Registratie van weekdeeltumoren
- verschenen in magUZA # 53
- april 2003
Gebrek aan expertise
Weekdeeltumoren zijn tumoren in de zachte weefsels - onder meer spieren, bloedvaten, zenuwen, vet en onderhuid - van de ledematen, borstkas, buik, het bekken en het hoofd. In België komen er jaarlijks een 250-tal kwaadaardige weekdeeltumoren aan het licht, naast tachtig keer zoveel goedaardige. Ter vergelijking: van borstkanker worden er elk jaar zo'n 6.600 nieuwe gevallen vastgesteld. Doordat radiologen gemiddeld maar vijf weekdeeltumoren per jaar zien, hebben ze niet de kans om ervaring ter zake op te bouwen. Daardoor worden deze uiterst agressieve tumoren soms gemist. Ook verkeerde behandeling komt voor.
'Je mag bijvoorbeeld nooit in een weekdeeltumor beginnen snijden zonder de precieze omvang ervan te kennen. Want soms is het gedeelte van de tumor dat je ziet, maar het topje van de ijsberg', haalt De Schepper aan.
Adviescommissie Bot- en Weekdeeltumoren
Op een bepaald moment groeide het idee om met een project te starten dat de opsporing en behandeling van weekdeeltumoren moest verbeteren. De dienst radiologie van het UZA was goed geplaatst om daartoe het initiatief te nemen: deze startte eind jaren tachtig als eerste in Vlaanderen met MR (magnetische resonantie, een radiologische techniek die gebruik maakt van een krachtig magnetisch veld en radiogolven, ad), en richtte eind jaren negentig een Adviescommissie Bot- en Weekdeeltumoren op.
Deze commissie, die bestaat uit pathologen, oncologen, orthopedische chirurgen, specialisten in nucleaire geneeskunde en radiologen, houdt regelmatig vergaderingen. Ze bespreekt nieuwe gevallen en volgt een aantal gevallen ook op.
Systematische registratie
'Het eigenlijke project is van start gegaan op 1 januari 2001', vertelt De Schepper. 'Sinds die datum registreren we systematisch alle weekdeeltumoren in België. Daarvoor hebben we de medewerking verkregen van alle 52 MR-centra in België, wat toch wel uitzonderlijk is. Op die manier bereiken we in principe alle patiënten, aangezien elk van hen vroeg of laat via zo'n centrum passeert.'
Nauwkeuriger diagnose
Met het project worden verschillende doelen beoogd. Om te beginnen is het de bedoeling weekdeeltumoren beter te omschrijven (in het vakjargon staging genoemd) en hun weefsel van oorsprong - bijvoorbeeld zenuw- of vetweefsel - nauwkeuriger te bepalen (in vaktermen wordt gesproken van grading, dat wil zeggen het bepalen van de graad van kwaadaardigheid, en karakterisering).
De Schepper : 'Als er zich een patiënt met een weekdeeltumor aandient, stuurt het MR-centrum ons het röntgenbeeld en het registratieformulier op voor een second opinion. Wij mailen hen binnen de 24 uur een verslag met onze diagnose. Daarbij vermelden we onder meer de aard van het letsel, de uitgebreidheid van de tumor en eventueel advies voor de behandeling. Het interpreteren van de MR-beelden gebeurt door mezelf en mijn collega dokter Jan Gielen. We volgen elk aangebracht geval op tot bij de patholoog, zodat we kunnen nagaan of onze diagnose de juiste was.'
Digitale databank
In de tweede plaats moet de systematische registratie van de weekdeeltumoren tot een groter wetenschappelijk inzicht leiden. In iets meer dan twee jaar werden de gegevens van negenhonderd weekdeeltumoren verzameld, zowel kwaadaardige als goedaardige. Een schat aan informatie die gebruikt kan worden voor onderzoek en publicatie. De gegevens worden opgeslagen in een digitale databank, die geïnteresseerde artsen te allen tijde kunnen raadplegen.
Kerngroep van pathologen
'Om ook het pathologische gedeelte sterker te onderbouwen, hebben we bovendien een kerngroep van pathologen samengesteld', vervolgt De Schepper. 'Die groep bestaat uit onder meer professor dokter Eric Van Marck, diensthoofd anatomo-pathologie in het UZA. Er is een tweemaandelijkse vergadering waarin moeilijke en zeldzame gevallen besproken worden, zodat we ook binnen dat domein een grotere expertise verwerven.'
