De dienst intensieve zorgen
- verschenen in magUZA # 55
- oktober 2003
Steeds meer nood aan intensieve zorgen
Mensen die steeds ouder worden, de chirurgie die alsmaar meer kan, behandelingsmogelijkheden die worden uitgebreid, een maatschappij die voortdurend hogere eisen stelt aan de geneeskunde… Het zijn stuk voor stuk factoren die ervoor zorgen dat de diensten intensieve zorgen overvol raken. In de Verenigde Staten stijgt de behoefte aan intensieve zorgen-bedden jaarlijks met twee procent.
'De geneeskunde verlegt haar grenzen', weet prof. dr. Philippe Jorens, adjunct-diensthoofd intensieve zorgen. 'Vroeger zag je op intensieve zorgen bijvoorbeeld nauwelijks hoogbejaarde patiënten, terwijl dat vandaag niet meer uitzonderlijk is. Iemand die op hoge leeftijd nog in goede conditie is, komt tegenwoordig evengoed in aanmerking voor een operatie als een jongere patiënt.'
Groei intensieve zorgen in het UZA
Ook in het UZA steeg het aantal patiënten en bedden op intensieve zorgen explosief. In 1979 geleden startte de dienst in alle bescheidenheid met zes bedden. Dat aantal groeide geleidelijk uit tot dertig bedden begin jaren negentig. Maar ook die capaciteit was op de duur niet meer toereikend. Het operatiekwartier kon bij momenten zijn programma niet meer afwerken doordat er geen bedden meer vrij waren op intensieve zorgen.
'Die overbezetting vloeit voort uit het feit dat het ziekenhuis steeds meer mensen met heel ernstige aandoeningen aantrekt', verklaart prof. dr. Leo Bossaert, diensthoofd intensieve zorgen. 'Wat de ernst van de ziektes betreft, plaatst onze dienst intensieve zorgen zich aan de top van het land. Andere ziekenhuizen doen alsmaar vaker een beroep op ons als ze zelf met de handen in het haar zitten. Via die weg krijgen we niet alleen patiënten uit de hele provincie Antwerpen, maar ook uit het Waasland en een behoorlijk deel van Nederland. De laatste jaren konden we de toeloop niet meer slikken. In de eerste helft van 2002 moesten we meer dan honderd patiënten weigeren die door andere ziekenhuizen waren doorverwezen. Zoiets doet natuurlijk pijn.'
Uitbreiding
Een uitbreiding drong zich dan ook op, ook al was daar letterlijk geen ruimte voor. Om plaats te creëren voor bijkomende bedden moesten alle kantoren, vergaderzaaltjes en praktische ruimtes naar een voorlopige locatie uitwijken. In februari 2003 begonnen de afbraak- en verbouwingswerken en begin juli deden de eerste patiënten hun intrede op de splinternieuwe eenheid.
Patiëntendoelgroep van nieuwe eenheid
Bedoeling is dat intensieve zorgen 5 zich voornamelijk ontfermt over patiënten met inwendige aandoeningen, zoals zware infecties, bloedingen, ademhalingsproblemen en nierfalen. Een hele reeks aandoeningen voor één eenheid, zou je denken.
'Als intensivist op een eenheid interne geneeskunde moet je inderdaad een heel brede kennis hebben', zegt dokter Hendrik Demey, verantwoordelijk voor de nieuwe eenheid. 'Het hele domein van de geneeskunde kan bespeeld worden. Je moet je dus ook interesseren voor gebieden die niet meteen in het verlengde van je opleiding liggen. In plaats van je aandacht te concentreren op één orgaan moet je altijd naar de volledige patiënt kijken en je afvragen welke pathologieën zich kunnen voordoen. Dat vraagt de nodige inzet, en een breed netwerk van mensen waarop je kan vertrouwen.'
Elke eenheid heeft eigen aandachtsgebied
De volledige dienst telt vandaag 39 bedden, verspreid over vijf eenheden. Elke eenheid heeft zijn eigen aandachtsgebied. Intensieve zorgen 1, die geleid wordt door dr. Rudi De Paep, richt zich op hartchirurgie. Intensieve zorgen 2, met aan het hoofd dr. Koen De Decker, spitst zich toe op hartchirurgie en hartziekten. Intensieve zorgen 3 bevindt zich onder de verantwoordelijkheid van dokter Elke Van den Eeden en is voornamelijk bestemd voor patiënten die een operatie ondergaan hebben. En dan is er nog intensieve zorgen 4, geleid door prof. dr. Philippe Jorens en dokter Annick De Weerdt. Die eenheid legt zich in de mate van het mogelijke toe op patiënten die een zwaar ongeval hebben gehad en kinderen.
'Het gaat wel niet om een strikte indeling', beklemtoont Bossaert. 'We werken met verschillende eenheden, maar in de praktijk kan elke patiënt op elk van de eenheden terecht. We kiezen bewust voor een gemengde, mulitidisciplinaire dienst, omdat dat efficiënter is met het oog op middelen, mensen en apparatuur. Bovendien is zo'n multidisciplinaire structuur ook bijzonder verrijkend.'
Wie belandt op intensieve zorgen?
Voor een leek is een bezoek aan de intensieve zorgen meestal geen opbeurende aangelegenheid. Het beeld van een familielid of vriend die omringd wordt door een oerwoud van draadjes, infusen, toestellen en monitors kan vrij beangstigend zijn. Maar die hoogtechnologische omkadering is er niet voor niets. 'Patiënten komen op intensieve zorgen terecht omdat een of meerdere van hun orgaansystemen falen of dreigen te falen', legt Bossaert uit. 'Dat kan de bloedsomloop zijn, de ademhaling, het hart, de spijsvertering, het zenuwstelsel...
Hoe meer orgaansystemen er falen, hoe kritischer de toestand van de patiënt. Omdat iemand op intensieve zorgen in principe in levensgevaar verkeert, heeft hij nood aan permanente bewaking met monitors en een gespecialiseerde medische en verpleegkundige omkadering.'
Ongeveer een derde van de patiënten lijdt aan een hartaandoening, nog eens een derde heeft een inwendige ziekte. De resterende groep heeft een zware operatie ondergaan of was het slachtoffer van een ongeval. Bossaert : 'Twee derde wordt beademd. Sommigen zijn nog onder narcose, anderen zijn niet bij bewustzijn, nog anderen hebben ademhalingsproblemen.'
Apparatuur
De gespecialiseerde zorg vertaalt zich in een indrukwekkende batterij apparaten. Artsen en verpleegkundigen op intensieve zorgen moeten in het UZA met meer dan vijftig verschillende toestellen kunnen omspringen.
Arbeidsintensieve dienst
Typisch aan de dienst is ook dat er 24 uur op 24 even intensief wordt doorgewerkt. Er zijn voortdurend artsen op de dienst aanwezig, en het aantal verpleegkundigen ligt gevoelig hoger dan op andere afdelingen. De naam intensieve zorgen mag je gerust vertalen als arbeidsintensieve zorgen.
'Als bijvoorbeeld een patiënt overdag een hartoperatie ondergaat, dan proberen we die al tegen de volgende ochtend naar een gewone kamer te krijgen', zegt dokter Rudi De Paep. 'Hoe korter de patiënt aan de beademing ligt, hoe beter. Maar voor hij zover is, moet een hele weg afgelegd worden. De patiënt moet van de beademing af, zijn bloeddruk moet onder controle gebracht worden, het hart moet weer normaal werken… Dat betekent dat de verpleegkundige 's nachts tegen hetzelfde tempo moet blijven werken als overdag.'
De wet schrijft voor dat er op intensieve zorgen gevoelig meer verpleegkundigen aanwezig moeten zijn dan op een gewone afdeling. Ter vergelijking : op een gewone afdeling nemen verpleegkundigen overdag elk zeven of acht patiënten onder hun vleugels, 's nachts zijn dat er vijftien of in sommige gevallen zelfs dertig. Op intensieve zorgen wordt ernaar gestreefd dat er overdag en 's nachts minstens één verpleegkundige voor drie patiënten aanwezig is.
Bossaert : 'Die hogere personeelsbezetting op intensieve zorgen is echt wel nodig. Onze verpleegkundigen werken per dag een heel groot aantal activiteiten af die specifiek met bewaking of behandeling te maken hebben. De zogenaamde hotelzorg, zoals wassen en eten geven, neemt in verhouding veel minder tijd in beslag.'
'Dat is niet zo omdat daar minder aandacht voor zou zijn, maar omdat de verpleegkundige nu eenmaal veel minder patiënten verzorgt dan op een gewone afdeling', preciseert Jorens.
Teamwerk
De dienst kan maar functioneren dankzij de inzet van een team dat perfect op elkaar is afgestemd. Daartoe behoren, naast de artsen en verpleegkundigen, ook de kinesitherapeuten, de technici, de secretaressen en de verpleeghulpen. Ieder zorgt er op zijn manier voor dat het raderwerk vlot draait. De kinesitherapeuten zetten zich in voor een snelle revalidatie van de patiënt, de technici zien erop toe dat de apparatuur piekfijn in orde blijft, de secretaressen zorgen voor een vlotte afhandeling van het administratieve gedeelte en de verpleeghulpen spannen zich dag na dag in om het juiste product of materiaal tijdig op de juiste plaats te krijgen.
Vooruitblik
Vast staat dat er aan de groei van de dienst intensieve zorgen nog geen eind gekomen is. Maar wanneer en in welke mate er opnieuw uitgebreid zal worden, valt moeilijk te voorspellen.
'Dat hangt van tal van factoren af', aldus Jorens. 'Hoe zullen de bevolking en de geneeskunde evolueren? Wat wordt er van ons gevraagd? En ook, wat is financieel nog haalbaar? De totale kosten die intensieve zorgen-patiënten met zich meebrengen, bedragen naar schatting één procent van het bruto nationaal product.'
'De vraag of alles voor iedereen moet blijven kunnen, en dat tegen elke prijs, weerklinkt elk jaar luider. In Engeland en Nederland wordt nu al een systeem van budgetbeperking gehanteerd, waardoor sommige patiënten uit de boot vallen.
Hier is dat voorlopig niet aan de orde, maar ook wij zullen ons vroeg of laat over dat probleem moeten bezinnen', besluit De Paep.
Opleiding, onderwijs en onderzoek
De dienst intensieve zorgen van het UZA doet meer dan patiëntenzorg aanbieden. Ook het opleiden van artsen en verpleegkundigen, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek behoren tot de taken.
'Zo verzorgen we een gespecialiseerde opleiding voor verpleegkundigen', zegt diensthoofd professor dokter Leo Bossaert. 'We leiden specialisten op die in het kader van hun opleiding elementaire kennis van intensieve zorgen moeten opdoen én we bieden als erkend opleidingscentrum een programma intensieve geneeskunde aan. Dat betekent concreet dat er hier jaarlijks, naast de vaste medische staf van zeven artsen, een tiental specialisten in opleiding aan de slag zijn.'
Prof. Bossaert en prof. Jorens vervullen naast hun werk in het ziekenhuis ook nog een onderwijsopdracht aan de Universiteit Antwerpen. En ten slotte levert de dienst ook aan het wetenschappelijk onderzoek belangrijke bijdragen met een internationale weerklank. De voornaamste aandachtspunten op dat vlak zijn reanimatie, klinische farmacologie en intoxicaties, infecties en management.
Verpleegkundigen op intensieve zorgen
Op de dienst intensieve zorgen van het UZA werken meer dan honderd verpleegkundigen, het equivalent van 109 voltijdse krachten. De wet bepaalt dat minstens vijftig procent van deze verpleegkundigen een extra specialisatiejaar gevolgd moet hebben. In het UZA voldoet 75 procent aan die voorwaarde.
'Om hun certificaat te behouden moeten de verpleegkundigen minstens zestien uur bijscholing per jaar volgen. Het ziekenhuis organiseert die bijscholing volledig zelf in de vorm van dagopleidingen', zegt Paul Van Aken, afdelingshoofd verpleegkunde op de dienst intensieve zorgen.
'Die bijkomende opleiding is zeker geen overbodige luxe', stipt diensthoofd prof. dr. Leo Bossaert aan. 'Onze verpleegkundigen dragen een grote verantwoordelijkheid. Als er iets fout loopt met een patiënt - bijvoorbeeld een sterke daling van de bloeddruk of een ernstige hartritmestoornis - moeten ze onmiddellijk op de juiste manier reageren. Het volstaat niet te zeggen dokter, kom eens even kijken.'
Van de klassieke hiërarchie - arts versus verpleegkundige - is er op intensieve zorgen geen sprake. Beiden vervullen een evenwaardige rol in de verzorging van de patiënt. Van Aken : 'Op deze dienst hebben we elkaar allemaal nodig. Iedereen noemt elkaar trouwens bij de voornaam. Ook daaraan merk je dat er op gelijke voet wordt gewerkt.'
