Antibiotica - spaarzaamheid is de boodschap


Wat zijn antibiotica?

Antibiotica zijn geneesmiddelen die worden ingezet tegen bacteriële infecties. Sommige doden de bacteriën, andere remmen hun groei af zodat het natuurlijke afweersysteem ze alsnog kan elimineren.

Probleem van resistentie

Het eerste gebruik van antibiotica dateert al van de jaren veertig van de vorige eeuw. Sindsdien werden er voortdurend nieuwe en betere soorten ontwikkeld, waardoor gaandeweg een lichte euforie ontstond: infectieziekten leken eindelijk definitief bezworen. Maar de laatste twintig jaar kreeg dat optimisme een flinke knauw. Alsmaar meer bacteriën werden resistent tegen alsmaar meer soorten antibiotica. Dat die resistentie zou optreden was te verwachten. Maar dat dit op zo'n grote schaal en tegen die snelheid zou gebeuren, had de medische wereld niet zien aankomen.

Hoe ontstaat resistentie?

Het ontstaan van resistente bacteriën heeft alles te maken met de survival of the fittest. Door het massale gebruik van antibiotica gaan bepaalde soorten bacteriën zich als het ware verzetten door geleidelijk genetische veranderingen te ondergaan, net zolang tot ze resistent zijn geworden tegen één of meerdere soorten antibioticum. De problemen ontstaan als een patiënt besmet wordt met zo'n resistente bacterie en vervolgens behandeld wordt met een antibioticum dat op die bacterie geen vat heeft. Op dat moment worden immers alle bacteriën gedood, behalve die ene resistente bacterie die volop zal beginnen woekeren.
De arts moet dan een ander soort antibioticum inschakelen, waartegen de bacterie niet resistent is. Maar de vrees bestaat dat als steeds meer bacteriën resistent worden tegen steeds meer soorten antibioticum, de geneeskunde op de duur machteloos zal staan tegen bepaalde infecties.

Overconsumptie

Overconsumptie van antibiotica - zowel binnen als buiten de ziekenhuizen - is een belangrijke oorzaak van het resistentieprobleem.
"Zo wordt griep in vijftig procent van de gevallen behandeld met antibiotica, terwijl die ziekte door een virus veroorzaakt wordt. Het gebruik van antibacteriële geneesmiddelen heeft hier dus totaal geen zin", zegt professor dokter Hermans Goossens, diensthoofd klinische biologie. Hetzelfde geldt voor een stevige verkoudheid, die al evenmin om een behandeling met dit type medicijnen vraagt.
Maar ook ziekenhuizen waren en zijn niet altijd schoolvoorbeelden van verantwoord antibioticagebruik. Behandelingen worden soms langer aangehouden dan strikt noodzakelijk, of er wordt steevast naar een bepaald antibioticum gegrepen zonder rekening te houden met een eventueel risico op resistentie.
"Nu is de situatie in ziekenhuizen wel helemaal anders", nuanceert Goossens. "Wij zetten antibiotica in om ernstige, soms zelfs levensbedreigende infecties te bestrijden. Dat ligt anders dan bij de meeste infecties buiten de ziekenhuizen."

Stijging antibioticagebruik in ziekenhuizen

Doordat ziekenhuizen steeds zwaardere gevallen te behandelen krijgen, is het antibioticagebruik er de laatste jaren nog gestegen.
"Dat hangt ook samen met het feit dat mensen altijd maar ouder worden. Op hoge leeftijd ben je veel vatbaarder voor infecties", zegt dokter Hendrik Demey, kliniekhoofd intensieve zorgen.

Ziekenhuisinfecties

Het antibioticagebruik ligt vooral erg hoog in de afdelingen intensieve zorgen, die traditioneel met meer infecties kampen. Resistente bacteriën vormen er een reëel probleem, evenals de fameuze ziekenhuisinfecties. Die laatste worden veroorzaakt door kiemen die voornamelijk in ziekenhuizen verblijven en moeten doorgaans met extra krachtige antibiotica behandeld worden.
Demey: "We moeten het probleem wel niet opblazen. De meeste patiënten op intensieve zorgen lopen gelukkig geen ziekenhuisinfectie op. Maar het risico is er. Eén van de redenen waarom vooral intensieve zorgen met het probleem te maken krijgt, is dat daar de ziekste patiënten liggen, die bijzonder gevoelig zijn voor infecties. Ze liggen hier bovendien met allerlei buisjes en slangetjes in hun lichaam, wat het voor bacteriën gemakkelijker maakt om binnen te dringen. Dat alles brengt op zijn beurt weer een grotere concentratie aan kiemen met zich mee. Je zit dus enerzijds met een groter aanbod aan bacteriën en anderzijds met mensen die vatbaarder zijn voor infecties. Een situatie die nu eenmaal eigen is aan ziekenhuizen."
Om die reden is het ook zo belangrijk dat artsen en verpleegkundigen een strikte ziekenhuishygiëne hanteren, met als belangrijkste punt het regelmatig ontsmetten van de handen. Alleen zo wordt vermeden dat al dan niet resistente bacteriën van patiënt naar patiënt verhuizen.

Hoe wordt bacterie resistent?

Je hoort vandaag voortdurend spreken over resistente bacteriën. Maar hoe wordt een bacterie eigenlijk resistent? "Dat gebeurt via verschillende mechanismen", legt dokter Hendrik Demey van intensieve zorgen uit. "Sommige bacteriën houden als het ware de poortjes toe zodat het antibioticum niet meer kan binnendringen, andere ontwikkelen een pomp die het geneesmiddel weer naar buiten werkt, nog andere maken eiwitten aan die het vernietigen. En tenslotte zijn er ook bacteriën die het punt waarop het antibioticum moet inwerken, van plaats veranderen. Het resultaat is dat de sleutel als het ware niet meer op het slot past."
Resistente bacteriën gebruiken één van die mechanismen, of een combinatie ervan. Dat verklaart waarom er voortdurend naar nieuwe antibiotica gezocht moet worden.
"Het probleem blijft overigens niet beperkt tot antibiotica", zegt Demey. "Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij antischimmelgeneesmiddelen en antivirale medicijnen."

Goede ziekenhuishygiëne loont

Het probleem van de resistente bacteriën mag dan elk ziekenhuis treffen, de kiemen die het probleem veroorzaken zijn in elk ziekenhuis verschillend. Als bijvoorbeeld een instelling regelmatig patiënten over de vloer krijgt van een naburig rust- en verzorgingstehuis dat op zijn beurt met een bepaalde resistente bacterie kampt, is er meer dan waarschijnlijk ook een systematische inbreng van die bacterie. "Een typische kiem waarmee zowat alle grote Belgische ziekenhuizen geplaagd zitten, is MRSA", zegt dokter Hendrik Demey van intensieve zorgen. "In het UZA is het voorkomen van die bacterie echter verwaarloosbaar. Op dat vlak doen weinig ziekenhuizen in België het beter. Voor een stuk heeft dat met geluk te maken, maar we hebben het zeker ook te danken aan onze doorgedreven ziekenhuishygiëne."

Antibioticumbeleid in het UZA


Van een daling van het antibioticagebruik in ziekenhuizen is er voorlopig geen sprake. Maar er worden wel flink wat inspanningen geleverd om een en ander onder controle te houden.
"In het UZA zijn we een achttal jaar geleden gestart met een werkgroep antibioticumbeleid", zegt Demey. "Daarin is vooral het laboratorium microbiologie sterk vertegenwoordigd, naast de diensten die het meest met de problematiek te maken krijgen. De werkgroep brengt elke twee jaar het zogenaamde antibioticumformularium uit, een handleiding rond het gebruik van antibiotica. Daarin kan de arts opzoeken welk geneesmiddel hij voor welke aandoening moet voorschrijven, en in welke dosis."
"Noem het maar de bijbel voor antibioticagebruik in dit ziekenhuis", vult Goossens aan. "Als de arts zich er niet aan houdt, wordt hij op de vingers getikt. Voor bepaalde producten is zelfs speciale toestemming nodig van de werkgroep. Het gaat dan meer bepaald om breedspectrumantibiotica: dure geneesmiddelen die tegen een groot aantal infecties werkzaam zijn. Ze zijn van groot belang voor bepaalde patiënten, maar we moeten er uiteraard voorzichtig mee omspringen."
Sinds 1991 brengt het UZA het eigen antibioticagebruik systematisch in kaart, een maatregel die in België vrij uniek is en alleen maar mogelijk is dankzij de goede samenwerking met de ziekenhuisapotheek.
"Op die manier krijgen de diensten inzicht in hun voorschrijfgedrag. Door het antibioticagebruik te koppelen aan resistentie kunnen we bovendien bepaalde conclusies trekken voor ons beleid", legt Goossens uit.
Het strikter antibioticabeleid mag vanzelfsprekend niet ten koste gaan van de gezondheid van de patiënt, beklemtoont hij. "Maar dat hoeft ook niet. Door gewoon de correcte dosis en voorschrijfduur te respecteren, boeken we al een grote vooruitgang."

Overheidsbeleid


Ook de overheid houdt zich de laatste jaren nadrukkelijker met het antibioticaprobleem bezig. Op basis van wetenschappelijk onderzoek werd de noodzaak van preventief antibioticagebruik bij heelkundige ingrepen herbekeken, waarbij de terugbetaling werd teruggeschroefd. Daarnaast werd er een coördinatiecomité voor antibioticabeleid opgericht. Dat leidde tot een nieuw project dat binnenkort van start gaat: een dertigtal pilootziekenhuizen krijgen extra middelen om een deskundige voor antibioticabeleid aan te stellen. Eerder al werden alle ziekenhuizen verplicht om een werkgroep rond antibioticabeleid op te richten.
In het UZA werpen de inspanningen van de werkgroep alvast vruchten af.
"Zo hebben we de laatste jaren een dalend aantal ziekenhuisinfecties vastgesteld. Dat bewijst dat we goed bezig zijn", besluit Goossens.