Lentecongres Belgische Vereniging voor Kinderneurologie 2006
- verschenen in magUZA # 65
- juni 2006
Doelpubliek
Het congres, dat voor de gelegenheid een feestelijk tintje had, vond plaats op 12 mei 2006 in Hangar 26 in Antwerpen. Er waren zestig deelnemers, van wie het merendeel kinderneurologen.
'De wereld van de kinderneurologie is klein', zegt UZA-kinderneuroloog prof. dr. Berten Ceulemans, die het congres samen met dr. Lina Dom van het Paola Kinderziekenhuis organiseerde. 'We mikken dan ook niet op de grote massa, maar op een beperkte groep geïnteresseerden die mee willen doorbomen over topics en zich eventueel willen inzetten voor bepaalde projecten.'
Beroertes
In de voormiddag werd er gediscussieerd over beroertes bij kinderen, met voordrachten van dr. Kees Braun uit Utrecht, prof. dr. Chris Van Geet en prof. dr. Lieven Lagae uit Leuven en UZA-neurologe dr. Annick Laridon. 'Het fenomeen is erg zeldzaam', weet Ceulemans. 'Grote diensten voor kinderneurologie zien gemiddeld twee tot vier gevallen per jaar. Het frustrerende is dat we vaak de oorzaak niet kunnen achterhalen en ook niet goed weten hoe we de patiënten moeten behandelen. We hebben nu afgesproken om voor België een gemeenschappelijk protocol uit te werken en de gevallen systematisch te registreren.'
Migraine
In de namiddag volgde als eerste item migraine bij kinderen, waarbij de aandacht vooral ging naar behandelingsstrategieën. De sprekers waren dr. Dom en prof. dr. Patrick Van Bogaert uit Brussel.
Ceulemans: 'Voor de meeste patiëntjes volstaat het om gerustgesteld te worden en de juiste aanvalsmedicatie te krijgen. Onderhoudstherapie is zelden nodig. Tijdens het congres hebben we de nieuwste evolutie in geneesmiddelen bekeken.'
Cerebrale folaat deficiëntie
Tenslotte was er ook aandacht voor cerebrale folaat deficiëntie, een omstreden ziekte die het gevolg zou zijn van een tekort aan foliumzuur in de hersenen.
'De ziekte werd omschreven door prof. dr. Vincent Ramaekers, een Belgische arts die in Aken actief is', licht Ceulemans toe. 'Hij is van mening dat deze aandoening een verklaring biedt voor een ziektebeeld dat gepaard gaat met een verkleinde schedel en psychomotorische achterstand. Volgens hem zijn de patiëntjes in kwestie te genezen met medicatie. Nu is er nogal wat controverse rond deze kwestie. Wellicht zijn er meerdere verklaringen voor het beschreven ziektebeeld, en is biochemisch gevonden cerebrale folaat deficiëntie in de meeste gevallen eerder een nevenverschijnsel dan de oorzaak van de ziekte. Wij hebben Ramaekers dan ook uitgenodigd om over het onderwerp te komen praten. Zijn voordracht heeft aanleiding gegeven tot een levendige discussie, wat alleen maar positief kan zijn.'
