Sneller optreden bij hartstilstand met hartdefibrillator


Kostbare minuten winnen

Als je dan toch een hartstilstand moet krijgen, dan maar liefst in een ziekenhuis, zou je denken. Omringd door zoveel medisch personeel en verpleegkundigen kan het niet anders dan dat je ogenblikkelijk geholpen wordt. Dat is natuurlijk in zekere zin waar - het urgentieteam moet hooguit een paar gangen door - maar toch bleek dat de hulpverlening bij een hartstilstand ook in ziekenhuizen voor verbetering vatbaar was.
"In het UZA krijgen de meeste verpleegkundigen uiterst zelden met een hartstilstand te maken", zegt UZA-cardiologe dokter Anne Vorlat. "Daardoor waren de meesten niet meer vertrouwd met de reanimatietechnieken die ze destijds hadden geleerd. De meesten wachtten bij een hartstilstand dan ook tot het medisch urgentieteam ter plaatse was. Maar de paar minuten die daarmee verloren gingen, zijn niet onbelangrijk."
"Bij een hartstilstand neemt met elke gewonnen minuut de kans op overleving met tien procent toe. De tijd voordat de medische urgentieploeg arriveert, kan met andere woorden nuttig gebruikt worden", weet reanimatiecoördinator Peter Hens.

Hartdefibrillator vervangt arts in noodsituaties

Om het hele reanimatiegebeuren opnieuw te bekijken richtte het UZA in 2000 een reanimatie-werkgroep op. Rond die periode werden ook nieuwe, in heel Europa aanvaarde richtlijnen uitgevaardigd voor efficiënte hulpverlening bij een hartstilstand. Eén van de voorschriften luidde dat je levensbedreigende hartritmestoornissen zo snel mogelijk moet opsporen en behandelen.
"We hebben het dan meer bepaald over fibrillatie", legt Hens uit. "Daarbij is de hartwerking zodanig snel en chaotisch verstoord dat er geen normale pompfunctie meer is en er ook geen bloedcirculatie meer plaatsvindt. Dat leidt al snel tot ernstige hersenschade."
De gebruikelijke behandeling bij zo'n levensbedreigende hartritmestoornis is het toedienen van een elektrische schok. Tot voor enkele jaren mocht alleen een arts die behandeling uitvoeren. Hij beoordeelde het hartritme en besliste of een elektrische schok nodig was. Maar in die situatie kwam verandering met de komst van de automatische defibrillator: een klein toestel dat via een computersysteem het hartritme van de patiënt nauwkeurig analyseert en indien nodig een elektrische schok kan vrijgeven. In noodsituaties kan het de rol van een arts overnemen.

Eenvoudig te bedienen

Het UZA zag in de automatische defibrillator het instrument bij uitstek om verpleegkundigen actief in te schakelen bij reanimaties, en zo belangrijke tijd te winnen.
Hens: "Het toestel geeft gesproken instructies, en is heel eenvoudig te gebruiken. De verpleegkundige hoeft alleen maar elektrodes op de borst van de patiënt te kleven en de elektrische snoeren op de aangegeven plaats in te pluggen. Daarop heeft de defibrillator even tijd nodig om het hartritme te analyseren. Is er een elektrische schok nodig, dan volgt de gesproken instructie om op een welbepaalde knop te duwen, waarna het apparaat een elektrische lading vrijgeeft."
"De betrouwbaarheid van de analyse bedraagt meer dan 95 procent, wat overeenstemt met het oordeel van een ervaren cardioloog", zegt professor dokter Leo Bossaert, diensthoofd intensieve zorgen.
Verpleegkundigen kunnen de automatische defibrillator met andere woorden gebruiken zonder dat ze een medische beslissing moeten nemen. Dat is meteen het grote voordeel ervan.

Opleiding verpleegkundigen

Restte alleen nog om het voltallige verplegend personeel vertrouwd te maken met het nieuwe toestel. Geen geringe taak. "Twee jaar geleden zijn we gestart met de systematische opleiding van alle verpleegkundigen. Daarbij werd ook de basisreanimatietechniek herhaald. Elke verpleegkundige heeft intussen de basisopleiding gekregen, en een verantwoordelijke op elke afdeling zorgt ervoor dat de aangeleerde technieken om de zes maanden worden opgefrist", zegt Hens.

Project concreet van start in 2001

In 2001 ging het project concreet van start: zeven bijkomende automatische defibrillatoren, één per twee verpleegeenheden, deden hun intrede. Daarmee is het UZA het eerste ziekenhuis in Vlaanderen waar verpleegkundigen aan vroegtijdige defibrillatie doen.
Hens blijft het hele project van nabij opvolgen en leidt ook de nieuwe verpleegkundigen op. Heeft er een reanimatie plaatsgevonden, dan evalueert hij die en stuurt indien nodig bij.
Hens: "Ook daarbij is de automatische defibrillator een grote hulp. Het toestel registreert namelijk precies de hartactiviteit van de patiënt, en slaat die gegevens ook op. Bovendien neemt het de geluiden in de omgeving op."

Verpleegkundigen enthousiast

Na een interventie volgt ook altijd een gesprek met de verpleegkundige die de reanimatie uitvoerde.
"Die is vaak blij dat hij of zij even lucht kan geven aan de doorstane emoties. Want het uitvoeren van een reanimatie is een ingrijpend gebeuren", weet Bossaert.
Stonden veel verpleegkundigen aanvankelijk huiverachtig tegenover de automatische defibrillator, dan heeft die aarzeling nu plaatsgemaakt voor enthousiasme.
Bossaert: "In het begin gaven veel verpleegkundigen te kennen dat ze het toestel niet durfden gebruiken. Maar nadat de defibrillator een paar keer met succes gebruikt was, zag je de motivatie in één klap stijgen."