Obesitas: complexer dan het lijkt

Is overgewicht louter een probleem van onze genen? Waar blijft die wonderpil die ons snel en blijvend doet vermageren? En hoe effectief is een maagverkleining? De nieuwste bevindingen rond obesitas op een rij.

In België heeft 48 % van de volwassen bevolking overgewicht. 14 % is obees, wat wil zeggen dat er sprake is van ernstige zwaarlijvigheid met belangrijke gezondheidsrisico's. Gewichtsproblemen zijn in de eerste plaats het gevolg van een ongezond voedingspatroon en een gebrek aan beweging. Toch is het verhaal genuanceerder dan dat. Hoe meer wetenschappelijk onderzoek er gebeurt, hoe complexer het probleem blijkt te zijn.

'Zo weten we dat ook hormonale factoren een grote rol spelen', zegt prof. dr. Luc Van Gaal, diensthoofd endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten. 'En er worden ook almaar meer genen ontdekt die verband houden met gewichtsproblemen. Het gaat dan over genen die verantwoordelijk zijn voor onder meer voedselverbranding, eetlust en de aanmaak van bepaalde hormonen. Vandaag zijn er vijftig à zeventig gekend, waarvan een vijftal echt cruciaal zijn. Bij naar schatting 40 % van de mensen met overgewicht spelen genetische factoren een rol.'

Genen maken je kwetsbaarder

Toch mag genetische aanleg geen vrijgeleide zijn om niets aan de kilo's te doen, onderstreept Van Gaal. 'Ook die groep kan veel bereiken met een verandering van de levensstijl. We moeten de zaken ook in het juiste perspectief plaatsen: onze genen zijn de afgelopen vijftig jaar weinig veranderd, terwijl overgewicht in onze maatschappij enorm is toegenomen. Je genetische achtergrond maakt je dus hooguit kwetsbaarder.'

Ook milieuvervuiling lijkt een rol te spelen bij het ontstaan van zwaarlijvigheid. UZA-endocrinologe dr. Eveline Dirinck wijdde haar doctoraatsonderzoek aan het verband tussen bepaalde chemische stoffen en overgewicht. 'En ook medicatiegebruik is een belangrijke oorzaak van gewichtsproblemen', vervolgt Van Gaal. 'Denk maar aan cortisone en hormonale middelen, maar ook aan sommige geneesmiddelen tegen hartproblemen, diabetes, epilepsie, hiv en bepaalde psychische aandoeningen. Patiënten met schizofrenie komen gemakkelijk tien tot vijftien kilo bij door de medicatie. Gelukkig bestaan er vaak alternatieve middelen.'

Opgepast met zoetstoffen

Opmerkelijk genoeg werkt ook overmatig gebruik van kunstmatige zoetstoffen overgewicht mogelijk mee in de hand. Het zou bovendien ook een rol kunnen spelen bij het ontstaan van aanverwante problemen, zoals diabetes, een opstapeling van buikvet en slechte cholesterolwaarden. De verklaring zou liggen bij een negatieve invloed van de zoetstoffen op de darmflora.

Vast staat dat overgewicht en obesitas een belangrijk gezondheidsprobleem zijn. Ze vergroten de kans op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten en doen ook het risico op kanker stijgen, meer bepaald op darmkanker, borst- en baarmoederkanker bij vrouwen en slokdarm- en nierkanker bij mannen. Een andere kwaal die meer voorkomt bij zwaarlijvige mensen is obstructief slaapapneu, een vorm van snurken die gepaard gaat met nachtelijke ademhalingspauzes.

Een probleem dat de afgelopen jaren meer aandacht krijgt, is leververvetting als een gevolg van overgewicht. In de Verenigde Staten zou obesitas vandaag de voornaamste oorzaak van levercirrose zijn, belangrijker dan bijvoorbeeld alcoholmisbruik. UZA-voedingsdeskundige An Verrijken deed onderzoek naar het thema.

Uitkijken naar nieuwe medicatie

Op het vlak van behandeling is het vooral uitkijken naar een aantal nieuwe medicijnen. Zo komen er binnenkort geneesmiddelen op basis van hormonen op de markt, in Europa en wellicht ook in België. Het gaat om medicijnen die de patiënt dagelijks of wekelijks moet inspuiten. 'Ze bevatten een hormoon uit de darm, peptiden genaamd, dat vrijkomt tijdens het eten. Het zorgt voor een betere opname van de voeding en een hoger verzadigingsgevoel. Het medicijn is bedoeld voor mensen met een BMI (zie kaderstuk) tussen pakweg 30 en 35', licht Van Gaal toe. Daarnaast zijn er nieuwe geneesmiddelen in tabletvorm in aantocht die op het neurologische stelsel inwerken.

De nieuwe middelen hebben minder nevenwerkingen dan de bestaande vermageringspillen. 'Al is ook hun effect eerder beperkt: patiënten verliezen er hooguit 8 à 9 kilo per jaar mee. Er zijn echter nieuwe medicijnen in ontwikkeling, opvolgers van de huidige inspuitbare peptiden, die vermoedelijk een groter effect zullen hebben', vervolgt Van Gaal.

Maagverkleining en motivatie

Het meest spectaculaire gewichtsverlies wordt nog altijd behaald na een maagverkleiningsoperatie: patiënten verliezen daarmee al gauw 25 à 30 % van hun gewicht. De behandeling is wel alleen bedoeld voor patiënten met heel ernstige zwaarlijvigheid. Ze wordt maar terugbetaald vanaf een BMI van 40, of een BMI van 35 die gepaard gaat met diabetes, obstructief slaapapneu of een onbehandelbare hoge bloeddruk. Van Gaal: 'Zo'n operatie geeft heel snel resultaat, al weten we intussen dat het effect op de algemene gezondheid minder groot is dan eerst gedacht. Van de patiënten die door hun overgewicht ook diabetes type 2 hebben, heeft 70 % vijf à tien jaar na de ingreep opnieuw normale bloedsuikerwaarden. Maar na twaalf à vijftien jaar is dat percentage gezakt naar 32 à 33 %.'

Net als bij elke behandeling hangt het succes ook af van de motivatie van de patiënt. Ook na de operatie blijft gezond eten immers een must. 'Want zelfs met een sterk verkleinde maag kun je bijvoorbeeld nog altijd te veel frisdrank drinken. Dan heeft zo'n ingreep natuurlijk weinig zin. Maar als de patiënt bereid is ook zijn eetgewoontes aan te passen, zijn de resultaten doorgaans heel goed', aldus Van Gaal.

Info: dienst endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten UZA, T 03 821 32 75

Bron: maguza.be