Dr. Catherine De Maeyer, duikster én duikarts

06 nov 2013

Ontspanning, rust, stilte en gewichtloosheid, dat zijn de eigenschappen die duikarts Catherine De Maeyer in haar sport aantrekken. Maar het is geen sport voor zwevers.

Op zoek naar een sport wilde Catherine De Maeyer tijdens haar studie geneeskunde samen met enkele vrienden wel eens uitproberen of duiken niets voor haar was. Het beviel haar zo dat ze zich later verder specialiseerde tot duikarts, een specialisatie waarop regelmatig een beroep wordt gedaan voor de opvang en behandeling van duik-ongevallen in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, waar ze werkt als cardioloog.

Haar voorkennis speelt haar echter ook parten. De ongevallen die ze als arts te zien krijgt, maken haar geen fan van diep duiken. Daarom daalt ze 'maar' tot maximaal 40 meter, omdat ze anders te veel gaat nadenken over de risico's, en dat vergalt haar plezier.

Ze voelt zich het comfortabelst op 25 tot 35 meter diepte. Een heel aangename zone, vindt ze, waar je nog veel licht hebt en dus veel kunt zien. Tenminste in helder water, want in de Noordzee en de Scheldewateren in Nederland heb je altijd een lamp nodig. Bovendien kun je op die diepte vrij lang beneden blijven zonder lange decompressie achteraf. Wie te snel stijgt, riskeert immers dat er gasbellen in het bloed ontstaan, die onder meer de hersenen (fataal) kunnen beschadigen. Je hangt wel een tijdje in het water te niksen, want tijdens die decom-pressie kun je weinig anders doen dan wachten en wat moeizaam communiceren met je duikbuddy.

Door die grote aandacht voor techniek en controle lijkt duiken voor buitenstaanders eerder een mentale dan een fysieke sport, maar het is echt wel een combinatie van beide, stelt De Maeyer. "Je mag de belasting van het lichaam tijdens de duik niet onderschatten. Hoe dieper je gaat, hoe meer druk het water uitoefent op alle weefsels. Op 30 meter diepte is de long-capaciteit nog de helft van wat ze boven water was. Het kost je meer moeite om in te ademen tegen die druk, en het hart moet bijgevolg ook meer kracht zetten om het bloed rond te stuwen, bijvoorbeeld naar de ledematen."

Veel mensen sporten om hun gezondheid op te krikken, maar bij duiken ligt dat wat ingewikkelder, geeft De Maeyer toe. "Je kweekt er immers geen conditie mee, maar je hebt wel een goede conditie nodig om veilig te kunnen duiken. Voor jezelf, maar ook voor de veiligheid van je buddy. Duiken doe je immers altijd met zijn tweeën, zodat er altijd iemand is die je in veiligheid kan brengen wanneer je in de problemen geraakt. Maar je moet dan wel sterk genoeg zijn, bijvoorbeeld om stromingen het hoofd te bieden."

Zelf raadt ze duikers altijd aan om buiten de duiktrainingen nog extra aan hun conditie te werken. De clubs besteden daar trouwens vrij veel aandacht aan. Denk daarbij overigens niet alleen aan baantjes trekken, al dan niet met palmen (zwemvliezen) of zonder in te ademen. Onderwaterhockey is de laatste jaren een erg populaire conditiekweker in clubs. Het wordt gespeeld op de bodem van het zwembad met een puck en sticks, en spelers moeten telkens naar boven om lucht te happen. "Zeer intensief," knikt De Maeyer heftig, "maar een uitstekende training."

Het zit duikers flink dwars dat ze altijd als een 'risicosport' in het nieuws komen. "Correct", geeft De Maeyer glimlachend toe. "We kunnen niet ontkennen dat duiken meer risico's inhoudt dan golf of volleybal. Je zit in een omgeving waar je normaal niet komt, waar ons lichaam ook niet voor gemaakt is en waar je niet zomaar uit weg geraakt. Dat maakt het lastig als iemand bijvoorbeeld panikeert of het bewustzijn verliest. Daarom is een goede technische training met veel herhalingen heel belangrijk. Zo groeien de correcte handelingen, zoals het klaren van een masker, uit tot automatismen, en die heb je nodig omdat ze je zullen beschermen. Duiken eist dat je de controle over jezelf behoudt. In die zin is het een goede sport om jezelf te leren kennen. Duiken is geen gevaarlijke sport voor wie goed weet waar hij mee bezig is."

"Ervaring speelt daarbij een zeer grote rol. Ik hoor bij ongevallen vaak dat het slachtoffer een ervaren duiker was. Excuseer, maar na 30 à 40 duiken ben je geen ervaren duiker. Dat ben je pas met 500 à 600 duiken in je boek. Veel ongevallen doen zich voor bij mensen die na 70 tot 100 duiken de beginfase achter de rug hebben en daar iets te veel zelfvertrouwen uit putten. Duiken vraagt dus wel wat inzet en tijd als je het goed wilt doen. Maar je bent er ook vaak tussenuit, in de natuur met vrienden, partners en andere clubleden. Bij een barbecue en een pint worden de voorbije ervaringen besproken, en dat is toch ook weer heel gezellig."

Haar grote bezorgdheid om de veiligheid en gezondheid maakt van De Maeyer ook een stuwende kracht achter de opleiding tot duikarts. Ze zou graag zien dat meer artsen de opleiding volgen, vooral voor de sportmedische keuring. Die is voor duiken vrij complex en wordt nog al te vaak uitgevoerd door artsen met weinig kennis van zaken, wat mensen met een vals gevoel van veiligheid kan opzadelen.

Af en toe moeten ze beginnende duikers aanraden om hun verdere opleiding stop te zetten, bijvoorbeeld mensen met inspanningsastma, een aandoening waarbij duiken absoluut afgeraden wordt. Of mensen met een fors beschadigd trommelvlies, bijvoorbeeld door vroegere oorontstekingen.

In tegenstelling tot wat vaak verteld wordt, hoeft duiken niet duur te zijn. Voor een opleiding kom je vaak rond met palmen, een bril en een buis (om te ademen). De rest kun je huren in de club of zit vaak vervat in het lid- of cursusgeld bij een opleiding. Veel winkels verhuren ook materiaal. Er is heel wat tweedehands te vinden. Je kunt dus met heel weinig geld instappen om te zien of de sport je ligt.

Wat ondertussen meer succes kent, is duiken voor mensen met een handicap. Dat is een specialisatie op zich, omdat er zo veel verschillende handicaps zijn. Met een blinde bijvoorbeeld moet er altijd lichaamscontact zijn, omdat de communicatie alleen op de tast kan verlopen. Bij mensen met een ernstige verlamming moeten altijd 2 buddy's mee, omdat de gehandicapte persoon zijn buddy niet kan helpen. "Veel van die mensen vinden duiken heel heilzaam en aangenaam", vertelt De Maeyer.

Ze keert terug naar haar eigen ervaringen en mijmert over hoe speciaal die rustige onderwater-wereld is, waarin je nauwelijks iets hoort en geluid totaal andere kwaliteiten heeft. Iets waarvoor blinden heel gevoelig zijn. Of het gewichtloos rondzweven dat ze zelf zo prettig vindt en ongetwijfeld ook heel aangenaam moet zijn voor mensen die zich door hun handicap nauwelijks nog kunnen bewegen. "Duiken is voor mij zuivere ontspanning, even weg zijn van de wereld", gaat ze verder. "Maar duiken is niet voor zwevers. Je moet je hoofd bij de zaak houden."

Meer weten over duiken in België? Surf bijvoorbeeld naar: www.nelos.be, www.lifras.be, www.befos-febras.be

Bron: Bodytalk, november 2013