Radiologische straling: mag het wat minder zijn?

Het is een gekende paradox: radiologische onderzoeken kunnen levens redden, maar bij een te hoge dosis röntgenstralen kunnen ze de gezondheid ook schaden. De dienst radiologie haalde nieuwe technologie in huis om de stralingsdosis nauwkeuriger te monitoren en tot een absoluut minimum te beperken.

Het aantal radiologische onderzoeken is de afgelopen jaren spectaculair gestegen. Amerikaans onderzoek wees uit dat de hoeveelheid radiologische straling waaraan de bevolking wordt blootgesteld, over twee decennia zowat is verdubbeld. ‘Oorzaak daarvan is vooral de indrukwekkende vooruitgang binnen de CT-technologie. Daardoor kunnen steeds sneller en nauwkeuriger diagnoses worden gesteld, maar tegelijk is de medische wereld meer dan ooit alert voor de risico’s van ioniserende straling’, zegt prof. dr. Paul Parizel, diensthoofd radiologie in het UZA. 

Het staat vast dat een teveel aan radiologische straling het risico op kanker verhoogt, omdat dat blijvende veranderingen in de cellen kan teweegbrengen. De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft X-stralen officieel op de lijst van kankerverwekkers gezet. Hoe hoger de stralingsdosis bij een onderzoek, hoe groter het risico op blijvende schade. Ook als patiënten meerdere onderzoeken moeten ondergaan in de loop van jaren, heeft dat een cumulatief effect met mogelijk nefaste gevolgen. Toch is ook een te lage stralingsdosis niet zonder risico’s. Als de beeldkwaliteit bij een radiologisch onderzoek daardoor minder goed is, kan immers een belangrijke diagnose worden gemist. Of de patiënt moet het onderzoek nog eens ondergaan, waardoor hij net nog meer straling ondergaat. Het komt er dus op aan een evenwicht te vinden tussen een zo goed mogelijke beeldkwaliteit en een zo laag mogelijke stralingsbelasting. 

42 % minder straling bij hersenscan

De dienst radiologie van het UZA is sterk met de problematiek bezig. ‘Eind 2011 startten we in samenwerking met GE Healthcare, een bedrijf dat medische apparatuur en software aanbiedt, een pilootproject om de registratie van de stralingsdosis volledig te automatiseren. Concreet werden twee CT-toestellen gekoppeld aan een nieuw softwareprogramma, DoseWatch, waardoor de dosisgegevens per onderzoek en per patiënt elektronisch worden bewaard’, zegt Timo De Bondt, coördinator voor DoseWatch in het UZA.

De instellingen en dosisgegevens van beide CT-toestellen worden digitaal naar het softwareprogramma verstuurd. Dat houdt alle data bij en voert er analyses op uit. De Bondt: ‘Zo kunnen we na verloop van tijd per CT-onderzoek de gemiddelde dosis berekenen. Aan de hand daarvan bepalen we de maximaal aanvaardbare dosiswaarde per type onderzoek. Als we al die data nauwgezet analyseren, kunnen we de instellingen van scanners waar nodig aanpassen. Concreet leidt dat in de meeste gevallen tot een verlaging van de dosis. De stralingsdosis bij een CT-hersenscan, om een voorbeeld te noemen, is het afgelopen half jaar met maar liefst 42 % naar beneden gebracht.’

‘Dat betekent uiteraard niet dat die onderzoeken tot voor een half jaar onveilig waren’, nuanceert hoofdverpleegkundige Filip Deferme. ‘Ook in het verleden werden al onze scans op een verantwoorde manier uitgevoerd, conform de wettelijk opgelegde normen. We streven echter altijd naar nog beter, en als het even kan, naar een lagere stralingsdosis.’

Een wezenlijke verbetering is ook dat beide CT-toestellen gebruik maken van een recente techniek, de zogenaamde iteratieve beeldreconstructie techniek. ‘Als je de stralingsdosis bij een CT-onderzoek verlaagt, krijg je meer ruis en kunnen er storende beeldelementen opduiken. De iteratieve reconstructietechniek maskeert die beeldruis, waardoor de beeldkwaliteit bij lagere dosis duidelijk verbetert. Daardoor kan de stralingsdosis in sommige gevallen met liefst 40 % worden gereduceerd’, legt De Bondt uit.

Automatische waarschuwing

Het systeem biedt nog tal van andere mogelijkheden. Zo houdt het rekening met eerder uitgevoerde onderzoeken. Stel dat een patiënt in het verleden al meerdere radiologische onderzoeken in het UZA onderging en een volgende scan daarom af te raden is, dan wordt daar automatisch voor gewaarschuwd. De arts kan dan eventueel naar een alternatief op zoek gaan.  

Ook genereert het systeem maandelijks rapporten van de uitgevoerde onderzoeken en is het mogelijk over langere periodes dosisstudies uit te voeren voor CT-onderzoeken, RX-onderzoeken en angiografieën, beeldnames van de bloedvaten. Die dosisstudies komen tegemoet aan de nieuwe wetgeving (zie kaderstuk), die een jaarlijkse en driejaarlijkse studie verplicht voor de genoemde onderzoeken. Verder moeten jaarlijks dosisrapporten worden opgemaakt voor twintig of vijftig patiënten per onderzoekstype en per toestel. Ook dat kan gemakkelijk met behulp van de nieuwe software. 

Info: dienst radiologie UZA, T 03 821 48 48

Wetgever kijkt mee

Wereldwijd is er vandaag veel aandacht voor de gevaren van straling in de medische wereld. In ons land vaardigde het FANC, Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, in 2001 een koninklijk besluit uit met algemene regels voor de bescherming van de bevolking, de werknemers en het leefmilieu tegen ioniserende straling. In september 2011 volgde een tweede besluit, deze keer in verband met de meting en bepaling van stralingsdosis bij patiënten. Op termijn wil het FANC tot een centrale databasis komen met daarin gemiddelde dosiswaarden per patiënt en per onderzoek. Op basis daarvan wil het agentschap nationale dosisgemiddelden berekenen die als leidraad kunnen dienen voor de medische wereld.

 

Bron: maguza.be