<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-15" ?>
<rss version="2.0" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
<channel>
	<title>magUZA - artikels</title>
	<link>http://www.maguza.be/magazines/p/rss</link>
	<description>
		<![CDATA[
		magUZA - zorgmagazine van het universitair ziekenhuis van antwerpen
		]]>
</description>
	<image>
		<title>magUZA - artikels</title>
		<url>http://www.maguza.be/modules/core/layout/images/rss2.gif</url>
		<link>http://www.maguza.be/magazines/p/rss</link>
	</image>
	<lastBuildDate>Tue, 07 Sep 2010 03:50:44 +0200</lastBuildDate>
	<pubDate>Tue, 07 Sep 2010 03:50:44 +0200</pubDate>
	<generator><![CDATA[Fork CMS]]></generator>
<atom:link href="http://www.maguza.be/magazines/p/rss" rel="self" type="application/rss+xml" /><item>
	<title>Dementie - Verdwalen in je eigen geest</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/dementie-verdwalen-in-je-eigen-geest</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p>Mensen die de weg niet meer vinden in hun eigen huis, hun familie niet meer herkennen of &#8217;s nachts op pantoffels de straat op trekken: voor wie regelmatig met dementiepati&#235;nten in contact komt, zijn het herkenbare verhalen.<br /><br />Dementie betekent letterlijk: je geest verliezen. De helft tot drie kwart van de dementerenden heeft de ziekte van Alzheimer. In dat geval sterven de zenuwcellen van de hersenen geleidelijk af. De oorzaak daarvan is de opeenstapeling van het eiwit amylo&#239;d tussen de zenuwcellen. Naast die zogenaamde seniele plakken ontstaan er ook afwijkingen in de zenuwcellen zelf, die bestaan uit kluwens van eiwitten van het skelet van de cel. De eerste tekenen doen zich gemiddeld voor rond 65 jaar. Heel uitzonderlijk komt dementie al voor op jonge leeftijd, soms zelfs al bij dertigers. Meestal gaat het dan om een erfelijke vorm van de ziekte.<br /><br />&#8216;Het eerste symptoom is doorgaans geheugenverlies&#8217;, zegt prof. dr. Patrick Cras, diensthoofd neurologie. &#8216;Vooral het kortetermijngeheugen wordt aangetast. Mensen herinneren zich bijvoorbeeld nog precies een telefoonnummer van vroeger, maar vergeten wat iemand een minuut geleden heeft gezegd. Andere symptomen zijn taalproblemen, een toenemende onhandigheid en plaatsen of voorwerpen niet meer herkennen.&#8217; Bij de meerderheid treden er ook gedragsstoornissen op, zoals sociale ongeremdheid, agressie of een verlies van betrokkenheid. Voor de partner is het vaak heel moeilijk te aanvaarden dat de pati&#235;nt een totaal andere persoon is geworden.<br /><br />In de laatste fase van de ziekte wordt de pati&#235;nt helemaal hulpeloos. Hij is volledig in de war, heeft geen benul meer van wat er om zich heen gebeurt en herkent zijn naaste familie niet meer. Op de duur kunnen pati&#235;nten zich niet meer aankleden, zelfstandig eten of zelfs lopen.</p>
<h4>Meer dan &#233;&#233;n soort dementie</h4>
<p>Behalve de ziekte van Alzheimer zijn er nog veel andere vormen van dementie. Dit zijn de belangrijkste:</p>
<ul>
<li>Fronto-temporale dementie: een verzamelnaam voor verschillende vormen. Bij &#233;&#233;n groep zijn er vooral taalproblemen, een andere subgroep vertoont voornamelijk gedragsstoornissen. </li>
<li>Vasculaire dementie: een relatief frequente vorm die het gevolg is van een gebrekkige doorbloeding. Het gaat om pati&#235;nten die bijvoorbeeld werden gereanimeerd na een hartstilstand of die een herseninfarct doormaakten. </li>
<li>Diffuse Lewy Body Disease (DLBD): een ziekte die het midden houdt tussen de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Parkinson.</li>
</ul>
<p>Voor de diagnosestelling is het verhaal van de pati&#235;nt en zijn omgeving doorslaggevend. Scans en andere beeldvorming zijn vooral nuttig als bijkomende informatiebron. &#8216;Soms nemen we ook ruggenmergvocht af. De concentratie van bepaalde eiwitten daarin kan een sleutel zijn tot de diagnose. Ook gaan we vaak na of er verminderde doorbloeding is in de hersenen, wat kan wijzen op een herseninfarct als oorzaak&#8217;, legt Cras uit.</p>
<h4>Afgeschreven?</h4>
<p>Een behandeling die dementie geneest of het ziekteproces vertraagt, is er op dit moment niet. Voor alzheimerpati&#235;nten zijn er wel medicijnen die de symptomen vooral de eerste jaren in zekere mate onderdrukken. Zogenaamde cholinesteraseremmers werken in op geheugen, alertheid en gedrag. Maar naarmate de ziekte vordert, is het effect kleiner. Ook zijn er geneesmiddelen die specifiek de gedragsproblemen aanpakken, zoals antidepressiva.<br /><br />In het UZA worden pati&#235;nten met dementie opgevangen in de geheugenkliniek van de dienst neurologie. Nadat de diagnose is gesteld, komen ze regelmatig op raadpleging om het effect van de medicatie te evalueren en voor verdere begeleiding. De pati&#235;nt en zijn familie krijgen advies over hoe ze met de ziekte kunnen omgaan.<br /><br />Familieleden zijn soms zo beschermend dat ze, zonder het zelf te beseffen, de pati&#235;nt niet meer laten meetellen. &#8216;Je ziet soms dat een pati&#235;nt een nobody wordt, iemand die zogezegd niks meer zelf kan. Dat is niet zo. Zeker in het beginstadium kunnen alzheimerpati&#235;nten nog belangrijke beslissingen voor zichzelf nemen&#8217;, beklemtoont Cras. Voor de mantelzorgers, en dan vooral de partner, betekent de ziekte een enorme belasting. Het is heel belangrijk dat hij of zij steun krijgt en tijdig aan de alarmbel trekt als het niet meer lukt.</p>
<h4>Leeftijd grootste risicofactor</h4>
<p>Intussen gebeurt er volop onderzoek naar nieuwe medicatie. Zo worden geneesmiddelen getest die de vorming van de amylo&#239;dplakken voorkomen. Ook zijn er vaccins ontworpen die het teveel aan amylo&#239;d moeten opruimen, maar het effect van die nieuwe middelen moet nog worden aangetoond. <br /><br />Het wetenschappelijk onderzoek boekt alleszins vooruitgang. In vergelijking met twintig jaar geleden is er nu veel meer inzicht in de verschillende soorten dementie. Dat is nodig om tot een goede behandeling te komen. Ook over preventie is stilaan meer geweten. &#8216;Er zijn bepaalde risicofactoren&#8217;, aldus Cras. &#8216;Zo staat vast dat mensen met een te hoge bloeddruk of een verhoogd cholesterolgehalte meer risico lopen. Maar uiteindelijk is leeftijd veruit de grootste risicofactor, en daar kun je natuurlijk niets tegen beginnen. Ook genetische aanleg heb je niet in de hand. Een actief en gezond leven leiden, is de beste manier om je risico te verkleinen.&#8217; <br /><br /><strong>Info: Dienst neurologie UZA, 03 821 34 23<br /><a href="http://www.alzheimerliga.be" target="_blank">www.alzheimerliga.be</a>, <a href="http://www.info-alzheimer.be" target="_blank">www.info-alzheimer.be</a><br /></strong></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:10:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/dementie-verdwalen-in-je-eigen-geest</guid>
	</item>
<item>
	<title>Alzheimer vroeg opsporen</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/alzheimer-vroeg-opsporen</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p>Met een PET-scan, een techniek die specifieke lichaamsprocessen in beeld brengt, is het mogelijk de ziekte van Alzheimer in het prille beginstadium op te sporen. &#8216;Alzheimerpati&#235;nten ontwikkelen al heel vroeg amylo&#239;dplaques in de hersenen&#8217;, zegt dr. Sarah Ceyssens van de dienst nucleaire geneeskunde. &#8216;Door bij mensen een radioactief gemarkeerde stof in te spuiten die zich bindt aan het eiwit amylo&#239;d, krijgen we een beeld van de verspreiding ervan in de hersenen. Bij alzheimerpati&#235;nten komt amylo&#239;d meer en in specifieke hersenregio&#8217;s voor.&#8217; De techniek wordt nu vooral gebruikt in het kader van de diagnosestelling, voorlopig uitsluitend in studieverband. <br />In de nabije toekomst wordt het mogelijk de ziekte op te sporen nog voor er klachten zijn. &#8216;Dat is vooral belangrijk in het kader van onderzoek naar nieuwe medicatie&#8217;, zegt prof. dr. Sigrid Stroobants, diensthoofd nucleaire geneeskunde. &#8216;Momenteel worden er geneesmiddelen ontwikkeld die bedoeld zijn om de plaques op te lossen. Als die er zijn, wordt het zinvol om de ziekte heel vroeg te detecteren.&#8217; <br /><br /><strong>Info: dienst nucleaire geneeskunde UZA, T 03 821 35 68</strong></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:09:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/alzheimer-vroeg-opsporen</guid>
	</item>
<item>
	<title>Hersenen herprogrammeren?</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/hersenen-herprogrammeren</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><br />In de zoektocht naar een behandeling van dementie denken sommige wetenschappers voorzichtig in de richting van neuromodulatie. Met die techniek worden bepaalde kernen in de hersenen gestimuleerd of onderdrukt, al dan niet door elektrodes in de hersenen in te planten. Neuromodulatie wordt nu al succesvol toegepast in de behandeling van onder meer de ziekte van Parkinson.<br />&#8216;Naar het effect van neuromodulatie op dementie is nog maar weinig onderzoek gebeurd&#8217;, zegt prof. dr. Dirk De Ridder, hoofd van het neuromodulatiecentrum BRAI?N. &#8216;Binnen BRAI?N hopen we op termijn met zo&#8217;n onderzoek te starten. Uit de weinige studies die nu al zijn gedaan, is onder meer gebleken dat het in theorie mogelijk is om iemands visuele herkenningsvermogen te verhogen en om het geheugen van gezonde personen te stimuleren. Neuromodulatie kan de aftakeling van de hersenencellen niet tegengaan, maar in de toekomst kan het misschien wel het gebruik van de resterende hersencapaciteit optimaliseren en dus de ziekte vertragen.&#8217; <br /><br /><strong>Info: BRAI?N, 03 821 45 38, <a href="http://www.brai2n.net" target="_self">www.brai2n.net</a></strong></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:09:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/hersenen-herprogrammeren</guid>
	</item>
<item>
	<title>Genetische kennis neemt snel toe</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/genetische-kennis-neemt-snel-toe</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>De genetische puzzel rond de ziekte van Alzheimer is nog lang niet compleet, maar er worden almaar meer stukjes gevonden. &#8216;Binnen een tweetal jaar zullen we wellicht 65 % van iemands genetische risico op ouderdomsdementie kunnen bepalen&#8217;, zegt moleculair genetica prof. dr. Christine Van Broeckhoven.<br /></strong><br />Christine Van Broeckhoven is departementsdirecteur van het Departement voor Moleculaire Genetica van het VIB (vroeger Vlaams Instituut voor Biotechnologie), verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Met haar baanbrekende genetisch onderzoek naar geheugenziekten kreeg ze internationale erkenning.</p>
<h4>Twee genetische vormen</h4>
<p>De afgelopen twintig jaar gaf de ziekte van Alzheimer heel wat genetische geheimen prijs. Er zijn nu drie causale genen voor de ziekte bekend. Dat wil zeggen dat wie een fout in een van die genen draagt, de ziekte bijna zeker krijgt. Het gaat in die gevallen om erfelijke vormen waarvan de symptomen op jongere leeftijd, tussen 30 en 60 jaar, hun intrede doen. Daarom wordt vandaag alleen bij pati&#235;nten met jongdementie op de aanwezigheid van erfelijke fouten getest. <br /><br />&#8216;Maar de grote meerderheid van de dementiepati&#235;nten is ouder dan 65&#8217;, zegt Van Broeckhoven. &#8216;Ook over ouderdomsdementie is genetisch al meer geweten. In dit geval spreken we echter van een genetisch risicoprofiel. Dat wil zeggen dat wie een bepaalde combinatie van genetische risicovarianten draagt, meer kans heeft om de ziekte te krijgen. Daarnaast spelen er ook omgevingsfactoren mee. Dat samenspel van genetische en omgevingsfactoren is nog onvoldoende gekend.&#8217;</p>
<h4>Dubbel zo veel pati&#235;nten over twintig jaar</h4>
<p>Vorig jaar werden drie bijkomende genetische risicofactoren voor alzheimerdementie ontdekt, via een internationale studie waaraan de onderzoeksgroep van Van Broeckhoven deelnam. Daarmee is nu naar schatting 35 % van het genetische risico gekend. Die kennis zal ongetwijfeld bijdragen tot meer inzicht in de oorzaken van de ziekte en later tot vroegtijdige opsporing van ouderen met een hoog risico. &#8216;Maar dat laatste heeft uiteraard alleen maar nut zodra preventieve of vroege behandeling van de ziekte mogelijk is&#8217;, onderstreept Van Broeckhoven. <br /><br />Van Broeckhoven hamert in dat kader op het belang van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. &#8216;Nu al telt Belgi&#235; 165.000 personen met dementie, en over twintig jaar zijn dat er naar schatting dubbel zo veel. Als we onze maatschappij ook voor ouderen leefbaar willen houden, moeten we heel dringend meer investeren in het onderzoek naar dementie en andere neurologische hersenziekten.&#8217; <br /><br /><strong>Info: <a href="mailto:vragen.informatie@molgen.vib-ua.be" target="_blank">vragen.informatie@molgen.vib-ua.be</a></strong></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:08:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/genetische-kennis-neemt-snel-toe</guid>
	</item>
<item>
	<title>&apos;Jij bent de volgende&apos;, zei de dokter</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/jij-bent-de-volgende-zei-de-dokter</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Sinds Jeannine (69) aan de ziekte van Alzheimer lijdt, zijn zij en haar man Paul (67) in alle betekenissen van het woord onafscheidelijk. Dankzij zijn steun en hun beider optimisme gaat het nog vrij goed. &#8216;Een geluk dat we zo goed overeenkomen&#8217;, zegt Paul.</strong><br /><br />Een verrassing was het niet. &#8216;Mijn moeder en haar vier zussen zijn ook allemaal dement geworden&#8217;, vertelt Jeannine. &#8216;De dokter van mijn moeder zei het destijds nog: <em>jij bent de volgende</em>. Dus toen ik drie jaar geleden dezelfde diagnose kreeg, viel ik niet uit de lucht. Na verloop van tijd kwam er zelfs een zekere rust over mij. In de jaren voor de diagnose zat ik meer in spanning dan nu.&#8217;<br /><br />Het begon tijdens een vakantie aan zee. Jeannine werd &#8217;s nachts wakker en vond de badkamer niet meer. Er ging meteen een belletje rinkelen. &#8216;Kort daarna zaten we in het UZA op consultatie bij prof. Cras&#8217;, zegt Paul. &#8216;Jeannine heeft toen met tussenpozen allerlei psychologische tests afgelegd. Na ongeveer een half jaar kwam de diagnose alzheimer eruit. Ze lijdt bijna zeker aan een erfelijke vorm. Vanaf toen kreeg ze Aricept voorgeschreven. Dat houdt de symptomen een tijd tegen.&#8217;<br /><br />In die periode werkte Paul nog en dat was niet gemakkelijk. Jeannine: &#8216;Mijn kortetermijngeheugen liet het toen al sterk afweten. Ik herinnerde me vaak niet wat ik moest doen en schreef de hele dag briefjes om dingen te kunnen onthouden. Belde er iemand, dan schreef ik dat op.&#8217; &#8216;En soms schreef je het dan een tweede keer op, omdat je dat eerste briefje vergeten was&#8217;, lacht Paul.</p>
<h4>Waar zijn die papieren naartoe?</h4>
<p>Voor Jeannine was die periode zo zwaar dat ze in drie maanden tijd twaalf kilo afviel. Gelukkig ging Paul kort daarna met pensioen. &#8216;Dat was een groot geluk, omdat ik er vanaf toen altijd voor Jeannine kon zijn. Ze was meteen veel rustiger. Gaandeweg heb ik taken van haar overgenomen. Ik kook nu en betaal onze facturen. Ook documenten opbergen mag Jeannine niet meer doen, want dan vindt ze die niet terug. Maar ze klasseert nog wel de rekeninguittreksels. Wat ze nog zelf kan, kan ze beter blijven doen. Zo blijven haar hersenen getraind. Om die reden houdt ze ook een dagboek bij.&#8217;<br /><br />Doordat Paul nog bestuurslid is in zijn vroegere bedrijf, moet hij af en toe een dag weg. Dan gaat Jeannine ook de deur uit. &#8216;Als ik alleen ben, voel ik me angstig. Maar onze buren en vrienden zijn op de hoogte en steunen ons spontaan. Op die dagen kan ik altijd een kop koffie gaan drinken bij een buurvrouw of ga ik naar een taverne in de buurt.&#8217; Dat laatste zal ze in de loop van het gesprek nog vaak herhalen. &#8216;Sociaal contact is de beste manier om de ziekte te beteugelen. Ik stimuleer Jeannine regelmatig om mensen op te bellen&#8217;, zegt Paul. <br /><br />De raadplegingen in het UZA, om de zoveel maanden, zijn voor de twee een houvast. &#8216;We kunnen goed praten met prof. Cras en hij heeft ons al heel wat nuttig advies gegeven&#8217;, zegt Paul. &#8216;Dankzij hem kon Jeannine ook in een studie stappen en nieuwe medicatie proberen. Om medische redenen is ze daar spijtig genoeg moeten uitstappen.&#8217;</p>
<h4>&#8216;Liever euthanasie dan aftakelen&#8217;</h4>
<p>Jeannine wil vooral niet eindigen als haar moeder en tantes. Daarvoor heeft ze te veel ellende gezien. Haar moeder die &#8217;s nachts op straat ging zwerven, een tante die jarenlang wegkwijnde in een instelling ... &#8216;Haar moeder en tante woonden in hetzelfde huis, maar op de duur herkende haar moeder haar zus niet meer en beschouwde ze die als een inbreekster. Die twee begonnen zelfs te vechten&#8217;, herinnert Paul zich. &#8216;Merkwaardig was ook dat ze op een bepaald moment allemaal Frans met elkaar begonnen te praten. Alle zussen hadden als kind op een Franstalig internaat gezeten. Dat kwam op de duur weer naar boven&#8217;, vertelt Jeannine.<br /><br />Het koppel merkt soms aan kleine dingen dat Jeannines toestand heel stilletjes achteruitgaat. Een jaar geleden kon ze nog een kort boodschappenlijstje onthouden, nu niet meer. Als ze Paul iets vraagt, is ze het antwoord vaak al na een minuutje vergeten. Ze hopen dat de ziekte niet te snel zal evolueren. In geen geval wil Jeannine helemaal aftakelen. &#8216;Als het echt niet meer gaat, wil ik euthanasie. We bekijken nu wat we daarvoor kunnen regelen. Evident is dat niet, want als je niet meer beslissingsbekwaam bent, kan het niet meer.&#8217;<br /><br />Op dit moment kunnen de twee de situatie nog vrij goed de baas. Ze zijn heel actief en gaan veel op vakantie. Paul steunt zijn vrouw door dik en dun. &#8216;We zijn altijd samen en zo lukt het goed. Een beetje zoals in het klooster. Uit een recente Franse studie met nonnetjes is gebleken dat sommige van die kloosterzusters volledig dement zijn. Maar die helpen elkaar zozeer dat niemand dat merkt. Wel, zo doen wij dat in zekere zin ook.&#8217;<br /></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:06:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/jij-bent-de-volgende-zei-de-dokter</guid>
	</item>
<item>
	<title>Gewoon verstrooid of beginnende dementie?</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/gewoon-verstrooid-of-beginnende-dementie</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><br />Veel oudere mensen zijn bang om dement te worden. Is het wel normaal dat ik zo vaak niet op mijn woorden kan komen? Omdat de ene persoon van nature vergeetachtiger is dan de andere, is het moeilijk om een algemene regel te stellen. &#8216;Ik raad mensen aan om zich bij twijfel zeker te laten onderzoeken&#8217;, zegt Sonny Smet van het Dementiecaf&#233;. &#8216;Is er niets aan de hand, dan zijn ze gerustgesteld. Is er wel sprake van dementie, dan kunnen mensen zich vroeg laten behandelen en weet ook de familie waar ze aan toe is. Soms voelen mantelzorgers zich naderhand schuldig omdat ze boos waren op hun familielid, terwijl die niets aan zijn gedrag kon doen.&#8217;<br />Zeker als de klachten een impact hebben op het normaal functioneren, is het beter een dokter te raadplegen. Een keer de draad van een uiteenzetting verliezen is normaal; systematisch geen gesprek meer kunnen volgen, is dat niet. &#8216;Vaak zien we dat de pati&#235;nt zijn omgeving bewust op een verkeerd spoor zet&#8217;, zegt Jurn Verschraegen van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen. &#8216;Dat is een natuurlijk verdedigingsmechanisme. Meestal is het dan ook niet de pati&#235;nt zelf, maar de familie die uiteindelijk aan de alarmbel trekt.&#8217;</p>
<p>Info: <a href="http://www.dementiecafe.be" target="_blank">www.dementiecafe.be</a>, <a href="http://www.omgaanmetdementie.be" target="_blank">www.omgaanmetdementie.be</a>, <a href="http://www.dementie.be" target="_blank">www.dementie.be</a></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:05:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/gewoon-verstrooid-of-beginnende-dementie</guid>
	</item>
<item>
	<title>Na de diagnose</title>
	<link>http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/na-de-diagnose</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Op een dag valt de diagnose alzheimer. En wat dan? Naast zorg en praktische hulp snakken pati&#235;nten en hun familie vaak naar begrip en lotgenotencontact. Initiatieven als het Dementiecaf&#233; en inloophuizen zijn dan een hart onder de riem. </strong><br /><br />Leen Verbrugghe begeleidt als maatschappelijk werker regelmatig alzheimerpati&#235;nten en hun familie. Ze maakt hen wegwijs in het aanbod van sociale voorzieningen en tegemoetkomingen. &#8216;Je ziet vaak schrijnende toestanden. Agressief of ongeremd gedrag bij de pati&#235;nt, financi&#235;le problemen, familieruzies, sociaal isolement... In de korte tijd dat de pati&#235;nt is opgenomen, probeer ik hem en zijn familie ook emotioneel te ondersteunen.&#8217;<br /><br />&#8216;Het leven van een dementerende en zijn familie komt vaak op losse schroeven te staan. Ondersteuning is dan ook broodnodig&#8217;, zegt Patrick Gillis van de dienst pati&#235;ntenbegeleiding. Een houvast zijn de geheugenklinieken, vaak verbonden aan een ziekenhuis. In het UZA maakt de geheugenkliniek deel uit van de dienst neurologie. Pati&#235;nten en hun omgeving kunnen er niet alleen terecht voor diagnose en behandeling, maar ook voor begeleiding. Sommige geheugenklinieken bieden &#8220;reality and orientation training&#8221; (ROT) aan, waarbij strategie&#235;n worden aangereikt om de symptomen beter te beheersen.</p>
<h4>Eilandgevoel doorbreken</h4>
<p>Ook buiten het ziekenhuis is er begeleiding mogelijk. Zo telt Vlaanderen negen Regionale Expertisecentra Dementie, inloophuizen waar de betrokkenen langs kunnen gaan voor een gesprek of advies. In Antwerpen is er ook het Dementiecaf&#233;, in congrescentrum &#8217;t Elzenveld in de Lange Gasthuisstraat: &#8216;E&#233;n keer per maand is daar een bijeenkomst voor dementerenden en hun familie. Er is telkens een gesprek met een mantelzorger of een pati&#235;nt, een zaalgesprek en een interview met een deskundige. Bedoeling is vooral het eilandgevoel te doorbreken&#8217;, zegt psychologe Sonny Smet van het Dementiecaf&#233;. <br /><br />Sommige ziekenfondsen en woon- en zorgcentra organiseren ook gespreksrondes. &#8216;En er is ook de Vlaamse Alzheimer Liga, die de pati&#235;nt en zijn familie in contact kan brengen met zelfhulpgroepen&#8217;, vult Gillis aan. <br /><br />Ook in de thuissituatie is er hulp mogelijk. Via hun ziekenfonds kunnen pati&#235;nten en hun familie een beroep doen op bijvoorbeeld thuiszorg, dag- of nachtopvang, opvang in kortverblijf, huishoudelijke hulp of een oppasdienst. De Provincie Antwerpen bracht een brochure voor dementiepati&#235;nten en hun omgeving uit: <em>Dementie, je staat er niet alleen voor</em>. U kunt ze downloaden via <a href="http://www.provant.be" target="_blank">www.provant.be</a>.<br /><br /><strong>Info: dienst neurologie UZA, 03 821 34 23, dienst pati&#235;ntenbegeleiding, 03 821 37 00<br /><a href="http://www.omgaanmetdementie.be" target="_blank">www.omgaanmetdementie.be</a>, <a href="http://www.dementie.be" target="_blank">www.dementie.be</a>, <a href="http://www.dementiecafe.be" target="_blank">www.dementiecafe.be</a><br /></strong></p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 09:04:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/dossiers/p/artikel-dossier/na-de-diagnose</guid>
	</item>
<item>
	<title>Longkanker: kleine stapjes vooruit</title>
	<link>http://www.maguza.be/medisch/p/artikel/longkanker-kleine-stapjes-vooruit</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Longkanker: het blijft een beenharde diagnose. Maar er is ook reden tot voorzichtig optimisme. Dankzij de nieuwe moleculaire therapie&#235;n kunnen sommige pati&#235;nten met een uitgezaaide tumor nog jaren een kwaliteitsvol leven leiden. Intussen wordt ook gezocht naar manieren om longkanker vroeger op te sporen.<br /></strong><br />Pati&#235;nten bij wie een vlekje op de longen is ontdekt, staan voor een bange periode. Meestal moeten ze &#233;&#233;n tot twee weken wachten op de diagnose. &#8216;Dat is zwaar, maar we kunnen niet anders&#8217;, zegt pneumologe dr. Annelies Janssens. &#8216;Er moeten heel wat onderzoeken gebeuren voor we een antwoord hebben op belangrijke vragen: is het longkanker? En zo ja, welk type? In welk stadium bevindt de ziekte zich? Pas als we dat weten, kunnen we de pati&#235;nt precies zeggen hoe hij ervoor staat.&#8217;<br /><br /><img height="179" src="http://www.maguza.be/userfiles/images/fotosmaguza81/10_medisch1_germonprez.jpg" style="float: left; margin: 10px;" width="239" />Een exacte diagnose is essentieel doordat de behandeling meer dan ooit afhangt van het type kanker. &#8216;Lange tijd werd er alleen een onderscheid gemaakt tussen kleincellige en niet-kleincellige longkankers&#8217;, verduidelijkt pneumoloog prof. dr. Paul Germonpr&#233;. &#8216;Bij de kleincellige varianten zijn de kankercellen, zoals de naam zegt, kleiner dan bij de niet-kleincellige longkankers. De laatste jaren maken we echter ook binnen die laatste groep een verdere opdeling. Sinds een tweetal jaar is dat onderscheid ook bepalend voor de therapiekeuze.&#8217; <br /><br />De behandelingen zijn de afgelopen jaren sterk ge&#235;volueerd. Zo gebeurt het nog maar zelden dat een pati&#235;nt alleen een operatie ondergaat. Meestal krijgt hij nadien ook chemotherapie, omdat die de resultaten verbetert. Ook zijn er nieuwe soorten chemotherapie bijgekomen en krijgen meer pati&#235;nten met een uitgezaaide longtumor na hun eerste behandeling een onderhoudstherapie.</p>
<h4>Kankercellen na vier weken uitgeroeid</h4>
<p>De kans op volledige genezing blijft klein. Maar vijftien procent van de pati&#235;nten is vijf jaar na de diagnose nog in leven. Toch is er ook hoopgevend nieuws. Er wordt veel verwacht van de zogenaamde doelgerichte moleculaire therapie&#235;n. Het gaat om medicijnen die zich, afhankelijk van het type tumor, op specifieke eigenschappen van de kankercel richten. De belangrijkste zijn de EGFR-remmers, die vooralsnog alleen worden ingezet bij pati&#235;nten met een uitgezaaide kanker. Bij een specifieke subgroep met een bepaalde mutatie in de kankercellen &#8211; zo&#8217;n tien procent van alle longkankerpati&#235;nten &#8211; heeft die therapie een spectaculair effect. <br /><br />&#8216;We hebben hier uitbehandelde pati&#235;nten gezien bij wie de kankercellen na vier weken volledig verdwenen waren en die nu al jaren een goede levenskwaliteit hebben&#8217;, zegt Germonpr&#233;. &#8216;Die mensen zullen wellicht vroeg of laat hervallen, maar als je weet dat de prognose bij een uitgezaaide longkanker gemiddeld minder dan een jaar is, betekent dat een geweldige vooruitgang.&#8217; Het is de bedoeling om de therapie ook te testen bij pati&#235;nten met minder ver gevorderde longkanker.<br /><br />Een ander medicijn waar onderzoek naar gebeurt, de zogenaamde ALK-inhibitor crizotinib, zou bij zo&#8217;n drie procent van de longkankerpati&#235;nten effect kunnen hebben. Het gaat dan om pati&#235;nten met een wijziging in het ALK-gen. De kans is groot dat er op vrij korte termijn nog andere doelgerichte geneesmiddelen bijkomen. Nieuw is ook een vaccin tegen longkanker, dat wordt gegeven aan geopereerde pati&#235;nten. Ongeveer een derde van hen heeft een type longtumor die daar gevoelig voor zou zijn. Onderzoek moet uitwijzen of zo&#8217;n vaccin de kans op herval doet dalen.</p>
<h4>Knopen doorhakken</h4>
<p>In vergelijking met pakweg tien jaar geleden krijgen pati&#235;nten nu veel meer een behandeling op maat. Een multidisciplinaire aanpak is daardoor meer dan ooit cruciaal. Germonpr&#233;: &#8216;Wekelijks is er bij ons een pati&#235;ntenbespreking met de pneumoloog-oncoloog, de chirurg, de radiotherapeut, de patholoog-anatoom en de arts van de nucleaire geneeskunde. We bespreken dan nieuwe pati&#235;nten en hakken knopen door. Waar nemen we een stukje weefsel weg voor de diagnose? Gaan we opereren of bestralen? En opereren we meteen of geven we eerst chemotherapie?&#8217;<br /><br />Bij pati&#235;nten die worden geopereerd, wordt een stuk longweefsel, soms zelfs een volledige long, weggenomen. Toch is de levenskwaliteit na de behandeling doorgaans vrij goed. Germonpr&#233;: &#8216;We gaan uiteraard niet over &#233;&#233;n nacht ijs. Als we van oordeel zijn dat een operatie de levenskwaliteit te zeer zou aantasten, kiezen we voor radiotherapie.&#8217;</p>
<h4>Wordt longkanker een chronische ziekte?</h4>
<p>Alle behandelingen ten spijt valt de grootste vooruitgang nog altijd te verwachten van vroegtijdige opsporing. Hoe vroeger de tumor wordt ontdekt, hoe groter de kans op volledige genezing. De meeste pati&#235;nten krijgen echter pas klachten als de ziekte al verder gevorderd is. Bij ongeveer de helft is de kanker bij de diagnose al uitgezaaid.<br /><br />Germonpr&#233;: &#8216;Ook screenen ligt niet voor de hand. Het probleem is dat je op een scan moeilijk het onderscheid kunt maken tussen een beginnende longtumor en bijvoorbeeld een goedaardig gezwel. En je kunt moeilijk tientallen pati&#235;nten opereren van wie er maar &#233;&#233;n longkanker heeft. Een alternatief zou kunnen zijn om het gezwelletje nauwgezet op te volgen, zodat je meteen kunt ingrijpen als het zou groeien.&#8217;<br /><br />De tijd dat er aan longkanker niets te doen was, is alleszins voorbij. &#8216;De meeste pati&#235;nten kunnen we niet definitief genezen, maar we kunnen wel proberen om ze zo lang mogelijk in een goede conditie te houden&#8217;, zegt Germonpr&#233;. &#8216;We behandelen dan niet meer de kanker, maar de pati&#235;nt, en zullen bijvoorbeeld niet doorgaan met een therapie als die te veel nevenwerkingen heeft.&#8217; &#8216;Pati&#235;nten grijpen elke kans op een betere prognose en meer levenskwaliteit met beide handen aan&#8217;, zegt Janssens.<br /><br />Germonpr&#233; is voorzichtig hoopvol voor de toekomst. &#8216;Nu al zijn er pati&#235;nten die tot vijf jaar overleven met een uitgezaaide longtumor. Dat zag je vroeger zo goed als nooit. Ik zeg niet dat longkanker op korte termijn naar een chronische ziekte zal evolueren, maar voor een kleine groep zal het wellicht wel zo zijn.&#8217;<br /><br /><strong>Info: dienst longziekten UZA, T 03 821 35 39<br />Tabak Stop Lijn: 0800 111 00 of <a href="mailto:tabakstop@kanker.be">tabakstop@kanker.be</a><br /><a href="http://www.kanker.be" target="_blank">www.kanker.be</a></strong></p>
<p>&#160;</p>
<blockquote>
<h2>Broodnodige steun</h2>
<p>Longkanker is altijd een zware dobber voor de pati&#235;nt en zijn familie. Sinds kort heeft elke kankerpati&#235;nt recht op begeleiding door een psycholoog. Prof. dr. Paul Germonpr&#233;: &#8216;Wij hebben een vaste psychologe voor de longkankerpati&#235;nten. Zij kan de pati&#235;nt en zijn familie ondersteunen en helpen om beter met de ziekte om te gaan. De meesten gaan op dat aanbod in.&#8217;<br />Ook bij de maatschappelijk werker kunnen pati&#235;nten en hun familie terecht voor begeleiding. Die kan mensen wegwijs maken in het aanbod sociale voorzieningen en tegemoetkomingen, en biedt ook emotionele opvang. &#8216;Er is ook een vaste verpleegkundige die bij de pati&#235;nten bloed prikt en ze opvangt. Ook dat is voor de pati&#235;nten een morele steun&#8217;, zegt dr. Annelies Janssens.</p>
</blockquote>
<p>&#160;</p>
<blockquote>
<h2>Roken blijft boosdoener nummer &#233;&#233;n</h2>
In het begin van de 20e eeuw was longkanker een uiterst zeldzame ziekte. Nu is het een van de meest voorkomende kankers. Alleen al in Belgi&#235; krijgen jaarlijks 7.000 mensen een longtumor. Die opmars komt grotendeels door het roken. &#8216;Mocht er niet meer worden gerookt, zou longkanker over twintig of dertig jaar opnieuw een zeldzame ziekte zijn&#8217;, zegt prof. dr. Paul Germonpr&#233;.<br />85 tot 90 procent van de longkankerpati&#235;nten zijn rokers of ex-rokers. Een gemiddelde roker heeft ongeveer 1 kans op 9 om ooit longkanker te ontwikkelen. Bij kinderen van een longkankerpati&#235;nt die zelf ook roken, stijgt die kans zelfs naar 1 op 3 of zelfs 1 op 2. &#8216;Die mensen spelen in feite Russische roulette&#8217;, zegt Germonpr&#233;. <br /><strong>De dienst pneumologie van het UZA biedt een rookstopprogramma aan. Meer info via 03 821 35 37 of <a href="mailto:rookstop@uza.be">rookstop@uza.be</a>.</strong></blockquote>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 08:15:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/medisch/p/artikel/longkanker-kleine-stapjes-vooruit</guid>
	</item>
<item>
	<title>Vroegtijdige zaadlozing: 7 op 10 met succes behandeld</title>
	<link>http://www.maguza.be/medisch/p/artikel/vroegtijdige-zaadlozing-7-op-10-met-succes-behandeld</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>Naast erectiestoornissen is vroegtijdige zaadlozing (ook wel premature ejaculatie of PE) de meest voorkomende seksuele stoornis bij mannen. Mannen die er last van hebben, zoeken echter niet snel hulp. En dat is jammer, want er bestaat wel degelijk een behandeling voor. </strong><br /><br />Voor de medische wereld is een zaadlozing vroegtijdig als ze optreedt binnen de twee minuten na penetratie. Een subgroep ejaculeert binnen de minuut. De verklaring daarvoor ligt in de hersenen. &#8216;Vroeger beschouwde men het als een louter psychologische, tot zelfs psychiatrische aandoening,&#8217; vertelt uroloog dr. Benny Verheyden. &#8216;Vanaf de jaren 70 dachten artsen dat het ging om een overgevoeligheid van de eikel en probeerden ze daar iets aan te doen. Vandaag gaan we echter uit van een neurobiologische oorzaak, met name een onevenwicht tussen twee belangrijke neurotransmitters, serotonine en dopamine, in de middenhersenen. Dat is ook het aanknopingspunt voor de ontwikkeling van medicijnen.&#8217;</p>
<h4>Behandeling op 3 sporen</h4>
<p>Mannen of koppels die zich met PE aanbieden bij de dienst urologie in het UZA, volgen een drievoudige behandeling: met medicijnen, kinesitherapie en sekstherapie. De behandeling duurt een half jaar tot een jaar. &#8216;Bepaalde medicijnen, met name paroxetine en dapoxetine, leveren goede resultaten op&#8217;, zegt Verheyden. &#8216;Uit een studie met paroxetine blijkt echter dat het probleem in ongeveer de helft van de gevallen opnieuw opduikt zodra met het medicijn wordt gestopt.&#8217; Vandaar dat de behandeling in het UZA ruimer is dan medicatie alleen. Het kan immers niet de bedoeling zijn om de medicijnen levenslang te nemen.<br /><br />Bij de bekkenbodemtherapeut leren de mannen om hun bekkenbodem te gebruiken. Bij de seksuoloog leren ze die nieuwe kennis toepassen in hun seksualiteit. &#8216;Mannen met PE gaan vaak allerlei trucjes toepassen om hun zaadlozing uit te stellen, zoals het opspannen van de bekkenbodem. Dat heeft echter juist een averechts effect. Ze moeten hun bekkenbodem leren controleren en ontspannen. Tijdens de behandeling is de pati&#235;nt onder invloed van de medicatie bij machte zijn ejaculatie uit te stellen. Op dat moment kan hij leren zijn bekkenbodem goed te gebruiken, waardoor hij na verloop van tijd ook zonder medicatie zijn zaadlozing kan uitstellen.&#8217; <br /><br />De drievoudige therapie van medicijnen, kinesitherapie en sekstherapie wordt al een aantal jaar met succes toegepast in het UZA. De therapie geeft in 70 % van de gevallen goede resultaten op lange termijn (meer dan 2 jaar). Met enkel paroxetine is dat 50 %. Overigens kunnen ook mannen zonder partner zich laten behandelen.</p>
<h4>Nieuw medicijn veelbelovend</h4>
<p>De medicijnen die vandaag in het UZA worden gebruikt, zorgen voor een beter evenwicht tussen serotonine en dopamine in de hersenen. &#8216;Paroxetine wordt al enige tijd gebruikt, maar is in oorsprong een antidepressivum. Een nieuwer product is dapoxetine, dat specifiek is uitgewerkt voor PE. Ook dat medicijn werkt in op die neurotransmitters. Dapoxetine is kortwerkend en je neemt het on demand, enkele uren voor het seksueel contact. Wij hebben het middel enkele jaren geleden uitgetest in een studie. In een aantal Europese landen is het intussen al op de markt. Belgi&#235; volgt waarschijnlijk ook.&#8217; <br /><br />Dapoxetine wordt nu in een klinische studie ook uitgetest bij mannen met een combinatie van erectiestoornissen en PE. &#8216;Dat zie je vaak: mannen die PE hebben als ze jong zijn en tegen middelbare leeftijd erectieproblemen ontwikkelen. Als je zo&#8217;n man vervolgens behandelt met de klassieke erectiepillen, leidt dat weer tot PE. We hopen dat dapoxetine ook voor die groep een uitkomst biedt.&#8217;<br /><br /><strong>INFO dienst urologie UZA T 03 821 33 68</strong></p>
<blockquote>In het UZA lopen momenteel twee medicijnenstudies rond vroegtijdige zaadlozing of premature ejaculatie (PE).<br /> 
<ul>
<li>In een studie met dapoxetine wordt nagegaan of het medicijn ook een oplossing biedt voor mannen met een combinatie van PE en erectieproblemen.</li>
<li>In de PACE-studie wordt bij mannen met PE het effect nagegaan van het medicijn trazodone.</li>
</ul>
Wilt u meer weten of deelnemen aan een van beide studies? Neem contact op met studieverpleegkundige Ingrid Van Neyghen T 03 821 47 34.</blockquote>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 08:14:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/medisch/p/artikel/vroegtijdige-zaadlozing-7-op-10-met-succes-behandeld</guid>
	</item>
<item>
	<title>Nieuwe spelregels voor biobanken</title>
	<link>http://www.maguza.be/medisch/p/artikel/nieuwe-spelregels-voor-biobanken</link>
	<description>
		<![CDATA[
			<p><strong>In ziekenhuizen zoals het UZA wordt heel wat menselijk materiaal opgeslagen, dat ook voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt. In 2008 kwam er een nieuwe wettelijke regeling en zowel de Vlaamse als de federale overheid stimuleren een effici&#235;nter gebruik van het materiaal, om wetenschappelijke innovatie te bevorderen.</strong><br /><br />De wet van 19 december 2008 op het menselijk lichaamsmateriaal bepaalt dat lichaamsmateriaal dat bij een pati&#235;nt wordt weggenomen en overblijft (&#8216;residuair lichaamsmateriaal&#8217;) mag worden opgeslagen in een biobank en gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Een pati&#235;nt kan daartegen echter altijd verzet aantekenen. Het ethisch comit&#233; van het ziekenhuis waakt over het correcte gebruik van het materiaal.<br /><br />Lichaamsmateriaal, bijvoorbeeld een weggenomen tumor, wordt eerst en vooral gebruikt voor de diagnose en behandeling van de pati&#235;nt. Restweefsel is echter van onschatbare waarde voor onderzoekers. &#8216;Door het beschikbaar te stellen, helpen pati&#235;nten ook andere pati&#235;nten met dezelfde ziekte,&#8217; zegt Elke Smits, wetenschappelijk projectmanager in het UZA. Biobanken zijn vooral belangrijk voor het translationeel onderzoek, dat de resultaten van het basisonderzoek vertaalt naar medische en klinische toepassingen, zoals nieuwe behandelingen of medicijnen.</p>
<h4>E&#233;n grote Vlaamse biobank</h4>
<p>Het lichaamsmateriaal zit momenteel verspreid over verschillende ziekenhuizen en kennisinstituten. Geen ideale situatie. &#8216;Voor onderzoek naar een bepaalde kanker heb je al snel zo&#8217;n 500 stalen nodig,&#8217; bevestigt Elke Smits. &#8216;Onderzoekers verliezen nu soms veel tijd met het zoeken naar materiaal.&#8217; De Vlaamse overheid wil de bestaande biobanken daarom bundelen tot &#233;&#233;n Vlaamse biobank en heeft daarvoor het Centrum voor Medische Innovatie (CMI) opgericht. Bedoeling is om de bestaande activiteiten van onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen en bedrijven beter op elkaar te laten aansluiten en de schaalgrootte te cre&#235;ren die nodig is om statistisch relevant onderzoek te kunnen doen.<br /><br />Het CMI wil ook een eenvormige informaticastructuur opzetten voor de data in de diverse biobanken en tot eenvormige procedures te komen op het vlak van dataverwerking, kwaliteitszorg en ethische afspraken. Elke Smits: &#8216;Nieuw is onder meer dat de fysieke stalen worden gekoppeld aan gecodeerde pati&#235;ntgegevens. Omdat je beschikt over een ruim aantal pati&#235;nten over een langere tijd, kunnen chronische ziekten zoals kanker of obesitas worden opgevolgd in de tijd.&#8217;</p>
<h4>Tumorbank als proefproject</h4>
<p>In het UZA is een project gestart om de opslag van menselijk materiaal binnen het UZA centraliseren, om zo tot &#233;&#233;n grote biobank te komen, met bloed, tumorweefsel enzovoort. Vervolgens wordt de koppeling gemaakt naar pati&#235;ntendossiers, weliswaar gecodeerd en geanonimiseerd. De eerste realisatie wordt een tumorbank met tumorweefsel en serummateriaal. Het UZA ontvangt daarvoor een subsidie in het kader van het Nationaal Kankerplan van de federale overheid.</p>
		]]>
	</description>
	<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 08:13:00 +0200</pubDate>
	<dc:creator><![CDATA[magUZA]]></dc:creator>
	<guid isPermaLink="true">http://www.maguza.be/medisch/p/artikel/nieuwe-spelregels-voor-biobanken</guid>
	</item>
</channel>
</rss>
