UZA voert volgende week eerste stoelgangtransplantatie uit

08 jul 2013

In het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen voert het team van professor Tom Moreels volgende week voor de eerste keer een stoelgangtransplantatie uit. Inderdaad, hij dient de uitwerpselen van iemand anders toe om zijn patiënt beter te maken. De techniek maakt snel opgang.

Steeds meer patiënten die besmet zijn met de bacterie Clostridium difficile - die een hardnekkige vorm van diarree veroorzaakt - krijgen als behandeling een stoelgangtransplantatie.

"Clostridium is een bacterie die je terugvindt in het darmstelsel van zowat 9 procent van de volwassenen en die wordt onderdrukt door tienduizenden goedaardige bacteriën. Maar wanneer een zware antibioticakuur de goede bacteriën vernietigt, heeft Clostridium wel vrij spel", zegt dokter Christophe Van Steenkiste, gastro-enteroloog in het Maria Middelaresziekenhuis in Gent. "Dat behandelen we dan weer met andere antibiotica. Maar zo'n kuur slaat steeds minder aan, onder meer door het overmatig gebruik van antibiotica. Daarom is de geneeskunde op zoek gegaan naar andere behandelmethodes. Wij hebben hier sinds vorig jaar drie mensen succesvol geholpen met een stoelgangtransplantatie. Een met een neussonde en twee met een combinatie van een neussonde en een coloscopie (rechtstreeks naar de dikke darm, red.)."

Streng voor donoren
"In zowat 25 procent van de gevallen kiezen artsen voor toediening via de neus, in driekwart van de gevallen voor toediening via coloscopie - voor patiënten vaak een meer aanvaardbare methode", zegt gastro-enteroloog in het UZA Tom Moreels. Hij heeft deze week de voorbereidingen getroffen voor zijn eerste stoelgangtransplantatie volgende week. Zijn patiënt is een oudere vrouw bij wie de Clostridiumbacterie steeds opnieuw opflakkert. Antibiotica hebben geen zin meer. De donor is iemand van haar familie. "Dat maakt het voor haar ook acceptabeler."

"De selectie van donoren gebeurt zeer streng. Een donor moet gezond zijn, mag de afgelopen periode geen antibiotica hebben genomen, geen voeding hebben gegeten die allergische reacties zou kunnen uitlokken , niet op reis zijn geweest in risicolanden, geen promiscue seksleven leiden... Van iemand binnen je eigen familie is de kans groter dat je zulke dingen weet. De uitwerpselen worden ook altijd eerst op allerlei ziekmakende kiemen getest, salmonella, lintworm, hiv... De effectieve donatie gebeurt met een nieuw staal."

Maar dan nog. Was het niet moeilijk om de vrouw in kwestie te overtuigen?
"Zij staat met haar rug tegen de muur, geen enkele behandeling werkt bij haar nog", zegt Moreels. "Als er dan nog één redmiddel is, dan vindt zo'n patiënt dat ook een logische stap."

Zwaarlijvigheid
Begin dit jaar publiceerde de universiteit van Amsterdam een doorslaggevende studie over stoelgangtransplantatie. Bij de behandeling van Clostridium is 'poep' als geneesmiddel drie keer zo efficiënt als antibiotica, met een slaagpercentage van zowat 90 procent. De Nederlandse maag-, darm- en leverarts Josbert Keller beschrijft 'zijn' medicijn als 'chocolademelkachtig goedje' en als 'superprobioticum' (voedingsmiddel met micro-organismen die de gezondheid bevorderen, red.).

Voor de behandeling van Clostridium is de effectiviteit van stoelgangtherapie afdoende bewezen. Intussen lopen er tal van studies naar andere toepassingen: de ziekte van Crohn, dikkedarmontsteking, zelfs suikerziekte en zwaarlijvigheid. "Op het internet duikt daar informatie over op, waardoor mensen het al als bewezen beschouwen", zegt Van Steenkiste. "Ik heb al verscheidene telefoontjes gehad van mensen die een stoelgangtransplantatie wilden voor hun spastische darm - een probleem dat heel veel voorkomt. Maar dat weiger ik uiteraard."

Dokter Luc Colemont, gastroenteroloog in het Antwerpse Sint- Vincentiusziekenhuis, pleit voor enige voorzichtigheid bij het toepassen van stoelgangtherapie bij andere aandoeningen. "Hopelijk weten we over enkele jaren veel meer. Intussen blijf ik aandacht vragen voor de opsporing van darmkanker. Een test is 'poepsimpel'. Elke dag krijgen vijf mensen in Vlaanderen te horen dat ze darmkanker hebben."

Taboe
Voor professor Jeroen Raes, bioinformaticus (VUB/VIB), kan het niet snel genoeg gaan. Hij en zijn collega's voerden baanbrekend onderzoek uit naar het verband tussen ons darmflora (de micro-organismen in ons maag-darmstelsel) en onze gezondheid, en ze doen dat nog elke dag met de stoelgang die ze verzamelen.

"We hebben al 5000 stalen maar ik wil naar 10.000, 20.000. Hierbij een oproep daartoe (zie website)."

"Bij steeds meer ziektes zien we dat die samenhangen met een verstoorde darmflora. In de toekomst zullen we bij de dokter niet enkel ons bloed laten trekken, maar leveren we ook een stoelgangstaal af om ziektes op te sporen. Een volgende stap is behandeling met gezond darmflora - een cocktail van goede bacteriën."

Ook Moreels gelooft sterk in die toekomst. "Net daarom is het belangrijk dat er, zoals in de VS en Nederland, een richtlijn komt voor de toepassing van stoelgangtherapie. Het is niet zonder risico van besmetting en als artsen het 'in het wilde weg' gaan toepassen, gaat de succesratio omlaag. Bovendien is er ook een risico dat patiënten gaan shoppen naar een behandeling."

"Hoewel stoelgang nog taboe is, is het een onderwerp dat sterk leeft", zegt Raes. Dat sterkt hem in zijn onderzoekswerk, dat zeer wordt geapprecieerd door Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten (sp.a).

"Het onderzoek naar darmflora past helemaal in mijn strategie voor een betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg", zegt zij. "Het opent baanbrekende pistes naar preventie, diagnose en behandeling op maat."

www.vib.be/darmflora, www.stopdarmkanker.be

Bron: Gazet van Antwerpen, 06-07-13