Terugkerende spataders te voorkomen?


Patiënten met verhoogd risico

Spataders worden grotendeels genetisch bepaald maar of ze zich al dan niet ontwikkelen, hangt vaak samen met de beroepssituatie. Staande beroepen zoals in het onderwijs, de horeca of de verpleegkunde belasten de benen zwaar. Ook zwangere vrouwen lopen een verhoogd risico omdat de baarmoeder meer druk uitoefent op de bekkenaders. Druk op de benen belast de aders die het bloed naar boven moeten stuwen. De kuit- en voetspierpomp die deze stuwing ondersteunen, werken alleen goed bij continue en regelmatige beweging. In de aders zitten ook klepjes die het omhooggestuwde bloed verhinderen terug te vloeien. Wanneer die klepjes op cruciale plaatsen niet meer sluiten, begint het bloed zich in de benen op te hopen met spataders als gevolg.

Wanneer is ingreep noodzakelijk?

‘Vaak komen mensen pas op consultatie wanneer er al verwikkelingen zijn’, stelt dr. De Maeseneer vast. ‘Het kan gaan om open wonden ter hoogte van de binnenenkel of een flebitis, een ontsteking van de aders. Uiteraard is een chirurgische ingreep in dat geval vaak onvermijdelijk. Ook wanneer de subjectieve klachten zoals zwaartegevoel, pijn, jeuk of nachtelijke krampen hinderlijk worden, grijpen we in.’
Een spataderoperatie gebeurt meestal ter hoogte van de lies waar een kleine insnede gemaakt wordt om de oppervlakteader, daar waar hij uitmondt in de diepe ader, af te binden. Aan de ene kant blijft er dan een aderstompje, aan de andere kant, waar de liesader op de beenader aansluit, wordt de ader ‘gestript’ of weggehaald. In een laatste fase worden de zijtakken van de ader, die uitwendig zichtbaar zijn, weggenomen via kleine insneden.

Aders in beeld gebracht

Op zoek naar de oorzaak van het hoge aantal recidieven na een correcte ingreep, vond dr. De Maeseneer in wetenschappelijke artikels, onder andere van de Noord-Ierse dr. Glass, een plausibel antwoord. De afgebonden aderstomp is in staat om nieuwe bloedvaatjes en adertjes te vormen die door vergroeiing met andere aders aanleiding kunnen geven tot nieuwe spataders. ‘Dankzij het kleurenduplexonderzoek – een combinatie van echografisch en Doppleronderzoek, dat de bloedvaten in beeld brengt en de stroming van het bloed laat zien – krijgen we zicht op het aderstelsel van iemand die voor het eerst op consultatie komt. Ook na een ingreep kunnen we met de duplexscan de evolutie opvolgen en voorspellen. Vertoont iemand na 1 jaar al nieuwe adertjes dan wijst dit dikwijls op een toekomstig recidief.’

Behandeling

Om de vorming van nieuwe adertjes op de aderstomp te voorkomen, paste dr. De Maeseneer de techniek van dr. Glass toe. Zij dekte de stomp tijdens de operatie af met een siliconepatch en maakte zo een barričre tussen de aderstomp en het omringende weefsel. De resultaten van deze techniek waren positief: na 1 jaar werd in het UZA slechts bij 6% van de patiënten nieuwe adertjes vastgesteld bij duplexonderzoek, in tegenstelling tot 17% zonder patch. ‘Maar een siliconepatch blijft vreemd materiaal voor het lichaam en bij een klein percentage van de patiënten zweert de patch eruit of moesten we hem uithalen’, legt dr. De Maeseneer uit. ‘Daarom gebruiken we nu een andere, nog eenvoudigere techniek: we sluiten de anatomische opening, die zich vlak boven de aderstomp bevindt, met enkele extra hechtingen in de diepte. Pas nadien hechten we de chirurgische wonde. Op die manier krijgt de aderstomp weinig kans nieuwe adertjes aan te maken.’
Dr. De Maeseneer staat niet alleen in haar zoektocht naar een steeds betere behandeling van spataders. Ze maakt ook deel uit van een Europese onderzoeksgroep van een 20-tal experten, die voortdurend behandelmethoden en resultaten van spataderchirurgie uitwisselen. ‘Als arts moet je durven verder zoeken, jezelf voortdurend in vraag stellen, en niet per se blijven doen wat je altijd gedaan hebt...’, meent De Maeseneer.

Bron: maguza.be