Ongewild urineverlies treft jong en oud

Over incontinentie bestaan twee hardnekkige vooroordelen : het zou alleen voorkomen bij bejaarden, én je zou er niets tegen kunnen doen. In het UZA weten ze wel beter. Ongewild urineverlies komt even vaak bij jongere mensen voor, en je kunt het wel degelijk behandelen.

Incontinentie: het laatste taboe
Naar schatting kampt 15 procent van de totale Belgische bevolking met ongewild urineverlies. Bij vrouwen, die van nature meer kwetsbaar zijn voor incontinentieproblemen, zou het zelfs om 20 procent gaan. Toch is incontinentie een probleem waar veel mensen – soms letterlijk – niet mee naar buiten durven komen. Je plas of stoelgang niet kunnen ophouden, dat is iets voor kleine kinderen, zieken of hoogbejaarden. Denkt men. Niet voor niets wordt incontinentie wel eens het laatste taboe genoemd.
Naar schatting twee derden van de patiënten vindt nooit de weg naar medische hulpverlening. Velen zijn te beschaamd om het probleem aan te kaarten bij hun huisarts.
‘Een aantal mensen leren zich zo goed behelpen dat ze op de duur de zin van een behandeling niet meer inzien. Maar daarnaast zijn er heel veel mensen die sterk lijden onder hun probleem. De weerslag op het gewone leven is enorm. Sommigen gaan er jarenlang onder gebukt’, weet prof. dr. Jean-Jacques Wyndaele, diensthoofd urologie.
‘Vrouwen tussen dertig en veertig jaar zijn het moeilijkst te bereiken’, weet kinesitherapeute Alexandra Vermandel. ‘Dat komt omdat bij hen het taboe het grootst is. Op die leeftijd al aan urineverlies lijden, dat kan in hun ogen niet. De media spelen daar zeker een rol in. Je leest vaak dat urineverlies iets is voor na de menopauze, terwijl dat absoluut niet waar is. Veel vrouwen met ongewild urineverlies passen nog liever hun leven aan dan hulp te zoeken. Ze stoppen bijvoorbeeld met aerobics, uit schrik voor een ongelukje.’

Geen ouderdomsverschijnsel
Dat ongewild urineverlies hoort bij het ouder worden, is een misvatting. Internationale studies tonen aan dat het probleem zelfs bij zeventigers of tachtigers nauwelijks vaker voorkomt dan bij dertigers of veertigers.
‘In bejaardeninstellingen komt ongewild urineverlies uiteraard wel veel voor’, zegt Wyndaele. ‘Maar dat komt doordat incontinentie nu net de belangrijkste reden is waarom mensen niet meer thuis kunnen wonen. Doordat die bejaarden niet meer zelfredzaam zijn, springt hun probleem ook veel meer in het oog. Daardoor krijg je een vertekend beeld. Bekijk je de volledige groep van bejaarden, dan heeft ongeveer 15 procent er last van, wat overeenkomt met de rest van de bevolking. Het is met andere woorden geen normaal ouderdomsverschijnsel, en er is dan ook geen enkele reden waarom een bejaarde minder recht zou hebben op een behandeling dan een jonge patiënt.’
Soms krijgen bejaarden de stempel incontinent, terwijl het probleem in werkelijkheid ergens anders ligt.
‘Bij mensen die niet meer zo mobiel zijn, ligt het soms aan praktische dingen’, weet incontinentieverpleegkundige Lieve Adriaenssens. ‘Weten ze wel waar het toilet is? Kunnen ze er gemakkelijk bij? Die dingen kunnen het verschil maken tussen op tijd bij het toilet raken of niet.’

Behandeling bijna altijd mogelijk
Ook het idee dat er tegen ongewild urineverlies niets te doen zou zijn, is – gelukkig maar – helemaal uit de lucht gegrepen. In werkelijkheid kan het probleem in zo’n 80 procent van de gevallen volledig verholpen worden. Bij de andere patiënten kan de situatie zodanig verbeterd worden dat ze weer een normaal sociaal leven kunnen leiden. Ingewikkelde therapieën of operaties zijn daarbij meestal niet nodig.
‘Wat niet wil zeggen dat je het probleem zomaar in een vingerknip kunt oplossen. Patiënten zitten er vaak al jarenlang mee, en het vraagt tijd om er weer vanaf te raken. Je moet je bekkenbodemspieren oefenen én onderhouden’, zegt gynaecoloog prof.dr. Wiebren Tjalma.
Hoe langer een patiënt het probleem heeft laten aanslepen, hoe moeilijker het doorgaans op te lossen is. Reden genoeg om op tijd bij de huisarts aan te kloppen.
Wyndaele heeft al vaak gezien hoe patiënten helemaal opfleuren na een geslaagde behandeling.
‘Ze durven opnieuw naar de sportclub, kunnen weer gaan wandelen, passen opnieuw op de kleinkinderen... Mensen moeten beseffen dat er veel hulp mogelijk is. Het is gewoon een kwestie van de stap te zetten’, besluit hij.

Vrouwen extra kwetsbaar

Moeder natuur is niet lief voor haar dochters: acht van de tien patiënten met ongewild urineverlies zijn vrouwen. Een van de belangrijkste verklaringen daarvoor is dat vrouwen kinderen baren. Zowel de anatomie die hiervoor nodig is als de bevalling zelf maken de vrouw extra kwetsbaar.
De bekkenbodem van een vrouw ziet er helemaal anders uit dan die van een man. Terwijl bij de man enkel het urinekanaal en het anale kanaal er doorheen lopen, bevindt zich in de vrouwelijke bekkenbodem ook het relatief brede geboortekanaal. Dat maakt de structuur minder sterk dan bij de man. Bovendien heeft de natuur het zo geregeld dat de vrouwelijke bekkenbodemspieren relatief gemakkelijk meegeven. Zoniet zouden vrouwen geen baby’s kunnen baren.
Ook de zwangerschap en de bevalling zelf zijn niet bevorderlijk voor de spieren en zenuwen van de bekkenbodem. Zo’n 3 tot 6 procent van de jonge moeders krijgt meteen na de bevalling incontinentieproblemen. Maar het gebeurt ook dat een bevalling pas na tientallen jaren tot incontinentie leidt.
‘Een vrouw van zestig vindt het heel vreemd als je haar zegt dat haar incontinentie een gevolg is van haar bevallingen’, zegt gynaecoloog prof.dr. Wiebren Tjalma. ‘Toch kan dat het geval zijn. Soms laat een bevalling kwetsuren na waarvan de vrouw jarenlang geen last heeft doordat haar spieren sterk genoeg zijn om het probleem te compenseren. Maar met het ouder worden verzwakken de bekkenbodemspieren en kan die vrouw alsnog incontinent worden.’
Er zijn nog verschillende andere factoren die een vrouw vatbaarder maken voor incontinentie, zoals de menopauze, verzakkingen van de baarmoeder en constipatie, een kwaal die vaker bij vrouwen voorkomt dan bij mannen. Wat de oorzaak ook is, het komt erop aan het probleem aan te pakken, onderstreept Tjalma.
‘Nogal wat oudere dames vinden het normaal dat ze aan licht urineverlies lijden. Die dragen voortdurend maandverband en staan er verder niet bij stil. Terwijl je zoiets vaak op een heel eenvoudige manier kunt oplossen’, weet hij. Door tijdig in te grijpen, kan worden voorkomen dat problemen escaleren. Incontinentie zou daarom meer bespreekbaar moeten worden, vindt Tjalma. ‘Artsen zouden sneller bij hun patiënt moeten informeren of op dat vlak alles nog in orde is. In de eerste plaats denk ik dan aan de gynaecoloog, maar ook de uroloog, de maag-darmspecialist en de huisarts kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Gewoon even vragen of de patiënt geen last heeft van ongewild urineverlies, dat zou veel problemen kunnen voorkomen.’

Prostaatproblemen?

Bij oudere mannen is ongewild urineverlies vaak het gevolg van een vergrote prostaatklier. Meestal gaat het om een goedaardige aandoening, maar een enkele keer is er sprake van een prostaatontsteking of prostaatkanker. Verder laten onderzoeken is dan ook de boodschap.


Volgende symptomen kunnen wijzen op een prostaatvergroting:
  • Vaak kleine plasjes moeten doen, binnen twee uur na de vorige plas
  • Vaak dringend moeten plassen
  • Moeilijkheden om de plasstraal op gang te brengen
  • Een zwakke urinestraal die soms onderbroken wordt
  • Nadruppelen
  • Het gevoel dat je blaas na het plassen niet helemaal leeg is
  • ’s Nachts vaak moeten plassen
  • Ongewild urineverlies

Bedwateren

Als kinderen op hun zesde nog elke nacht bedplassen, is de kans groot dat het probleem niet vanzelf overgaat. Op dat moment is het nuttig professionele hulp te zoeken.
‘De oorzaak van bedwateren is meestal onbekend’, zegt UZA-kinderarts dr. Koen Van Hoeck. ‘In het algemeen gaan we ervan uit dat het om een fout gelopen leerproces gaat. Gelukkig is er bijna altijd iets aan te doen. De overgrote meerderheid van onze patiëntjes kunnen we binnen het half jaar van hun probleem verlossen. Een aanpassing van de drink- en plasgewoonten, een plaswekker en goede begeleiding vormen de hoeksteen van de behandeling. Bedplassen is overigens geen vorm van incontinentie. Alleen als kinderen problemen hebben met droog worden overdag, al dan niet in combinatie met bedwateren, kan dat wijzen op incontinentie. Zoiets vraagt een aparte aanpak.’
Een kindvriendelijke benadering staat voorop. Het team probeert met een minimum aan onderzoeken en observatie zoveel mogelijk inzicht in het probleem te krijgen en begeleidt de patiëntjes zo goed mogelijk.
Het idee dat bedplassen een psychologische oorzaak heeft, is volledig achterhaald.
Van Hoeck : ‘Stress en negatieve emoties zijn niet de oorzaak, ze kunnen hooguit het probleem verergeren. Wel kan het kind psychisch lijden onder de situatie. Daarom is het belangrijk dat het patiëntje beseft dat het geen schuld treft. Dat kan de druk al voor een groot stuk wegnemen.’

Niet meer kunnen plassen

Ook het omgekeerde van ongewild urineverlies komt voor: niet meer kunnen plassen. In dat geval blokkeert de blaas als ze vol is, zodat de urine niet meer kan afvloeien. Mensen met dat probleem kunnen in het ziekenhuis leren hoe ze zichzelf moeten sonderen. Dat gebeurt door een dunne, soepele sonde doorheen de urinebuis tot in de blaas te steken, zodat de urine toch naar buiten kan. In plaats van gewoon te plassen moeten de patiënten zich dan op regelmatige tijdstippen sonderen.
Het klinkt allemaal een beetje eng, maar in de praktijk ondervinden weinig mensen problemen bij het sonderen.