Ontstaan en risico's obesitas
Van de werkende Belgische bevolking is een op de twee mannen en een op de drie vrouwen te zwaar. Zwaarlijvigheid wordt wel eens de ziekte van de 21e eeuw genoemd. Maar hoe ontstaat zwaarlijvigheid ? Wanneer wordt het een medisch probleem en wat zijn de risico's? We vroegen het aan prof.dr.Luc Van Gaal, diensthoofd diabetologie, metabole ziekten en nutritiepathologie in het UZA.
Ontstaan
Het ontstaan van overgewicht is eenvoudig uit te leggen: als de hoeveelheid calorieën die je inneemt systematisch groter is dan het aantal calorieën dat je verbruikt, word je te zwaar. Zo'n onevenwicht kan tot stand komen doordat je teveel of te vet eet, of doordat je te weinig beweegt. Meestal spelen beide factoren een rol.
Erfelijkheid of hormonale problemen kunnen meespelen bij het ontstaan van overgewicht, maar vormen zelden de belangrijkste verklaring.
'Bij ongeveer 30 tot 40 procent van de zwaarlijvigen blijkt het om een familiale kwaal te gaan', zegt Van Gaal. 'Maar de vraag is of dat wel met genetische factoren te maken heeft. Heel vaak worden ook slechte eetgewoontes van ouder op kind doorgegeven. Ook schildklierproblemen zijn zelden de oorzaak van zwaarlijvigheid. Je spreekt dan over hooguit één patiënt op de honderd.'
Vanaf wanneer te zwaar?
Een vaak gebruikte maatstaf voor zwaarlijvigheid, is de Body Mass Index (BMI) (gewicht in kg gedeeld door lengte maal lengte in m). Heb je een BMI tussen 25 en 30, dan heb je overgewicht. Is je BMI 30 of hoger dan is er sprake van obesitas en loop je gevoelig meer risico op een aantal ziektes. De belangrijkste daarvan zijn hart- en vaatziektes en diabetes. Ook bepaalde kankers - voornamelijk borst-, baarmoeder-, darm- en prostaatkanker - worden in verband gebracht met obesitas.
'Toch is de BMI geen zaligmakend criterium voor overgewicht. Want eigenlijk gaat het niet om kilo's, maar om een teveel aan vet. Ook de plaats van het overtollige vet is belangrijk. Bevindt het zich voornamelijk op de armen en de dijen, dan is het risico minder groot. Situeert het zich vooral op de buik, dan behoort die persoon waarschijnlijk wel tot de risicogroep. Daarom meten we bij een patiënt ook altijd de omvang van het middel', nuanceert Van Gaal.
Toenemend probleem
Het aantal zwaarlijvigen in België is de laatste jaren fors toegenomen. Een op de twee werkende mannen en een op de drie werkende vrouwen heeft een BMI dat hoger ligt dan 25 en is dus zwaarlijvig. Obesitas - waarbij de BMI meer dan 30 is - komt voor bij 15 tot 16 procent van de werkende Belgen. Vijftien jaar geleden was dat nog 9 procent.
Van Gaal : 'Oorzaken van die toename liggen voor het grijpen. Mensen eten vetter en sporten minder, zitten alsmaar langer voor hun televisie- of computerscherm, laten zich verleiden door de oprukkende fastfoodcultuur…'
Zwaarlijvigheid komt voor in alle leeftijdscategorieën en bevolkingsgroepen.
'Onze patiënten zijn meestal tussen twintig en zestig jaar oud. Tachtig procent zijn vrouwen. Niet doordat vrouwen vaker aan overgewicht zouden lijden, maar omdat ze er blijkbaar sneller iets aan willen doen. Het sociaal-economische profiel varieert van minder gegoede mensen die steevast worst en frieten eten tot zakenmensen die elke middag op restaurant moeten.'
Extreem zwaar
Op de consultatie melden zich soms patiënten van 200 kilo aan. 'Dat kan tot praktische problemen leiden. De onderzoekstafels voor een CT-scan of MRI-onderzoek kunnen bijvoorbeeld maar 150 kilo dragen. Het gebeurt ook dat we ziekenhuisbedden moeten verstevigen', merkt Van Gaal op.
Maar het obesitasprobleem blijft zeker niet beperkt tot die extreem zware patiënten.
'De media focussen zich al te vaak op die kleine groep. En uiteraard hebben deze mensen gespecialiseerde zorg nodig. Maar we zouden beter wat meer aandacht besteden aan de twee tot drie miljoen Belgen die weliswaar geen 150 kilo wegen, maar wel zwaarlijvig zijn. Willen we het probleem in de toekomst de baas blijven, dan zou er vooral in die groep meer aan preventie gedaan moeten worden.'
Terminologie: zwaarlijvigheid, overgewicht en obesitas
Als je te zwaar bent, moet je beseffen dat je gezondheid in gevaar is. Maar wat is dat, 'te zwaar'? Een woordje uitleg over de terminologie.
Heel vaak worden de termen zwaarlijvigheid, overgewicht en obesitas door elkaar gebruikt. Toch zijn het geen synoniemen. Overgewicht is wat het woord zegt. Je zit 'over je gewicht'. Je weegt meer dan wat normaal is in verhouding tot je lengte. Zwaarlijvigheid en overgewicht betekenen hetzelfde.
Wanneer de term obesitas valt, kan je stellen dat het gaat om een ziekte. Een chronische ziekte zelfs, waarbij je gewicht levensbedreigend wordt. Het zit blijkbaar in de genen en de wetenschap weet nog lang niet alles over deze aandoening. Er spelen bovendien nog tal van andere factoren van sociale, culturele, economische en psychologische aard mee.
BMI berekenen
- 1,58 m en 50 kg = BMI 20
- 1,72 m en 83 kg = BMI 28
- 1,68 m en 105 kg = BMI 39
Een BMI tussen 20 en 25 is normaal.
Een BMI tussen 25 en 30 duidt op overgewicht. Gaat dit gepaard met andere risicofactoren, zoals een te hoog vetgehalte in het bloed, een opstapeling van buikvet of een te hoge bloeddruk, dan houdt dit een reëel gezondheidsrisico in.
Vanaf een BMI van 30 is er sprake van obesitas, wat gepaard gaat met belangrijke gezondheidsrisico's.
Ook de buikomtrek, eenvoudigweg gemeten met een lintmeter, is een belangrijk criterium. Is deze bij een vrouw meer dan 88 centimeter of bij een man meer dan 102 centimeter, dan is er - ongeacht het BMI - een sterk verhoogd risico.
Obesitas in cijfers
- Als een ernstig zwaarlijvig persoon 10 procent van zijn gewicht verliest, nemen de gezondheidsrisico's met 25 procent af.
- Als de BMI van een obees persoon daalt met 5 procent, daalt zijn risico op hart- en vaatziekten met pakweg 10 procent.
- 61 procent van de gevallen van diabetes type II, ook wel ouderdomsdiabetes genoemd, zijn een gevolg van zwaarlijvigheid. Bij galstenen gaat het om 30 procent, bij hart- en vaatziekten om 17 procent en bij borstkanker om 11 procent.
- Mannen die op veertigjarige leeftijd aan obesitas lijden, leven gemiddeld vijf of zes jaar minder lang. Bij vrouwen is dat zelfs zeven jaar.
- In de Verenigde Staten en Finland gebeurde onderzoek naar het verband tussen zwaarlijvigheid bij kinderen en diabetes. Bij een vierde van de obese kinderen waren er al afwijkingen in de suikerspiegel merkbaar.
- Een kind op de zes is in België te zwaar.
