Intensivist
Als arts op intensieve zorg werk je op het scherp van de snee. De toestand van patiënten is vaak zo kritiek dat snel en accuraat ingrijpen van groot belang is. Maar naast een technische knobbel en medisch doorzicht is ook mensenkennis onmisbaar in de job. 'Je moet altijd zorgvuldig afwegen hoe je nieuws overbrengt aan de familie', zegt UZA-intensivist dr. Dominique Robert. Zij en collega dr. Rudi De Paep vertellen over de hoogtes en laagtes binnen hun beroep.
WerkterreinDe dienst intensieve zorg in het UZA bestaat uit vijf eenheden. Dr. Rudi De Paep werkt op intensieve zorg 1, waar voornamelijk patiënten liggen die een hartoperatie ondergaan hebben.
Intensieve zorg 4, het werkterrein van dr. Dominique Robert, biedt plaats aan kinderen, neurologische en chirurgische patiënten en slachtoffers van een ongeluk. Als intensivist zoeken ze uit wat er met de patiënt aan de hand is, stabiliseren ze hem en proberen ze hem uiteindelijk weer beter te krijgen.
Opleiding
De Paep is van opleiding anesthesist, maar gaandeweg kreeg hij meer en meer interesse in intensieve zorg. Na zijn specialisatie kon hij op de dienst intensieve zorg van het UZA aan de slag, waar hij sinds 1993 staflid is.
Ook Robert kwam via de anesthesie bij haar huidige beroep terecht. In het derde jaar van haar specialisatie deed ze stage op een dienst intensieve zorg en ze was meteen verkocht. Sinds oktober 2007 werkt ze als intensivist in het UZA.
Het merendeel van de intensivisten is van opleiding hetzij anesthesist, hetzij internist of inwendig geneesheer, bijvoorbeeld nierspecialist, longarts of cardioloog.
In het UZA zijn beide groepen ongeveer gelijk vertegenwoordigd. Dat heeft als voordeel dat voor de intensivist-anesthesist de drempel laag is om te rade te gaan bij een collega met een internistische achtergrond en vice versa.
Vanwaar interesse?
'Wat me in de intensieve zorg vooral aanspreekt, is dat de discipline een brede lading dekt. Je ziet heel uiteenlopende aandoeningen en verschillende soorten patiënten. Dat maakt het tot een uitgesproken multidisciplinaire bezigheid. Concreet komen de meest zieke mensen van de andere afdelingen bij ons terecht. In die zin is intensieve zorg als het ware een ziekenhuis binnen het ziekenhuis', vindt De Paep.
'Door het multidisciplinaire karakter moet je voortdurend bij studeren om je patiënt een optimale behandeling te kunnen geven', vult Robert aan.
Taken
De taken van de intensivist zijn heel divers. Een groot stuk van de dag vult zich met directe patiëntenzorg: patiënten bespreken en onderzoeken, beelden bekijken, het behandelingsplan evalueren en waar nodig bijsturen, beoordelen wie stabiel genoeg is om naar een gewone afdeling te verhuizen, medische begeleiding van patiënten die naar een andere afdeling moeten voor een onderzoek... Er zijn ook regelmatig overlegmomenten met andere specialisten van binnen en buiten het ziekenhuis, zoals de cardioloog, cardiochirurg of hematoloog. Ook het opleiden van assistenten hoort erbij.
's Nachts heeft telkens één intensivist wachtdienst en blijven twee specialisten in opleiding ter plaatse. Tijdens de weekends is één intensivist op post en staat hij samen met twee assistenten in voor alle patiënten op de afdeling.
'Uiteraard is de werkbelasting dan lager doordat er geen geplande operaties zijn. Maar er zijn evengoed mensen die een verkeersongeval krijgen of ernstig ziek worden. Ons werk stopt niet 's avonds of in het weekend', zegt De Paep.
Multidisciplinair karakter
Een intensivist behandelt zijn patiënt nooit alleen. Hij is degene die hem voortdurend van dichtbij volgt en figuurlijk de vinger aan de pols houdt. Maar daarnaast wordt de patiënt gevolgd door andere specialisten. Zo krijgt iemand die een hartoperatie ondergaan heeft, dagelijks gemakkelijk tien artsen aan zijn bed. Ook als het minder goed gaat, mobiliseert de intensivist collega's van de andere diensten. Afhankelijk van het probleem is dat bijvoorbeeld de cardioloog, kinderarts of neuroloog.
Hectische momenten
'Er zijn momenten dat je met vier of vijf artsen en verschillende verpleegkundigen met één patiënt bezig bent om hem erdoor te halen. Soms moet je echt uitzoeken waarom het misloopt. Dan moet je in een hoog tempo een aantal logische stappen overlopen en zo snel mogelijk tot een goede strategie komen', vertelt De Paep. Toch worden die hectische momenten zeldzamer, ervaart hij.
'Een goede intensivist probeert spectaculaire situaties juist te vermijden door heel vroeg op problemen te anticiperen. Technisch zijn we daartoe steeds beter uitgerust. We kunnen bijvoorbeeld eenvoudig met een vingerclip het zuurstofgehalte in het bloed bepalen. Dat geeft ons een grote voorsprong. Daarmee is het E.R.-gehalte van ons beroep wat gedaald, maar we zijn wel beter en veiliger aan het werken.'
Contact met familie
Een belangrijk onderdeel van de job zijn de gesprekken met familie. Die zijn vaak moeilijk, doordat nogal wat familieleden begrijpelijkerwijs onder stress staan of over hun toeren zijn. Als het slecht afloopt met een patiënt, komt dat vaak als een donderslag bij heldere hemel. Dat leidt wel eens tot reacties van onbegrip of opstandigheid. Het voordeel is dat de intensivist bijna voortdurend op de afdeling zelf aanwezig is, en hij dus meestal beschikbaar is om met de familieleden te praten. Bij heel ernstig zieke patiënten stelt zich soms de vraag in hoever het nog zinvol is de behandeling voort te zetten. De Paep: 'Als we vinden dat verder ingrijpen geen zin heeft, bespreken we dat altijd met de familie. We stellen hen uiteraard niet voor verscheurende keuzes, maar geven onze visie en staan open voor hun vragen en twijfels.'
Elk geval is anders. Soms moet een familie voorzichtig voorbereid worden op een slechte afloop. In andere gevallen zien de familieleden zelf dat het niet meer goed komt en zijn zij vragende partij om de behandeling te stoppen.
'Als arts moet je altijd aftasten wat de naasten op dat moment van informatie aankunnen. Soms moet je slecht nieuws in verschillende stappen aanbrengen', weet Robert.
Jonge patiëntjes
Jonge patiëntjes zijn een geval apart. De ouders mogen de hele dag bij hen blijven.
'Hoe jonger het kind, hoe moeilijker een eventuele slechte afloop te aanvaarden is. Van een volwassene kun je nog zeggen dat hij een mooi leven gehad heeft, maar dat gaat niet op voor een kleine baby', zegt Robert.
'Een kleuter die verdronken is, maakt bij het team heel wat emoties los. Wat niet wegneemt dat alle patiënten even belangrijk zijn en iedereen recht heeft op de best mogelijke behandeling', voegt De Paep eraan toe.
Leven en levenskwaliteit
Eigen aan het vakgebied is dat er zich almaar vaker moeilijke keuzes voordoen. Door de toenemende behandelingsmogelijkheden - denk maar aan kunstharten - kunnen patiënten erdoor gehaald worden die vroeger geen schijn van kans hadden.
'Maar het mag nooit de bedoeling zijn om patiënten tegen elke prijs in leven te houden', merkt De Paep op. 'Er moet ook levenskwaliteit zijn. Wat dat precies inhoudt, is voor elke mens verschillend en kan ook evolueren. In de praktijk brengt de tijd bijna altijd raad.'
Gelukkig is het lang niet altijd kommer en kwel. Zelfs patiënten die ten dode opgeschreven lijken, kruipen soms nog totaal onverwacht door het oog van de naald.
'Soms kun je een patiënt van wie het hart het totaal begeven heeft, er toch nog doorslepen met kunstmatige ondersteuning. Als zo iemand dan na een lang en vaak moeilijk traject naar huis kan en achteraf nog eens langskomt voor een praatje, is dat een enorme opsteker voor de artsen en verpleegkundigen. Dan besef je weer ten volle dat het allemaal de moeite waard is', aldus De Paep.
Hoe word ik intensivist?
Meer info via www.ua.geneeskunde-studeren.be.
Uitbreiding
In 2003 breidde de dienst uit van vier naar vijf eenheden, wat het totaal aantal bedden op 39 bracht. Binnenkort komen daar nog eens zes bedden bij.
Ook op technisch vlak is de dienst intensieve zorg voortdurend in evolutie. Dankzij het clinical information system verliepen al veel zaken elektronisch. Onlangs werd dat systeem verder uitgebreid. Sindsdien is er nog meer gedigitaliseerd en wordt er grotendeels papiervrij gewerkt.