Steeds meer Belgen staan organen af

14 mei 2012

Voor het eerst in lange tijd is het aantal orgaandonoren in België gestegen. In vergelijking met 2010 transplanteerden artsen gemiddeld 22% méér organen. Experts verwachten dat de trend zich de komende jaren zal blijven verderzetten. Logisch gevolg: de wachtlijsten worden alsmaar korter en steeds meer patiënten krijgen letterlijk een tweede leven.

Terwijl het aantal orgaandonoren de laatste jaren in ons land tot 2010 stagneerde, deed er zich vorig jaar een opmerkelijke stijging voor met 22 procent, tot het recordaantal van 29,7 donoren per miljoen inwoners. Het aantal beschikbare harten steeg tot 71 (67 in 2010), longen tot 201 (197), levers tot 281 (228), nieren tot 482 (408) en alvleesklieren tot 62 (40). In december 2011 stonden er in ons land nog 1.174 patiënten op de wachtlijst voor transplantatie, tegen 1.204 het jaar ervoor.

Kortere wachtlijst

"Met dank aan het ministerie voor Volksgezondheid", zegt transplantatiechirurg Geert Roeyen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. "Tot voor kort waren het enkel de grote of universitaire ziekenhuizen die organen leverden, maar nadat ook de kleinere en regionale ziekenhuizen uitdrukkelijk gevraagd werden mee te werken, nam het aantal transplantaties plots toe. Ook daar wordt men geconfronteerd met patiënten die hersendood zijn, maar zolang men er het belang van orgaandonaties niet inzag, bleven die kansen liggen. Dat is nu veranderd, en ook voor 2012 ziet het ernaar uit dat de cijfers in de lift zitten. Goed nieuws, want de wachtlijsten worden steeds korter." Enkel de wachtlijst voor longtransplantaties werd iets langer, maar een verklaring daarvoor is er niet. Al blijft het opmerkelijk dat er überhaupt nog wachtlijsten zíjn, aangezien elke Belg na zijn dood automatisch orgaandonor wordt, tenzij hij voor z'n overlijden schriftelijk verzet aantekende. "Dat is de wet, maar niet de praktijk", zegt dokter Roeyen. "Bij een overlijden wordt de partner of de familie nog steeds betrokken bij de beslissing. Dat doen we een beetje onder druk van de publieke opinie, maar tegelijk ook uit respect voor het verdriet van de nabestaanden. Als die mensen 'nee' zeggen, is het 'nee' - zelfs al sprak de donor zich er zelf niet over uit. We zullen nooit familieleden verplichten, wat de wet ook zegt. In veel gevallen gaan de nabestaanden akkoord, maar het gebeurt nog steeds dat de familie weigert. Ook al zien wij als artsen er wel de noodzaak van in, toch respecteren we de beslissing. Bovendien, als de familie akkoord gaat, kunnen we niet steeds alle organen gebruiken. De meeste hebben een maximumleeftijd. Voor een pancreas en hart is dat bijvoorbeeld 40 tot 45 jaar, voor nieren 60 à 65 jaar. Met een verouderende bevolking blijft het ondanks de hoopgevende trend toch knokken om aan de vraag tegemoet te komen."

Verzet neemt af

Het ministerie van Volksgezondheid ziet nog een andere reden voor het succes. "Jaren geleden werd de registratiewebsite www.beldonor.be gelanceerd, waardoor mensen het makkelijker kregen om zich te registreren als donor", zegt minister Laurette Onkelinx. "In 2005 hadden we amper meer dan 30.000 namen op de lijst. Dankzij de campagnes uit het verleden groeide dat aantal tot 133.800, een record. Tegelijk zette zich ook een daling in bij het aantal personen dat zich kantte tegen orgaandonatie. Die lijst kromp in zeven jaar tijd van 193.000 tot 188.208. De wachtlijsten zijn daarmee nog niet weggewerkt, maar ze worden wel steeds korter."

Bron: Het Laatste Nieuws, 14 mei 2012.