Onderzoek naar slaapapneu

Inhoud onderzoek

Vanderveken voerde zijn onderzoek uit in het UZA, met als promotoren prof. dr. Paul Van de Heyning, diensthoofd neus-keel-oorziekten, en prof. dr. Wilfried De Backer, diensthoofd longziekten. Hij deed zowel onderzoek naar het mechanisme van slaapapneu als naar de doeltreffendheid van bepaalde behandelingen.

Mechanisme slaapapneu

Afsluiting van de luchtwegen
'Belangrijk is daarbij het onderscheid tussen obstructief en centraal slaapapneu', licht Vanderveken toe. 'In het eerste geval treden de adempauzes op doordat de bovenste luchtweg tijdens de slaap afsluit. Bij centraal slaapapneu vallen de ademhalingsbewegingen tijdelijk weg, met een ademhalingsstop tot gevolg. Volgens de traditionele definities treedt daarbij geen afsluiting van de luchtwegen op. In mijn doctoraatsonderzoek werden deze definities getoetst.'
Om de mate van afsluiting in de bovenste luchtwegen te meten, gebruikten de onderzoekers een aangepaste vorm van de forced oscillation technique, een niet-invasieve test op basis van geluidsgolven.
'We stelden vast dat er bij ongeveer 2 op 3 patiŽnten met centraal slaapapneu wel afsluiting van de bovenste luchtwegen optreedt, dit in duidelijke tegenstelling tot de traditionele definities. Ook bij de behandeling van centraal slaapapneu moet het mechanisch openhouden van de keelholte dus een meer prominente rol krijgen.'

Moment van afsluiting
Ook het moment waarop de vernauwing of afsluiting van de bovenste luchtweg optreedt, blijkt anders dan gedacht. Uit de metingen kwam naar voor dat er al tijdens het uitademen een belangrijke afsluiting van de bovenste luchtwegen is. Tot nog toe gingen artsen ervan uit dat dit pas tijdens het inademen gebeurt.

Behandelingen

Mondprothese
In het onderzoek naar behandelingsmethodes vergeleek Vanderveken de klassieke, op maat gemaakte mondprothese met zijn goedkopere tegenhanger, een prothese uit thermoplastisch materiaal die door opwarming in de juiste vorm wordt gebracht.
'We hebben beide modellen bij een 40-tal patiŽnten met snurkproblemen en slaapapneu getest en kwamen tot de conclusie dat de klassieke prothese dubbel zo efficiŽnt is', zegt Vanderveken. 'Ook de stelling dat het model uit thermoplastisch materiaal geschikt is om patiŽnten te selecteren voor een op maat gemaakte prothese, klopt niet. Twee derden van de personen bij wie deze prothese geen oplossing bood, waren wel geholpen met de klassieke prothese.'
Vanderveken ontwikkelde een model van de bovenste luchtweg dat op basis van een CT-scan het succes van een behandeling met een mondprothese wel goed voorspelt. Hij deed dit samen met ingenieurs die gespecialiseerd zijn in aŽrodynamica.

Medicatie
Ten slotte onderzocht Vanderveken ook in hoever het gebruik van acetazolamide, een medicijn dat de nachtelijke ademhaling stabiliseert, de resultaten van de klassieke anti-snurkoperatie uvulopalatopharyngoplastie (UPPP) bij patiŽnten met obstructief slaapapneu verbetert. Tot nu toe werd acetazolamide alleen voorgeschreven bij centraal slaapapneu.
'De eerste resultaten tonen aan dat dit medicijn een bijkomende verbetering geeft. Verdere analyse is nodig om hieruit definitieve conclusies te trekken', besluit Vanderveken.

Lees verder:
Snurken - blijf er niet mee zitten

Bron: maguza.be