Generische geneesmiddelen

Een nieuw medicijn dat precies dezelfde werking heeft als het vertrouwde merk, maar een stuk goedkoper is. Je zou maar gek zijn om dat niet te kopen, zou je op het eerste gezicht denken. Toch blijven ziekenhuizen voorlopig voorzichtig als het om generische geneesmiddelen gaat. UZA-hoofdapotheker Paul Bruyneel legt uit hoe de markt van generische medicijnen in elkaar zit en welke politiek het UZA op dit vlak voert.


Lancering generische geneesmiddelen

Dat een goed verkopend medicijn heel wat miljarden in het laatje brengt, is geen geheim. Maar daar staat tegenover dat aan de lancering ervan jarenlange, dure research voorafgaat. "Meestal duurt het tien jaar voor een geneesmiddel alle stadia van onderzoek en testen doorlopen heeft en het verkocht kan worden", weet Bruyneel. "Maar het octrooi van medicijnen vervalt al na twintig jaar. Dat betekent dat de meeste producten maar een tiental jaar op de markt zijn op het moment dat het wettelijk is toegelaten om ze na te maken."
Generische bedrijven die het medicijn op dat moment kopiëren, kunnen mooie winsten maken zonder te moeten investeren in research. Ze maken eenvoudigweg het product na, brengen het op de markt onder een andere naam en klaar is Kees. Uiteraard is het in die omstandigheden ook niet moeilijk om het product goedkoper aan de man te brengen dan de oorspronkelijke versie. Om officieel als generisch geneesmiddel erkend te worden, moet het nieuwe medicijn wel aan een aantal voorwaarden voldoen.
Bruyneel: "De Belgische wetgeving kleeft het etiket generisch op een geneesmiddel als het dezelfde werkstof bevat als het oorspronkelijke product - de zogenaamde referentie - en dit in dezelfde hoeveelheid. De fabrikant moet bovendien kunnen bewijzen dat het generisch middel even werkzaam is als het originele medicijn."
Er zijn nog bijkomende criteria, waaronder ook de prijs. Sinds 1 juli van dit jaar is bepaald dat het medicijn minstens twintig procent goedkoper moet zijn dan het referentieproduct om in aanmerking te komen voor terugbetaling door het ziekenfonds.

Hoe reageert overheid?

Om het gebruik van generische geneesmiddelen te stimuleren, paste de overheid haar terugbetalingspolitiek aan. Zodra voor een bepaald medicijn een generisch equivalent bestaat, wordt de terugbetaling van het oorspronkelijke product gelijkgeschakeld - lees verminderd - met die van het generisch geneesmiddel. Dat levert de gezondheidszorg een mooie besparing op.
De patiënt moet opeens meer remgeld betalen voor het originele middel en wordt dus aangemoedigd om over te schakelen op het onbekende merk. Ook dat is op lange termijn een goede zaak voor de gezondheidszorg. Want hoe meer generische geneesmiddelen er verkocht worden, hoe beter de markt ervan floreert en hoe meer nieuwe 'witte producten' er gelanceerd worden. Met als resultaat nog meer medicijnen waarvoor de terugbetaling kan verlagen. Het geld dat de overheid op die manier kan besparen, wil ze gebruiken voor de terugbetaling van nieuwe medicijnen waarvoor tot dusver geen tussenkomst is.

Hoe reageren farmaceutische bedrijven?

Voor de farmaceutische bedrijven, die heel wat miljarden pompen in de lancering van een nieuw medicijn, is de opkomst van de generische geneesmiddelen een lelijke streep door de rekening. Zij proberen dan ook de generische bedrijven een pad in de korf te zetten door nieuwe varianten op de markt te brengen. Een relatief eenvoudige strategie daartoe is het aanpassen van de dosis.
"We hebben dat bijvoorbeeld gezien met het antibioticum Augmentin", haalt Bruyneel aan. "Toen het octrooi van de capsules met 500 milligram actief product vervallen was, bracht de fabrikant een nieuwe versie op de markt, met name capsules van 875 milligram. De dosis was niet langer vier keer 500 milligram per dag, maar twee keer 875 milligram. De werking was dezelfde, maar aangezien er geen generisch equivalent beschikbaar was met dezelfde dosis, kwam de terugbetaling van de vorm met 875 milligram voorlopig niet in het gedrang. Uiteraard kunnen fabrikanten ook van de nieuwe versie een generische kopie lanceren, maar daar gaan dan toch een paar jaar over."
De farmaceutische bedrijven beschikken nog over andere strategieën om het namaken van een geneesmiddel te voorkomen. Bruyneel: "Ze zorgen bijvoorbeeld voor een variant die de werkzame stof iets trager vrijgeeft. Of ze veranderen op subtiele wijze de chemische samenstelling. Voor de kenners: ze soleren de linksdraaiende vorm. Voor de generische fabrikanten wordt het dan een stuk moeilijker om een exacte kopie te maken."
Komt er toch een generisch product op de markt, dan kiezen nogal wat bedrijven eieren voor hun geld: ze verlagen de prijs van het originele product tot die van het generische middel. In andere gevallen proberen ze aan te tonen dat de werking van de kopie toch niet honderd procent dezelfde is.

Hoe reageert patiënt?

En hoe reageert de patiënt?
"Die houdt vaak vast aan het vertrouwde geneesmiddel, zelfs als hij daarvoor meer moet betalen", weet Bruyneel. "Vooral bij medicijnen waarbij een psychologisch effect meespeelt - denk maar aan slaap- en kalmeringsmiddelen - hebben patiënten soms de indruk dat het onbekende merk minder efficiënt is."

Hoe reageren ziekenhuizen?

Voor ziekenhuizen kan de lancering van een generisch product een verlieslatende zaak zijn. Als ze bijvoorbeeld een grote voorraad van een bepaald geneesmiddel hebben aangekocht en de terugbetaling daarvan opeens wordt teruggeschroefd, is dat geen goede zaak. Vandaar proberen ziekenhuisapotheken hun voorraad tegenwoordig zo klein mogelijk te houden.
De opgenomen patiënt merkt doorgaans weinig van de verminderde terugbetaling. Dat komt doordat ziekenhuizen voor terugbetaalde geneesmiddelen een vast dagforfait aanrekenen. "Maar voor medicijnen waarvoor geen terugbetaling is, ligt de zaak anders", legt Bruyneel uit. "In dat geval betaalt de ziekenhuispatiënt de volle pot. Daarom willen we voor die specifieke geneesmiddelen - uit patiëntvriendelijke overwegingen - overschakelen op generische producten. Concreet gaat het om een aantal slaapmiddelen en kalmeermiddelen."
Van een algemene overschakeling naar generische geneesmiddelen is er voorlopig geen sprake. De UZA-apotheek kijkt bewust de kat uit de boom.
Bruyneel: "Ook de houding van de artsen speelt immers mee. Zeker in universitaire ziekenhuizen zijn farmaceutische bedrijven immers belangrijke partners. Heeft een arts informatie nodig over een geneesmiddel, dan komt hij automatisch bij het oorspronkelijke farmaceutische bedrijf terecht. Want de generische bedrijven weten doorgaans heel weinig over de werking en de bijwerkingen van het product, ze maken het louter na. In die zin is het begrijpelijk dat artsen niet massaal op generische geneesmiddelen overstappen."

België hinkt achterop

België speelt overigens allesbehalve een voortrekkersrol op het vlak van generische medicijnen.
"In de meeste Europese landen bestrijken generische geneesmiddelen zo'n twintig tot dertig procent van de markt. In België is dat maar tien procent. En voorlopig zie ik daar niet snel verandering in komen", besluit Bruyneel.

© magUZA, informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Anwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, juli 2008
Alle teksten en foto's op deze website mogen op geen enkele wijze worden overgenomen of verspreid zonder uitdrukkelijke toestemming van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Bij reproductie van of verwijzing naar een tekst op deze website, dient steeds de bron vermeld te worden.