cortisonespuitjes of elektrische impulsen blokkeren we bepaalde zenuwen, zodat ze geen prikkels meer kunnen doorsturen naar de hersenen. Dat neemt maximaal een uurtje in beslag, maar het effect blijft soms maanden tot jaren duren.' En als laatste stap is er nog de neuromodulatie. Daarvoor wordt een elektrode ingeplant rond het ruggenmerg, die verbonden is met een batterij. 'Zo worden er elektrische prikkels in de zenuwen gestuurd, waardoor die in de war raken en geen signalen meer doorsturen naar de hersenen.' Maar als regel geldt: hoe minder ingrijpend, hoe beter. Zware rugoperaties worden beter vermeden, want ze kunnen de zenuwen nog meer beschadigen. Waardoor er n&oacute;g meer pijn ontstaat.</p>
<p>In de afgelopen twintig jaar is er veel wetenschappelijk onderzoek verricht, waardoor artsen beter weten welke therapie werkt voor welke pati&euml;nt. Maar de pijn helemaal laten verdwijnen, lukt zelden. Daarom wordt er in pijncentra niet alleen gefocust op de medische kant, maar ook op psychologische en sociale aspecten. Mensen moeten hun pijn leren accepteren, zegt professor Jacques Devulder, diensthoofd van de pijnkliniek van het UZ Gent. 'Psycho-logen kunnen hen hierbij helpen, met cognitieve gedragstherapie bijvoorbeeld. Pati&euml;nten moeten zich proberen te concentreren op positieve dingen. Technieken als mindfulness en zelfhypnose kunnen daarbij helpen. Dat zijn allemaal geen wondermiddelen, maar in combinatie met medische oplossingen kunnen ze het leven van pijnpati&euml;nten veel draaglijker maken.'</p>
<p>Ook Ann Schelkens (58) moest haar lot leren aanvaarden. Tien jaar geleden begon ze met een eigen zaak, iets waar ze al jaren van droomde. Maar drie jaar later moest ze die droom weer opbergen. Ze hield het niet uit, door de aanhoudende pijn. 'Het begon heel onopvallend, met pijn in mijn benen. Wat wil je, als je hele dagen moet staan? Maar de volgende dag kreeg ik pijn in mijn rug, in mijn armen... Na een tijdje sloop het in al mijn spieren en gewrichten, wat ik ook deed.' Eerst trok Ann ermee naar de huisarts, daarna begon ze specialisten af te lopen. 'Iedereen vond wel wat kleine probleempjes, maar nooit iets wat de algemene pijn kon verklaren. Dat is vreselijk: alsof ik daar komedie stond te spelen!' Na enkele jaren kreeg ze van een specialist de diagnose fibromyalgie. 'Dat is een 'uitsluitende' diagnose: eigenlijk weten de dokters niet waar het vandaan komt. Maar eindelijk had mijn ziekte een naam, dat is al heel wat.' Na een passage in een pijncentrum is de pijn nu deels onder controle. 'Ik neem elke dag pijnstillers, ga wekelijks naar de kinesitherapeut, rust zo veel mogelijk. En vooral: ik probeer niet te veel aan de pijn te denken. Ik heb een aantal cursussen gevolgd bij de Vlaamse Pijnliga, over aanvaarding. Want ook al is de pijn verlicht, hij blijft altijd sluimeren. Je kunt het niet negeren, je kunt er alleen mee leren leven.'</p>
<p>Onze pijncentra kiezen resoluut voor een biopsychosociale aanpak: psychologische hulp is minstens even belangrijk als medische hulp. Maar voor pati&euml;nten is dat geen leuke boodschap, weet professor Bart Morlion. Hij leidt het multidisciplinair pijncentrum van de KU Leuven en is voorzitter van de Belgian Pain Society. 'Pati&euml;nten horen liever dat er iets scheelt aan hun rug of hun spieren, dan aan hun mentale gezondheid. Vaak geloven ze niet dat pijn voor een groot stuk tussen de oren zit. Maar lees er de offici&euml;le definitie van pijn maar eens op na: een onplezierige, zintuiglijke en emotionele ervaring . Je kunt die emotie nooit loskoppelen van pijn. Zelfs bij een heel concreet letsel - een snijwonde bijvoorbeeld - wordt er een prikkel naar je hersenen gestuurd. En daar ontstaat de pijn: tussen je oren.'</p>
<p>Diezelfde hersenen bepalen ook hoeveel pijn je voelt, met een filtersysteem. 'Ze proberen te zorgen voor een stevige filter, waardoor enkel zware prikkels een pijngevoel geven. Zo blijft het pijnsysteem betrouwbaar: je voelt alleen pijn als het &eacute;cht ernstig is. Maar door bepaalde emotionele toestanden - zoals angst, stress en depressie - gaat die filter openstaan. Als je niet goed in je vel zit, krijg je dus veel sneller rugklachten, maagpijn, en andere kwalen. Dat kan heel zware gevolgen hebben. Stel je voor dat je vandaag hoort dat je een agressieve kanker hebt, en dat je over acht weken geopereerd moet worden. Dan zul je heel angstig en onrustig worden. Daardoor wordt je pijnsysteem overgevoelig en is de kans groot dat er na de operatie chronische pijn ontstaat. Als je precies dezelfde operatie zou moeten ondergaan om een goedaardig gezwel te laten verwijderen, is die kans veel kleiner.' Maar dat wil niet zeggen dat het om ingebeelde pijn gaat, benadrukt Morlion. 'Het pijngevoel kan heel zwaar zijn, ook al is er geen duidelijke oorzaak. Je hebt dat pijnsysteem niet onder controle. Maar je kunt w&eacute;l proberen om die filter weer op punt te krijgen. Daarbij kunnen relaxatieoefeningen of psychotherapie helpen.' Morlion hamert op de multidisciplinaire aanpak van pijn: niet alleen artsen en psychologen kunnen helpen, maar ook kinesisten spelen een rol. 'Pijnpati&euml;nten krijgen er vaak nog spierpijn bovenop. Oefeningen kunnen hen weerbaarder maken.'</p>
<p>V&eacute;&eacute;l pati&euml;nten met v&eacute;&eacute;l pijn: dat heeft dus ook een kostenplaatje. Chronische pijn zou ons land jaarlijks 11,6 miljard euro kosten, zo becijferde professor gezondheidseconomie Lieven Annemans onlangs. Hij baseerde zich op een Europees rapport over het aantal pijnpati&euml;nten, hoe vaak ze afwezig zijn van het werk en hoeveel onder hen definitief moesten stoppen met werken. 'Het overgrote deel daarvan zijn indirecte kosten', zegt Van Zundert. 'Pati&euml;nten kunnen vaak niet meer (voltijds) gaan werken, krijgen een invaliditeitsuitkering, consumeren minder... Ongeveer tien procent van het bedrag bestaat uit directe, medische kosten. Maar die centen gaan lang niet allemaal naar pijncentra. Vaak schuimen pati&euml;nten eerst talloze ziekenhuizen en specialisten af: voor operaties, tweede opinies, scans, r&ouml;ntgenfoto's... Dat kost handenvol geld. De pijncentra krijgen maar een fractie van die hele boterham.'</p>
<p>Voorlopig is de toekomst van de pijncentra nog onzeker. (zie kader) Maar schrappen in het bestaande aanbod zou zeker geen goede zaak zijn, zeggen de specialisten in koor. Want ze zijn nu al met te weinig, waardoor er in veel pijncentra wachtlijsten zijn. De financi&euml;le vergoeding mag trouwens gerust omhoog. 'Onze consultaties duren gemiddeld een halfuur, soms zelfs een uur. We geven pati&euml;nten veel informatie en we bespreken alle mogelijkheden. En toch staat daar maar een ereloon van 23,32 euro tegenover, hetzelfde als bij een huisarts', zegt Bart Morlion. 'We verrichten heel wat 'intellectuele zorg', maar die wordt in ons land ondergewaardeerd. Daarom zijn veel specialisten geneigd om te kiezen voor technische ingrepen - zoals prikbehandelingen en operaties - die meer geld in het laatje brengen. Ook pati&euml;nten kiezen te vaak voor die optie. Ze shoppen van de ene specialist naar de andere, om w&eacute;&eacute;r een nieuwe operatie te krijgen. Terwijl dat meestal meer schaadt dan baat. Als je al drie operaties achter de rug hebt, zal een vierde de pijn niet doen verdwijnen. Integendeel, het wordt alleen maar erger. Die boodschap proberen wij er tevergeefs in te krijgen, bij pati&euml;nten &eacute;n artsen. Maar je vindt in dit land altijd wel i&eacute;mand die toch nog wil opereren. In onze opleidingen geneeskunde wordt te weinig aandacht besteed aan (chronische) pijn, waardoor niet alle artsen weten hoe ze ermee moeten omspringen.'</p>
<p>Veel pati&euml;nten zijn dus gebaat bij psychologische hulp. Professor Morlion en zijn collega's doen er alles aan om hen daarvan te overtuigen. Maar ook hier werkt de overheid niet mee. 'Een sessie bij de psycholoog kost al snel 45 euro en wordt niet terugbetaald. Terwijl psychotherapie een belangrijke hoeksteen van pijnbehandeling kan zijn. Alles wat in dit land niet technisch is, blijft ondergefinancierd.'</p>
<p>Niet alleen de pati&euml;nt en de overheid moeten worden overtuigd van het biopsychosociale model. Ook de controleartsen hebben er vaak moeite mee. 'Hun taak is natuurlijk anders dan de onze: zij moeten controleren of de middelen van de gezondheidszorg goed besteed worden. Maar zij kunnen alleen oordelen op basis van objectieve criteria, en vragen daarom soms nieuwe onderzoeken en behandelingen. Terwijl er meestal al vanalles is gebeurd', zegt Van Zundert. Het grote nadeel van die chronische pijn is het onzichtbare karakter. Je kunt het niet objectief meten. 'Eigenlijk kun je dat vergelijken met de middeleeuwen. Toen de pest en andere infectieziektes opdoken, wisten ze niet wat er aan de hand was. Ze hadden nog geen microscopen en zagen de bacteri&euml;n dus niet. Pas veel later, toen die ziektes 'zichtbaar' werden, konden ze een oplossing vinden.' Ook naar chronische pijn wordt nu veel onderzoek verricht. 'In de toekomst zullen ze manieren vinden om beter vast te stellen hoeveel pijn iemand heeft. Waardoor artsen sneller en gerichter kunnen ingrijpen. En ook de behandelingen zullen nog meer op punt komen.' Maar een pijnvrije toekomst? Daar rekent niemand op. 'Pijn is zo ontzettend complex dat je nooit &eacute;&eacute;n mirakeloplossing zult vinden', besluit Guy Hans.</p>
<p>Bron: Knack&nbsp; (25-04-2012)</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 25 Apr 2012 11:10:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Robby Lancel]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[pijncentrum]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/beter-voorkomen-dan-genezen</guid>
	</item>
<item>
	<title>Borstkanker niet één maar tien verschillende ziektes</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/borstkanker-niet-een-maar-tien-verschillende-ziektes</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<h3>Borstkanker kan opgesplitst worden in tien verschillende types, die allemaal als afzonderlijke ziektes moeten beschouwd worden. Dat blijkt uit baanbrekend onderzoek van de universiteit van Cambridge.</h3>
<p>De onderverdeling van borstkanker in tien verschillende subgroepen kan de overlevingskansen van pati&euml;nten gevoelig verhogen. Door een betere kennis van de verschillende types kunnen artsen sneller de juiste diagnose stellen en kunnen geneesmiddelen op maat ontwikkeld worden. Dat zegt een internationaal onderzoeksteam aan de universiteit van Cambridge. De onderzoekers gingen aan de slag met 2.000 bevroren borstkankerstalen van vrouwen in het Verenigd Koninkrijk en Canada. Ze gingen na hoe de genen in tumorcellen waren gemuteerd, welke genen meer werkten en welke net minder. De verschillende manieren waarop cellen werken nadat ze tot kankercellen zijn gemuteerd, bracht de onderzoekers bij tien verschillende categorie&euml;n van borstkanker. Vandaag deelt men borstkanker al in verschillende types op. Op basis van de gevoeligheid van de tumorcellen voor hormoontherapie en herceptine, een antistof, herkennen artsen drie grote subgroepen. De nieuwe onderverdeling is echter nog preciezer. "Dit is hoopgevend", zegt oncoloog Erik Van Limbergen van het UZ Leuven. "We waren er ons al langer van bewust dat borstkanker niet &eacute;&eacute;n ziekte is. Nu dringt men echter verder door in het duistere mechanisme van de aandoening. Als we erin slagen de ziekte beter te begrijpen, kunnen we ze ook effici&euml;nter bestrijden." Manon Huizing, oncologe van het UZ Antwerpen, deelt die mening: "Dit opent nog meer mogelijkheden voor 'targeted therapy'. Zoveel mogelijk op maat van de pati&euml;nt proberen werken en kijken welke therapie bij welke kanker past. Op die manier kunnen we de hoogste risicoprofielen uit de populatie onderscheiden." Het onderzoek wordt nu nog verder uitgewerkt en gepreciseerd, waardoor artsen en pati&euml;nten pas binnen drie &agrave; vijf jaar echt de gevolgen van de doorbraak zullen voelen. Ondertussen is de Vlaamse Liga tegen Kanker volop bezig met de nieuwste 'Kom op tegen Kanker'-actie. Gisteren werd een naaktkalender voorgesteld, waarvoor twaalf bekende vrouwen uit de kleren gingen in de strijd tegen borstkanker. Onder hen niet de minsten: Miet Smet, Annemie Turtelboom, Hilde Crevits en Trui Windels (de vrouw van Herman Van Rompuy) zorgen voor een sterke politieke vertegenwoordiging. Ook Nathalie Meskens, Natalia, Francesca Vanthielen, Sofie Van Moll, Gilda De Bal en Elodie Ouedraogo deden mee.</p>
<p>Bron: De Morgen, 20-04-2012</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Fri, 20 Apr 2012 09:48:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Marleen Zaman]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[oncologie]]></category>
	<category><![CDATA[borstkliniek]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/borstkanker-niet-een-maar-tien-verschillende-ziektes</guid>
	</item>
<item>
	<title>We eten te veel dierlijke eiwitten</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/we-eten-te-veel-dierlijke-eiwitten</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>We moeten minder dierlijke eiwitten eten, vindt minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS). Vooral vlees eten we te veel.</strong></p>
<p>De minister wil de overconsumptie van vlees - we eten gemiddeld 50% meer dan aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad - terugdringen en dit opnemen in het Voedings- en Gezondheidsplan.</p>
<p>Een van de maatregelen is het promoten van een gezonde levensstijl. Hiervoor wordt een werkgroep opgericht, die onder meer zal nagaan in hoeverre het invoeren van een vettaks (een belasting op vet voedsel, red.) en het subsidi&euml;ren van gezonde voeding als fruit en groenten ons eetgedrag kunnen be&iuml;nvloeden.</p>
<p>"We eten te veel dierlijke eiwitten", zeggen Luc Van Gaal, diensthoofd endocrinologie en diabetologie en di&euml;tisten Martine De Clercq en Annemie Van De Gompel van UZ Antwerpen.</p>
<p>"De Hoge Gezondheidsraad beveelt 100 gram vlees aan per dag, maar gemiddeld eten we tot 160. In vlees en zeker bereide vleeswaren zitten veel verzadigde vetten en zout, wat onder meer hart- en vaatziekten in de hand werkt. Wij raden aan &eacute;&eacute;n tot twee keer per week vlees door vis te vervangen en geregeld fruitmousses en groenten bij de boterham te eten."</p>
<p>Ook in melk zitten dierlijke eiwitten, maar die zijn nodig. "Melk blijft een belangrijke voedingsbron, zeker voor opgroeiende kinderen. De calcium en vitamine B zijn onontbeerlijk.</p>
<p>Een volwassene mag per dag drie porties magere of halfvolle melkproducten gebruiken, kinderen en adolescenten tot vier. Ze zijn dus niet gevaarlijk of kankerverwekkend."</p>
<p>Bron: Gazet Van Antwerpen, 19 april 2012</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Thu, 19 Apr 2012 09:21:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Kris Thieren]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[endocrinologie]]></category>
	<category><![CDATA[diabetes]]></category>
	<category><![CDATA[metabole stoornissen]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/we-eten-te-veel-dierlijke-eiwitten</guid>
	</item>
<item>
	<title>Geneeskunde op maat efficiënter en minder duur</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/geneeskunde-op-maat-efficienter-en-minder-duur</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Nieuwe diagnose-technologie&euml;n en een belangrijkere rol voor huisartsen kunnen leiden tot drastische besparingen in de gezondheidszorg. Bij borstkanker zijn besparingen tot bijna 40 procent mogelijk, zeggen onderzoekers van de Vlerick hogeschool.</strong></p>
<p>Investeren in gepersonaliseerde geneeskunde kan de kosten van de gezondheidszorg met 35 procent drukken. Dat besluiten onderzoekers van de Vlerick hogeschool en Europese denktank Science Business. Zij gingen aan de slag met concrete data over nieuwe diagnosetechnologie&euml;n in het Verenigd Koninkrijk, Belgi&euml; en Duitsland. De gegevens werden omgezet om de kosten en voordelen voor de volledige bevolking van die landen te bepalen. Vooral de resultaten voor borstkanker zijn opmerkelijk. Een alternatieve aanpak, bestaande uit een combinatie van elektronische pati&euml;ntenrapporten en genetische testen, zou de kost per borstkankerpati&euml;nt over 25 jaar doen dalen met 37 procent. Zo zouden vrouwen niet noodzakelijk allemaal vanaf 50 jaar gescreend moeten worden; door intelligente screening kunnen vrouwen ingedeeld worden op basis van het risico dat ze lopen op borstkanker. Dat vereist wel een zeer intensieve en dure screening: "Aanvankelijk brengt die zeer uitgebreide screening inderdaad een zware meerkost met zich mee", zegt professor Walter Van Dyck van Vlerick hogeschool. "Maar het leert je de populatie wel beter begrijpen. Je kan de risicopopulatie in kaart brengen, waardoor je pati&euml;nten sneller kan behandelen. Op lange termijn levert het ook een fikse besparing op." Huisartsen spelen een belangrijke rol in het verhaal. Volgens de onderzoekers heeft enkel de huisarts de juiste kennis over zijn pati&euml;nten om met het historisch profiel en de genetische data die hij in handen krijgt na de screening, aan de slag te gaan. Van Dyck: "Meer mensen uit de zwaardere stadia van ziektes halen, dat is de achterliggende gedachte. Op die manier is er minder noodzaak aan zware ingrepen en medicijnen en kan er kostenbesparend gewerkt worden."</p>
<p><strong>Toekomstmuziek</strong></p>
<p>Oncologen zien wel wat in het verhaal van de onderzoekers. "Ik ben voorstander van dergelijk idee", zegt oncoloog Sevilay Altintas van het UZ Antwerpen. "Op een vroeg moment diagnostiseren is uiteraard een goeie zaak. Het verhoogt de kansen op genezing en laat de kosten gevoelig dalen." De mobilisatie van de bevolking lijkt in Belgi&euml; echter een probleem. "We weten dat borstkanker boven de 50 jaar frequent voorkomt en toch kunnen we slechts 60 procent van de Belgische vrouwen overtuigen om zich te laten screenen. De staat kan moeilijk elke vrouw verplichten om zich te laten testen." De hoge investeringskosten in de eerste fase kunnen ook een probleem zijn. Ook al zijn die snel terugverdiend en kan er daarna kostenbesparend gewerkt worden. Altintas: "Op korte termijn veranderingen aanbrengen zal moeilijk zijn. Ik verwacht in de nabije toekomst dan ook geen grote aanpassingen in Belgi&euml;."</p>
<p>Bron: De Morgen, 18-04-2012.</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 18 Apr 2012 11:04:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Robby Lancel]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[oncologie]]></category>
	<category><![CDATA[borstkliniek]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/geneeskunde-op-maat-efficienter-en-minder-duur</guid>
	</item>
<item>
	<title>Clip kan falend hart redden</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/clip-kan-falend-hart-redden</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>In ons land lopen 5.000 &agrave; 10.000 pati&euml;nten rond met een lekkende hartklep. Helpen medicijnen niet en is een klassieke operatie te levensbedreigend, dan kan een clip de oplossing zijn.</strong></p>
<p>Er is redding voor uitbehandelde pati&euml;nten met een lekkende mitraalklep, de meest voorkomende hartklepaandoening. Voor wie geen zware operatie aankan, is er nu een minder agressieve ingreep, waarbij de borstkas ongemoeid blijft en hart niet wordt stilgelegd. Op een congres in Chicago kon het American College of Cardiology de effectiviteit van de nieuwe ingreep bevestigen. Wereldwijd kregen al zo'n 5.000 pati&euml;nten een clip ingeplant.</p>
<p>Pioniers in ons land zijn cardiologen Marc Claeys (UZ Antwerpen) en Jozef Bartunek (Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst). Samen behandelden ze al ruim 25 hartlijders met de clip. 'Ideaal voor risicopati&euml;nten', klinkt het. Wat moeten we ons voorstellen bij een lekkende mitraalklep? Bartunek: "Eerst en vooral moet je weten hoe de bloedstroom verloopt. Dat gebeurt in &eacute;&eacute;n richting. Vanuit de rechterhelft van het hart gaat het zuurstofarme bloed naar de longen om daar zuurstof op te nemen. Daarna komt het in de linkerhelft van het hart terecht. Van daaruit gaat het zuurstofrijke bloed naar onze organen en hersenen, om daar zuurstof af te staan en terug te keren in de rechterhelft.</p>
<p>"De mitraalklep zit aan de linkerkant van het hart, tussen de linkerboezem en de linkerkamer. Het is van belang dat die goed sluit om te vermijden dat het bloed weer teruggepompt wordt naar de longen. Hartkleppen zijn passief. Het zijn geen spieren, ze bestaan uit fijn bindweefsel. Ze openen en sluiten door drukverschillen, door het samentrekken en ontspannen van het hart. Bij een lekkende mitraalklep vloeit een deel van het bloed terug naar de longen, tegen de stroom in. Daardoor moet het hart meer kracht uitoefenen om het bloed rond te pompen. Met als gevolg: overbelasting. Je krijgt een verzwakking aan het hart en een opstapeling van vocht in de longen."</p>
<p>Wat is de oorzaak van een lekkende klep? Claeys: "Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel gaat het om een aandoening aan de hartklep zelf: een van de klepbladen is aangetast en slaat door. Dat kan aangeboren zijn, en dus ook jonge mensen treffen. Ofwel ligt hartfalen aan de basis van het probleem. Bij pati&euml;nten met hartfalen, vooral ouderen, zet het hart na verloop van tijd uit, het vergroot. Met als gevolg dat de twee klepbladen niet meer goed sluiten."</p>
<p>Met welke klachten gaat dit gepaard? Bartunek: "In het begin heb je er meestal geen hinder van. De aandoening wordt vaak toevallig ontdekt door de huisarts, zeker bij jonge pati&euml;nten. Als die met zijn stethoscoop een hartgeruis hoort, zal hij de pati&euml;nt doorverwijzen naar een cardioloog. Treden er wel al ongemakken op, dan gaat het dikwijls over vermoeidheid, kortademigheid, gewichtstoename en nachtelijke ademnood."</p>
<p>Hoe verloopt de nieuwe operatie precies? Bartunek: "Via de lies wordt met een katheter een clip ingebracht, precies op de plaats van het lek. Alsof je er een nietje in zou slaan. Zo kunnen we heel doelgericht werken." Claeys: "Maar het blijft een ingreep die niet zo makkelijk is om uit te voeren. De komende jaren verwachten we aanpassingen die de methode performanter maken. Wegens de hoge kostenis de ingreep nu nog weggelegd voor een kleine groep risicopati&euml;nten. De kosten worden door het ziekenhuis betaald, omdat we nog in een pioniersfase zitten."</p>
<p>Wat zijn de grote voordelen van de clip? Claeys: "Het grote voordeel is dat het zo'n zachte ingreep is, veel minder agressief dan de klassieke chirurgie, waarbij het borstbeen wordt opengelegd en het hart stilgelegd. Terwijl de clip geplaatst wordt, blijft het gewoon kloppen. Een ideale oplossing voor pati&euml;nten die geen zware operatie aankunnen. "De ingreep wordt ook goed verdragen door de pati&euml;nt. En het herstel verloopt sneller. Bij een klassieke hartoperatie liggen pati&euml;nten algauw tien dagen in het ziekenhuis. Daarna volgt nog een revalidatie van drie &agrave; vier maanden. Bij de nieuwe ingreep kunnen ze de dag nadien al uit bed. Na drie dagen in het ziekenhuis mogen ze al naar huis en kunnen ze alweer in de tuin klussen. Velen vinden dat ongelooflijk. Maar het kan dus."</p>
<p>"IK HEB GEEN MINUUT PIJN GEHAD"</p>
<p>"Nooit eerder ben ik zo gerust op een operatietafel gaan liggen als toen", vertelt Frans Schouppe (77), die in oktober 2010 een clip kreeg ingeplant om zijn lekkende hartklep te dichten. Wat hij toen nog niet wist, was dat hij de tweede Belg was die de innovatieve ingreep onderging.</p>
<p>Anderhalf jaar later is de man uit Essene, deelgemeente van Affligem, een en al lof over de behandeling. "Achteraf heb ik geen minuut pijn gehad. Mochten de dokters ooit een nieuw lek vaststellen, dan zou ik geen seconde twijfelen: ik laat het opnieuw doen. Het is ook een kwestie van leven of dood natuurlijk. En dan kies ik resoluut voor het eerste."</p>
<p>Zijn leven hing al eens aan een zijden draadje. In februari 2010 werd Schouppe in allerijl afgevoerd. De steken in zijn borst deden hem huilen van de pijn. Een infarct, luidde het verdict. "Ik heb toen een tijdje in coma gelegen, na een hartstilstand van drie minuten. Toen ik weer bij bewustzijn kwam, pakte een verpleger me vast. 'Gij zijt van ver gekomen', zei hij."</p>
<p>Het hartinfarct eiste zijn tol, zo merkte de wielerfanaat. "Ik voelde me geweldig verzwakt, ook op de trappers. Ik kon niet meer zo ver en stevig fietsen. Deed ik vroeger met gemak 70 kilometer, dan bleef de teller nu steken op 25." Tijdens een routinecontrole ontdekte de cardioloog de lekkende hartklep. Schouppes medische geschiedenis - niet alleen het infarct, maar ook vier overbruggingen - maakte van hem een risicopati&euml;nt. Een traditionele ingreep, waarbij de borstkas open wordt gelegd, was te riskant. "Zo kwam ik in aanmerking voor de behandeling met de clip. Iets compleet nieuws, zei de cardioloog. Maar hij stelde me gerust."</p>
<p>Schouppe kroop achteraf opnieuw in het zadel. Met nieuwe energie. Bergen beklimmen is er niet meer bij, hij houdt het vlak. Langs de Dender, in natuurgebieden, daar haalt hij zijn hart op. "Soms is het wel moeilijk om te bepalen tot waar ik mag gaan, in hoeverre ik mijn krachten mag overtreffen." Zijn ogen fonkelen als hij over de Ronde van Vlaanderen begint. "Ik had mijn parcours al uitgestippeld, van Brakel naar Oudenaarde. Dan fiets ik met mijn vrouw van het ene uitkijkpunt naar het andere. Zo kunnen we de coureurs een drietal keer zien passeren." De schouderoperatie van zijn vrouw stak echter stokken in de wielen. Dit jaar moest hij de kasseivreters vanuit zijn zetel volgen. "Het zal voor volgend jaar zijn. Weet je, je hebt mensen die zomaar wat zitten te zitten. Zo ben ik niet. Ik mag hopen dat het nog wat duurt, want ik leef te graag."</p>
<p>Bron: De Morgen, 07-04-2012</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Tue, 10 Apr 2012 11:25:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Kris Thieren]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[cardiologie]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/clip-kan-falend-hart-redden</guid>
	</item>
<item>
	<title>Therapie maar geen genezing voor pedofilie</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/therapie-maar-geen-genezing-voor-pedofilie</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>In ons land zijn er elk jaar 600 pedofielen die een behandeling volgen. Een aantal dat stabiel blijft. "Maar probleem is dat zij die de grootste kans hebben om te hervallen nergens terecht kunnen", zeggen experts.</strong></p>
<p>De levensloop van Mark V. toont aan dat pedofielen moeilijk te stoppen zijn. "We kunnen hen enkel leren hun gedrag te controleren", zegt psychologe Elke Frans.</p>
<p>Het spoor van vernieling dat pedofiel Mark V. sinds de jaren 80 achterliet, is groot. Bijna dertig jaar kon hij quasi ongehinderd zijn gang gaan met het misbruiken van kinderen. Om pedofielen als Mark V. vroeger te stoppen, zijn er in Vlaanderen 14 gespecialiseerde instellingen waar pedoseksuelen kunnen behandeld worden. Onder meer het Universitair Forensisch Centrum (UFC) in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.</p>
<p>"Op dit ogenblik hebben wij zo'n 117 mensen in behandeling", zeggen psychologen van het IFC Tineke Dilli&euml;n en Elke Frans. "In tegenstelling tot het beeld dat veel mensen van pedofielen hebben - 'het zijn allemaal Marc Dutroux's' - zijn veel van hen hele gewone mannen. Ze staan vaak bekend als 'goede collega' of 'brave buur'. Zeker niet als 'pervert' die in het bos met een zakje snoep in de hand zijn slachtoffers staat uit te kiezen."</p>
<p><strong>Kunnen pedofielen wel geholpen worden?</strong> Elke Frans: Geholpen wel, maar nooit 'genezen'. Pedofilie k&aacute;n gewoon niet genezen worden. Iemand die homoseksueel is, kan niet via een of andere therapie tot hetero gemaakt worden. Voor pedofielen geldt hetzelfde. We kunnen hen enkel leren om hun seksuele neigingen onder controle te krijgen.</p>
<p><strong>Dat moet aartsmoeilijk zijn.</strong> Frans: Dat klopt. Het is niet zo dat we hen een trucje kunnen aanleren voor wat ze moeten doen indien ze bij het zien van kinderen in een speeltuin een erectie krijgen. We moeten voorkomen dat ze naar een speeltuin gaan. En dat doe je onder meer door ervoor te zorgen dat ze een breder 'gedragsspectrum' krijgen. Dat ze een goede job hebben, dat ze hobby's uitoefenen en dat ze in de mate van het mogelijke een normale seksuele relatie opbouwen met een volwassen partner. Op die manier wordt de neiging om toe te geven aan hun pedofiele drang minder groot.</p>
<p><strong>Voor zware pedofielen als Marc V. is zo'n therapie toch onvoldoende?</strong> Tineke Dilli&euml;n: Daders met een groot risico op herval moeten behandeld worden in gesloten instellingen, niet in ambulante centra zoals het onze. Daar worden ze nog nauwgezetter in de gaten gehouden. Bij ons komen de mensen op gesprekstherapie.</p>
<p>In residenti&euml;le centra (waarvan er in ons land drie zijn, onder meer in Sint-Niklaas, red.) worden ze dag en nacht begeleid. Naar gelang hun 'vorderingen', krijgen ze in stapjes hun vrijheid terug. Eerst mogen ze enkel samen met een begeleider de instelling verlaten. Daarna mogen ze dat individueel, maar moeten ze wel op een bepaald uur terug zijn. Tot ze tot slot in staat zijn om weer zelfstandig door het leven te gaan zonder aan hun pedofiele neigingen toe te geven.</p>
<p>De realiteit wijst uit dat zij die een behandeling, die al gauw enkele jaren kan duren, de helft minder kans lopen om later nog pedo- fiele feiten te plegen. En toch kan het niet verplicht worden.</p>
<p>Tine Vertommen, criminologe aan het UFC: Pedofielen die veroordeeld worden, krijgen soms de kans om na &eacute;&eacute;n derde of na twee derde van hun straf vrij te komen indien ze in behandeling gaan. Anderen krijgen een straf die ze niet daadwerkelijk moeten uitzitten, indien ze in plaats daarvan therapie gaan volgen. Maar een pedofiel kan niet gedwongen worden om in behandeling te gaan. We zien ook een stijging van het aantal pedofielen dat een volledige uitzitting van de straf verkiest boven een behandeling. Zij komen nadien weer gewoon in de maatschappij terecht, zonder enige vorm van begeleiding of opvolging.</p>
<p><strong>Kan chemische castratie worden opgelegd?</strong> Vertommen: Dit kan als voorwaarde gesteld worden om bij een van de gespecialiseerde centra in behandeling te kunnen gaan. Concreet houdt dit in dat de pedofiel een hormonenkuur moet volgen die zijn seksuele drang onderdrukt. Indien hij dit weigert, wat hij te allen tijde mag doen, kan hij niet behandeld worden en belandt hij in veel van de gevallen opnieuw in de gevangenis. In de praktijk stemt de pedofiel hier wel vaak mee in.</p>
<p><strong>Zijn er pedofielen die vrijwillig in behandeling gaan?</strong> Vertommen: Weinig. Zeventig procent van de mensen die wij hier binnenkrijgen zijn gestuurd door justitie. Twintig procent komt op advies van een dokter of psychiater. En tien procent komt 'vrijwillig'. Het gaat dan om mannen die bij zichzelf een pedofiele neiging voelen, of die bijvoorbeeld van hun vrouw verplicht op therapie moeten nadat zij pedo- fiele bestanden op de computer heeft aangetroffen.</p>
<p><strong>Moeten jullie soms pedoseksuelen weigeren?</strong> Vertommen: Indien we hen niet de gepaste hulp kunnen bieden, kan dat inderdaad gebeuren. De hele zware gevallen moeten worden opgevangen in residenti&euml;le centra. Maar daar zijn de plaatsen beperkt. Vaak komen de pedofielen dan weer in de gevangenis terecht, waar ze meestal geen therapie krijgen. Met andere woorden: de ergste gevallen kunnen nergens terecht en het zijn zij die het meeste schade aanrichten.</p>
<p>&copy; Gazet Van Antwerpen, 07-04-2012</p>
<p>&nbsp;</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Tue, 10 Apr 2012 11:19:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Kris Thieren]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[psychiatrie]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/therapie-maar-geen-genezing-voor-pedofilie</guid>
	</item>
<item>
	<title>Vlaming wil heel het jaar door zomertijd</title>
	<link>http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/vlaming-wil-heel-het-jaar-door-zomertijd</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>De meeste mensen willen het zomeruur behouden, zo blijkt uit een bevraging. Bijna 56 procent van de 14.900 deelnemers aan de enqu&ecirc;te op gva.be en hbvl.be over het zomeruur zou liefst altijd de zomertijd behouden terwijl slechts 25 procent altijd winteruur wil. Slechts 19 procent is voorstander van afwisseling zoals nu het geval is. Professor Johan Verbraecken (UZA) bespreekt de eventuele gevolgen van altijd zomertijd te gebruiken.</strong></p>
<p><strong>Donker</strong></p>
<p>Als het altijd zomeruur zou zijn, zou de zon in de wintermaanden dus extreem laat opkomen en blijft het heel lang donker. "Op 1 januari zou je moeten wachten tot 9.45u voor de zon te voorschijn komt", zegt weerman Frank Deboosere op zijn website. "Maandenlang zou de ochtendspits in complete duisternis verlopen. Kinderen zouden in het donker naar school moeten."</p>
<p>"Altijd zomertijd gebruiken zou voor ons lichaam evenwel geen ernstige problemen geven", zegt professor Johan Verbraecken van UZA. "Eens we in dat nieuwe ritme zitten, passen we ons aan. De wintertijd is dan wel ons normale bioritme, maar we zijn flexibel. Regelmaat is het belangrijkst."</p>
<p><strong>Jetlag</strong></p>
<p>Volgens de professor is het vooral de omschakeling die voor problemen zorgt. "Die kortere nacht en heeft zijn weerslag bij slechte slapers. Het is een soort mini-jetlag omdat je ritme met &eacute;&eacute;n uur verschuift, maar in &eacute;&eacute;n nacht is dat alweer ingehaald."</p>
<p>De zomertijd werd ingevoerd om energie te besparen. Als we niet zouden overschakelen op zomertijd, zouden we pas opstaan als het allang licht is en 's avonds is het dan ook vroeger donker. Dankzij de zomertijd kunnen we dus langer gebruikmaken van het daglicht.</p>
<p>Bron: Het Belang van Limburg, 23-03-2012.</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Mon, 26 Mar 2012 11:15:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[Robby Lancel]]></dc:creator>
	<category><![CDATA[slaapcentrum]]></category>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/nieuws/p/detail/vlaming-wil-heel-het-jaar-door-zomertijd</guid>
	</item>
</channel>
</rss>

