Geneeskundig onderzoek aan Universiteit Antwerpen
Als universitair ziekenhuis draagt het UZA wetenschappelijk onderzoek hoog in het vaandel. De samenwerking met de Universiteit Antwerpen is op dat vlak een extra troef. 'De wetenschappelijke output van de Universiteit Antwerpen per onderzoeker ligt veertig procent hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Die positie moeten we handhaven, en liefst nog verbeteren', vindt een ambitieuze vice-rector prof. dr. Dirk Van Dyck, die met plezier enkele toekomstplannen uit de doeken doet.
Samenwerking UZA en UA
De meerwaarde van een universitair ziekenhuis is dat het zijn werk op wetenschappelijk onderzoek baseert, waardoor het de allernieuwste technieken en behandelingsmethoden kan aanbieden. Het UZA slaat op onderzoeksvlak regelmatig de handen in elkaar met de Universiteit Antwerpen, een samenwerking die al tot verschillende baanbrekende projecten leidde.
Beleidsaccenten en toekomstplannen
Van Dyck, als vice-rector verantwoordelijk voor het onderzoeksbeleid, ziet voor de nabije toekomst nog tal van opportuniteiten.
'Ik heb een ambitieus onderzoeksbeleidsplan. We moeten de beste blijven en indien mogelijk zelfs nog verbeteren. Daarbij moeten we onze sterke punten uitspelen, zijnde kwaliteit en flexibiliteit. De Universiteit Antwerpen is als kleine instelling niet vastgeroest.'
Samenwerking basiswetenschappen en geneeskunde
Wat het geneeskundig onderzoek betreft, investeert de vice-rector in de samenwerking tussen de basiswetenschappen enerzijds en de geneeskunde anderzijds.
'Momenteel is er een aparte faculteit geneeskunde, naast de faculteit farmaceutische, biomedische en diergeneeskundige wetenschappen. Ik ben er een voorstander van die faculteiten meer te laten samenwerken, ook met de basiswetenschappen. Op die manier ontstaat er een win-winsituatie.'
Interdisciplinaire samenwerking
Daarnaast probeert de vice-rector interdisciplinaire samenwerking aan te moedigen - bijvoorbeeld tussen de geneeskunde en de basiswetenschappen, onder meer met behulp van interdisciplinaire doctoraatsbeurzen. In dat verband wijst hij op het evenwichtsonderzoek onder leiding van fysicus prof. dr. Floris Wuyts, een erg succesvol project in samenwerking met neus keel oor-diensthoofd prof. dr. Paul Van de Heyning.
'Door de kruisbestuiving van fysica en NKO-onderzoek hebben we dit onderzoek naar wereldniveau kunnen uittillen. Een voorbeeld van wat je kunt bereiken als je twee getalenteerde mensen uit verschillende disciplines bij elkaar brengt.'
Core facilities
Van Dyck wil ook zogenaamde core facilities creëren, zeg maar centrale faciliteiten van hoog niveau die diensten kunnen leveren aan verschillende onderzoeksgroepen.
'De biomedische beeldvorming, om een voorbeeld te noemen, beschikt over de beste scanners ter wereld en kan die ten dienste stellen van professoren uit verschillende vakgebieden. Op die manier bereik je met relatief beperkte middelen een belangrijke verbetering voor veel mensen.'
Beeldvorming en beeldverwerking
Beeldvorming en beeldverwerking vormen een belangrijk aandachtspunt binnen Van Dycks beleid. Alle specialisten binnen dat domein werden samengebracht op de Campus Drie Eiken. Zo ook het Visielab, het laboratorium dat wetenschappelijke knowhow op het vlak van beeldopname en beeldverwerking centraliseert.
'We starten in dat verband met een project met Afga Gevaert. Bedoeling is software te ontwikkelen die de beeldverwerking beter afstemt op de diagnostische ondersteuning van de artsen. Vroeger hield een arts een radiografie gewoon tegen het licht, vandaag is er dankzij digitale technieken veel meer mogelijk. Zo is er een doctoraatswerk verdedigd rond nerve tracking, waarbij we de zenuwen in de hersenen zichtbaar maken op een scan.'
Excellentiecentrum neurodegeneratieve ziekten
Plannen zijn er ook voor het excellentiecentrum rond neurodegeneratieve ziekten, een internationaal gereputeerd centrum dat onder leiding staat van prof. dr. Christine Van Broeckhoven.
'Hiervan zou ik een zwaartepunt in Vlaanderen wil maken. Met het oog daarop hopen we een hoogtechnologische hersenscanner te kunnen aankopen.'
Financiering
Rest nog om al die projecten gefinancierd te krijgen. Het is geen geheim dat het wetenschappelijk onderzoek met een chronisch geldtekort kampt.
'Een constante in mijn beleid is dan ook te proberen zoveel mogelijk financiën naar de universiteit te halen. Dat doe ik onder meer door aanwezig te zijn op de politieke fora waar de beslissingen ter zake genomen worden. Ook probeer ik de contacten met farmaceutische topbedrijven zoveel mogelijk te versterken.'
Van Dyck is ervan overtuigd dat de middelen in de toekomst zullen toenemen. 'De overheid engageert zich via het Innovatiepact om jaarlijks meer geld voor wetenschappelijk onderzoek vrij te maken. Ook wordt er weldra een Herculesfonds opgericht voor de financiering van grote toestellen. Er is dus reden tot optimisme.'
Lees verder:
Onderzoeksunit op UZA-campus
Ethische kant patiëntenstudies
'Bij een nieuw medicijn is het bijvoorbeeld altijd mogelijk dat er nevenwerkingen optreden. Kandidaten voor een studie worden hiervan duidelijk op de hoogte gesteld', weet prof. dr. Patrick Cras, voorzitter van het ethisch comité in het UZA.
De patiënt krijgt voldoende tijd om deze informatie te verwerken. Als hij aan de studie wil deelnemen, geeft hij schriftelijk zijn zogenaamde informed consent, ofwel geïnformeerde toestemming.
'De wet van 7 mei 2004 bepaalt ook dat elke studie eerst aan het ethisch comité van het ziekenhuis wordt voorgelegd. Pas als dit de studie goedkeurt, mag ze plaatsvinden. Verder gebeurt elke studie onder toezicht van een staflid', zegt Cras.
Er kunnen ethische redenen zijn om een studie vroegtijdig stop te zetten. Als bijvoorbeeld halverwege een onderzoek blijkt dat de patiëntengroep die een nieuw medicijn slikt, het veel beter doet dan de proefpersonen die een placebo krijgen, kan een onafhankelijk comité beslissen dat alle deelnemers het nieuwe geneesmiddel moeten krijgen en de studie dus moet worden afgebroken.
'Meestal kan de patiënt ook na de studie over het geneesmiddel blijven beschikken. Als een nieuw medicijn goed werkt maar nog niet op de markt is, voorzien de meeste farmaceutische bedrijven een extensiefase om die periode te overbruggen. Sommigen kunnen hun behandeling zo nog jaren gratis voortzetten', aldus nog Cras.