Als we nu eens wat meer zouden hurken

01 okt 2019

Stoelgang maken. Het is zo oud als de mens zelf, maar toch loopt het anno 2019 mis. Kinderen zijn niet alleen later zindelijk, ze zijn ook almaar vaker geconstipeerd. En voor een stuk komt dat omdat we ons ’s ochtends zo moeten haasten.

's Ochtends na het ontbijt. Bij de meeste mensen vindt dan de Grote Bevrijding plaats. Die kondigt zich aan met nauwelijks hoorbaar trompetgeschal, waardoor je de triomf van onze innerlijke mens vooral kunt ruiken: omdat iemand ter aankondiging een scheet liet.

We hebben het natuurlijk over stoelgang. Iedereen zit ermee en als alles goed gaat, wilt u er zich elke dag weleens van bevrijden. Peuters en kleuters daarentegen willen dat steeds minder. Professor Alexandra Vermandel en doctoraatsstudente Tinne Van Aggelpoel (Universiteit Antwerpen en Universitair Ziekenhuis Antwerpen), beiden zindelijkheids­experts, horen en zien almaar meer kinderen die weigeren om op het potje of naar het toilet te gaan.

'De groep kinderen met stoelgangproblemen groeit', zegt Alexandra Vermandel. 'Tussen de 5 en 27 procent van de zuigelingen en kleuters heeft ondertussen last van functionele constipatie.' Dat betekent dat ze last hebben van verstopping zonder dat daarvoor een medische oorzaak is. Ze verstoppen simpelweg omdat ze niet op het potje of naar het toilet willen en 'hun kak intrekken'. Prachtig Vlaams spreekwoord, van die kak, maar in de letterlijke betekenis niet aan te moedigen.

Natuurstenen vloer

Het groeiende aantal 'verstopte kinderen' kadert binnen een ruimer fenomeen: dat van de uitgestelde zindelijkheid. Vandaag is amper een op de vijf Vlaamse 2,5-jarigen droog, waar dat in de jaren zestig van de vorige eeuw nog negen op de tien was.

Kleuterscholen zien daardoor de werkdruk op hun leerkrachten toenemen, meldde de Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen in maart in De Standaard. 'We zijn meer bezig met pampers dan met zinvolle activiteiten', vertelde Sylvie Vaubant, directrice van basisschool Ten Nude in Brussel. En dan zwijgen we nog over de milieu-impact. Hoewel, waarom zouden we: 8,5 procent van het rest­afval zijn luiers. Voilà.

We doen met andere woorden iets grondig fout. Dat bevestigt ook Alexandra Vermandel. 'En we zijn met steeds meer: op een congres in Zweden werd onlangs een grote, Chinese studie gepresenteerd. De Chinese kinderen kampen stilaan met net dezelfde problemen als die in het Westen: uitgestelde zindelijkheid, functionele constipatie, langer bedplassen …'

Hard bewijs is er nog niet, maar de stijgende welvaart in China doet vermoeden dat dezelfde oorzaken aan de basis liggen: ­ouders werken hard, en dus hebben ze weinig tijd om hun kind te observeren, waardoor ze belangrijke signalen missen. Een kind dat hurkt of naar de genitaliën grijpt, geeft stilzwijgend aan dat het klaar is om op het potje of naar het toilet te gaan.

Evengoed zijn ouders al eens bang voor de nieuwe zetel of de natuurstenen vloer en is er dus minder bereidheid om een kind zonder pamper de vloer te laten vegen. Om een lang en smerig verhaal kort te maken: de potjes­training wordt te lang uitgesteld. Vaak tot op het moment dat het kind naar school moet: dan schiet de helft van de ouders in actie, bleek vorig jaar uit een bevraging door Van Aggelpoel. 'Nog een kwart van de ouders wacht tot hun kind zelf signalen geeft dat het er klaar voor is, en slechts een kwart maakt vroeger werk van zindelijkheid.'

Maak tijd voor poep

Willen we vermijden dat straks de helft van de kinderen met dichtgeknepen billen rondloopt, moeten we maken dat ze vlotter op het potje gaan, redeneerden Van Aggelpoel en Vermandel. Dus zetten ze een observatieonderzoek op: kinderverzorgsters en ouders hielden een stoelgang­dagboek bij van veertig peuters tussen de 18 en 27 maanden oud. Wanneer? Wat? Hoe vaak? Kleur? Alles open en bloot.

'We zagen dat driekwart van de kinderen stoelgang maakt binnen het eerste halfuur na de maaltijd', zegt Van Aggelpoel. 'Het merendeel doet dat bovendien na het ontbijt.' En dat is belangrijk nieuws. 'Veel ouders ervaren net de ochtend als een stresserende rush', zegt Van Aggelpoel. 'Maar op dat moment, binnen de eerste drie kwartier na het ontbijt, treedt de gastrocolische reflex op: de ­reflex tussen maag en darmen die opspeelt als de maag zich heeft gevuld, waarna de darmen in werking treden en ­alles begint te schuiven, tot in de endeldarm, waar de stoelgang klaarzit die naar buiten mag.'

Het gevolg van die reflex is dat mensen (kinderen incluis) dan de aandrang voelen om te poepen, zoals Nederlanders het zo gezellig noemen. 'Die aandrang kun je als ouder stimuleren door het kind 's ochtends wat tijd te geven op het potje. Ben je gehaast, dan gaat die aandrang verloren in de drukte en zal het kind het toiletbezoek uitstellen. We weten bovendien uit eerder onderzoek dat kinderen minder graag op school naar het toilet gaan, onder meer omdat ze daar meer op spelen gefocust zijn. Ons advies is dus: gun je kind wat potjestijd, liefst na het ontbijt, zo kan het leren om te luisteren naar die natuurlijke aandrang.'

Frans toilet

Een toiletbezoek uitstellen is niet zonder risico. Want hoe meer je de stoelgang ophoudt, hoe meer je de aandrang onderdrukt, waarna die stimulans afneemt. Stoelgang die vervolgens in de darmen blijft zitten, droogt uit en wordt pijnlijker wanneer die de uitgang alsnog vindt. Wat het kind dan weer minder zin geeft in een volgend potjesbezoek. Waarna het ­risico op constipatie vergroot.

'Eigenlijk is het jammer dat er geen Franse toiletten meer zijn', zegt Alexandra Vermandel. 'De mens is namelijk gemaakt om zich gehurkt te ontlasten: de anorectale hoek zit dan precies goed. Laat kindjes om die reden ook gerust langer op het potje zitten. Omdat hun knietjes dan hoger zitten dan hun bekken, waardoor het ontlasten vlotter gaat, maar evengoed omdat ze vaak bang zijn voor het “grote boze gat” van de toiletpot.'

De studie van Van Aggelpoel en Vermandel zal binnenkort verschijnen in het vaktijdschrift Journal of Child Health Care. Opmerkelijk in de paper is ook dat een aantal ouders niet aan het onderzoek wenste deel te nemen omdat het 'te intiem en te persoonlijk is'. Hè? 'Dat verbaasde ons niets', zegt Vermandel. 'Het achterste compartiment blijft taboe. We zien dat bij volwassenen, maar evengoed in afgezwakte vorm bij kinderen. Want hoe ruimdenkend we ook hopen te zijn, we kennen allemaal het antwoord op de volgende vraag: durft u stoelgang te maken of luidop een scheet te laten als er iemand op het toilet zit naast u?'

Sarah Vankersschaever

Bron: De Standaard