Berrefonds: herinneringen aan kinderen die nooit thuiskwamen

22 okt 2014

Kleertjes voor gestorven en doodgeboren kindjes, een herinneringsdoosje met vergeet-me-nietjes en vooral veel steun: dat biedt het Berrefonds. Oprichtster Christine Vandenhole uit Antwerpen vertelt over haar zoontje Berre, met wie het allemaal begon.

Christine Vandenhole richtte samen met haar man Wouter Van Hoye het Berrefonds op na het overlijden van hun zoontje. "Berre overleed tien weken na zijn geboorte, op 25 april 2007. Hij is nooit naar huis mogen komen", vertelt Christine emotioneel. "Het was een verschrikkelijke periode. Hij werd verschillende keren gereanimeerd, er werden voortdurend onderzoeken gedaan, en niemand wist wat er aan hem scheelde: we leefden in voortdurende spanning."

Het was pas in januari 2008 dat Christine vernam wat er eigenlijk scheelde met haar Berre: hij leed aan het Charge-syndroom, een verzamelnaam voor verscheidene aandoeningen, maar een niet-erfelijke ziekte. Omdat Christine altijd een groot gezin wou, was dit een verlossende diagnose. Na enige tijd en heel veel bange dagen kwamen broertjes Nand (5) en Twan (3).

"Na het overlijden van Berre werkte ik nog steeds als vroedvrouw in het UZA. Ik zag dat andere ouders die hun kindje verloren nauwelijks herinneringen hadden, en hoe zij dat als gemis ervoeren. Samen met het UZA hebben we besloten om daar iets aan te doen. Bij de geboorte van Nand hebben we het Berrefonds opgericht. Op zijn geboortekaartje stond 'Knuffels en kleertjes kreeg ik van mijn broer al genoeg. Zou u het daarom erg vinden als ik een centje vroeg?'"

Vergeet-me-nietjes

Het Berrefonds geeft ouders die hun kindje verliezen twee dingen: enerzijds kleertjes, want de kleren die de ouders al kochten zijn meestal te groot voor de premature kindjes.

Anderzijds krijgen ze een herinneringsdoos. Daarin zitten naast de persoonlijke aandenkens zaadjes voor vergeet-me-nietjes in, een kaarsje, een mutsje en een knuffeltje. "Het samenstellen van het doosje gebeurt samen met de verloskundigen, wij leveren alleen het materiaal.

De ouders krijgen het dus allemaal gratis, en weten vaak niet eens waar het vandaan komt, tot ze een folder van ons in het doosje vinden. Maar we merken dat ze het enorm waarderen, want nadien ontvangen we mails ter bedanking, en bij de verjaardag van hun kindje storten ze soms geld op de rekening van het fonds."

Hoewel het fonds bij Christine en Wouter is begonnen, leeft het bij anderen verder. Ouders en naasten storten zich na het overlijden op het fonds: om hun eigen verlies te verwerken, willen ze anderen helpen. "Dat is prachtig. Wat er gebeurd is blijft verschrikkelijk, maar er is al zoveel moois uit gekomen. We denken soms dat dat misschien de missie van Berre was: één klein kind dat zo veel in gang zet, waardoor veel mensen nu worden geholpen."

Voor het Berrefonds kunnen Christine en Wouter rekenen op de hulp van ambassadeurs, mensen die bij het project betrokken raakten. Die steun kunnen ze gebruiken, want Christine werkt fulltime en het fonds is minstens een halftijdse job.

"Het fonds is voor iedereen die eraan meewerkt een manier om hun verlies te verwerken. En dan op een gegeven moment ontdek je dat het beter gaat met jezelf, dat je het verlies een plaats hebt kunnen geven. Wouter en ik zien nu ouders die zich volledig geven voor het fonds na hun verlies. We denken dan: "Hé, dat zijn wij zo veel jaren geleden". Als ik met hen spreek en hun pijn zie, zeg ik hen: zo'n verlies verwerk je nooit volledig, maar het wordt wel beter."

Het Berrefonds focust zich niet op een specifieke leeftijd. "Het maakt niet uit hoe oud een kindje is geworden, want als je zwanger bent begint iedereen te dromen: zou het een voetballer worden, een creatief genie? De ouders kopen kleertjes, knuffels, ze bereiden zich voor. En dan na zes maanden blijkt dat het kindje het niet gaat halen."

Het Berrefonds zal nooit een bedrijf worden, als het aan Christine ligt: het moet gerund worden door mensen die het met liefde doen. "Dat is de kracht van het project. Door anderen te helpen zelf je verlies verwerken, dat is een enorm positieve manier om er mee om te gaan. Want het Berrefonds, dat is therapie. Niet langer voor ons, maar voor anderen."

www.berrefonds.be

Bron: Gazet Van Antwerpen, 22 oktober 2014