Expertisecentrum in slaaponderzoek
Zowat een derde van ons leven brengen we slapend door. Voor sommigen een noodzakelijk kwaad, voor anderen een heilig goed. Net zoals ademen is het een natuurlijk fysiek proces waar we nauwelijks bij stilstaan. Tenzij we uren liggen woelen en de slaap niet kunnen vatten of tot vervelens toe wakker worden en de zenuwen de overhand nemen. In België hebben naar schatting 1 miljoen mensen last van slaapproblemen. Wanneer die niet vanzelf verdwijnen, kan een slaaponderzoek het begin van een uitweg bieden. Een gesprek met prof. dr. Johan Verbraecken, longarts en medisch coördinator van het UZA-slaapcentrum.
Het concept van de slaapcentra waaide midden de jaren 1970 van uit de Verenigde Staten over naar Europa waar toen de eerste slaapcentra uit de grond rezen. Alleen al wat technische ondersteuning betreft is er een hele evolutie geweest. Zo gebeurde de registratie met klassieke EEG-schrijvers en werd de analyse van het slaappatroon vroeger manueel uitgevoerd. Nu zorgt de computer voor een voorbereidende analyse en is het aan de laboranten en artsen om de resultaten te controleren en te interpreteren.Gestage groei
De aanpak van slaapproblemen vergt een correcte diagnose en een multidisciplinaire benadering. 'Naast snurk- en apneuproblemen (tijdelijke stilstand van de adem tijdens de slaap, red.), komen ook patiënten met in- en doorslaapproblemen terecht in het slaapcentrum', aldus professor Verbraecken. Aanvankelijk kreeg het centrum vooral patiënten doorgestuurd via de dienst psychiatrie. De voorbije jaren is de kennis van de problematiek van het snurken en slaapapneu echter enorm toegenomen waardoor ook de vraag naar een objectieve analyse van het slaap- en adempatroon en de daaraan gekoppelde behandelingen in de lift zit'.
In 2006 kreeg het slaapcentrum ongeveer 3000 patiënten over de vloer. Verwacht wordt dat dat aantal de komende jaren zal blijven stijgen. Een betere bewustwording van slaapproblemen met extreme vermoeidheid en slaperigheid overdag als gevolg, leidt ertoe dat meer mensen hulp zoeken. Het voorbije jaar werd het slaapcentrum vernieuwd en kunnen patiënten er ook tijdens het weekend terecht voor een slaaponderzoek.
Het vernieuwde slaapcentrum komt tegemoet aan de vraag van de patiënt voor een snelle diagnose. 'Patiënten en doorverwijzende artsen aanvaarden geen wachttijden van meer dan een maand. Nu kunnen ze binnen de maand terecht in ons slaapcentrum', aldus Verbraecken. 'Belangrijk is dat artsen en patiënten weten dat een slaaponderzoek informatie geeft over het slaap- en adempatroon, waarna door interpretatie de diagnose wordt gesteld. Dat is de taak van de slaapspecialist naar wie de patiënt doorverwezen wordt.'
Multidisciplinair
Verschillende specialisten, waaronder NKO-artsen, cardiologen, psychiaters, longartsen of neurologen, maar ook huisartsen verwijzen patiënten door naar het slaapcentrum. Soms kloppen patiënten ook rechtstreeks aan voor een consultatie, bijvoorbeeld bij snurkproblemen.
'Wanneer patiënten telefonisch contact met ons opnemen voor een snurk- of apneuprobleem, dan oordeelt de laborant of secretaresse van het slaapcentrum of een voorafgaandelijke consultatie vereist is', licht Verbraecken toe. 'Meestal krijgt de patiënt echter meteen een afspraak in het slaapcentrum. Op die manier werken wij zeer laagdrempelig. Bij andere klachten vindt eerst een intakegesprek plaats. Op basis van het resultaat van het slaaponderzoek wordt de patiënt dan doorverwezen naar de specialist die hem verder kan helpen.'
Eigen aan het slaapcentrum is de multidisciplinaire benadering van de problematiek. 'In een aantal gevallen liggen meerdere oorzaken aan de basis van het slaapprobleem', weet Verbraecken. 'Naar schatting is de helft van de bevolking niet fit na zijn slaap. Uit internationale cijfers blijkt dat 12% van de volwassenen periodieke beenbewegingen vertoont tijdens de slaap. Soms ligt nachtelijk astma of COPD aan de basis van het slaapprobleem en de vermoeidheid overdag. Andere patiënten hebben een snurkprobleem, maar zijn tegelijkertijd ook depressief. Daarom is het belangrijk dat de verschillende disciplines samenwerken om de oorzaken te identificeren.'
Toekomst: technologie en opleiding
Het onderzoek in het domein van de slaap wordt gedreven door technologische ontwikkelingen. Beter materiaal voor het uitvoeren van een slaaponderzoek en software voor de analyse van de registraties liggen aan de basis van de nieuwe inzichten en het succes. 'Op het vlak van behandelingsopties wordt veel verwacht van de slaapkamerdomotica', aldus Verbraecken. 'Hoewel dit nog toekomstmuziek is, wordt gedacht aan computergestuurde matrassen en slaapkamers waardoor de slaap kan worden geoptimaliseerd. Voor de ontwikkeling van dergelijke systemen is samenwerking tussen de verschillende universitaire onderzoekscentra, samen met industriële partners essentieel. Een consortium werd hiervoor opgezet, samen met de VUB en de ingenieursfaculteit van de KUL. Voor het ontwikkelen en uittesten van zulke systemen is onze expertise in het domein cruciaal.'
Naast de technologische vernieuwing die het slaaponderzoek steeds preciezer maakt, is opleiding van het medisch en paramedisch personeel essentieel voor de toekomst. Belangrijk is dat alle studenten geneeskunde voeling krijgen met slaappathologie. Ook in de navorming moet aandacht worden besteed aan de praktische kennis van de slaap. De kans is reëel dat er in de nabije toekomst ruimte komt voor een bijzondere beroepstitel in de slaapgeneeskunde.
Cijfers
- In ons land kampt maar liefst 12 % van de volwassenen met slapeloosheid. Bij bejaarden is dat zelfs 24%.
- Slaapapneu treft 4 % van de mannen en 2 % van de vrouwen.
- Beentrekkingen komen ook veel voor en kunnen de slaap ernstig verstoren. Op jonge leeftijd heeft 10 % van de slapers er last van, wanneer we ouder worden, loopt dit cijfer nog op, tot 30 % bij bejaarden en misschien de verklaring waarom zij vaak slechter slapen.
Pilletje voor het slapengaan
Hoeveel slapen we?
- Zuigeling 15 d: slaapt 16 uur (waarvan 8 uur of 50% droomslaap)
- 1-jarige: slaapt 13 uur (waarvan 4 uur of +/- 30% droomslaap)
- 10-13-jarige: slaapt 10 uur (waarvan 2 uur of 20% droomslaap)
- >18 jarige: slaapt <8 uur (waarvan 1,7 uur of 20% droomslaap)
- 33-45 jarige: slaapt 7 uur (waarvan 1,5 uur of 20% droomslaap)
- 50-70 jarige: slaapt 6 uur (waarvan 0,9 uur of 15% droomslaap)
- 70-85 jarige: slaapt <6 uur (waarvan 0,8 uur of <15% droomslaap)