Neurochirurgische ingreep: zenuwbaan behandelen om pijn te verzachten


Oplossing na lange lijdensweg

Patiënten die in aanmerking komen voor een neurochirurgische pijnbehandeling, hebben vaak al een hele lijdensweg doorlopen. Pas als vaststaat dat de oorzaak van hun pijn onbekend of onbehandelbaar is, kan een meer ingrijpende aanpak eventueel de oplossing zijn.

Pijnbeleving beïnvloeden via neuromodulatie

'Vroeger gebeurde het regelmatig dat bepaalde delen van het zenuwstelsel werden doorgeknipt of vernietigd', blikt Van Havenbergh terug. 'Maar omdat die aanpak onomkeerbaar is en er relatief veel risico's aan verbonden zijn, opteren we vandaag steeds vaker voor neuromodulatie. Daarbij voeren we bepaalde aanpassingen uit in het zenuwsysteem, waardoor de pijnbeleving wordt beïnvloed.'

Werkwijze
 
Meestal wordt een elektrode ingeplant die een stroom stuurt doorheen de banen die de pijn geleiden, bijvoorbeeld de gevoelsbanen van het ruggenmerg. Op die manier wordt de pijn vervangen door een aangenaam tintelend gevoel. De elektrode is verbonden met een kleine batterij die onder de buikwand wordt geïmplanteerd. Met behulp van een afstandsbediening kan de patiënt de stroom harder of zachter zetten. Een batterij gaat vier tot tien jaar mee.
'Het komt erop aan de zenuwbaan te behandelen die hoger gelegen is dan het letsel dat de pijn veroorzaakt', preciseert Van Havenbergh. 'Soms blijkt dat letsel zo hoog te liggen dat we enkel in de hersenen zelf kunnen ingrijpen, meer bepaald op de plaats waar het pijnsignaal wordt verwerkt. Zo'n ingreep wordt diepe hersenstimulatie genoemd.'

Kleine minderheid komt in aanmerking

Van Havenbergh beklemtoont dat de beslissing om een neurostimulatieve ingreep uit te voeren in teamverband en pas na heel veel wikken en wegen wordt genomen. Het gaat namelijk om een uiterst dure ingreep die maar bij bepaalde patiënten zin heeft. Pijn in de armen of benen is bijvoorbeeld veel beter behandelbaar dan rug- of halspijn. In de praktijk komt dan ook maar een kleine fractie van de pijnpatiënten in aanmerking.
'Elke patiënt wordt door het volledige pijnteam beoordeeld, waarbij er ook een gesprek is met de psycholoog en psychiater. Als er bijvoorbeeld sprake is van een depressie, kan die mee aan de basis liggen van de pijnbeleving en is het zinvoller eerst dat probleem aan te pakken', zegt Van Havenbergh.
Aan een definitieve ingreep gaat altijd een proeffase vooraf, waarbij de patiënt vier weken met een uitwendige batterij rondloopt. Als de pijnbeleving en de pijnmedicatie met minstens de helft verminderen, wordt eventueel tot een definitieve ingreep besloten.

Resultaat meestal positief

'We hebben meer dan 150 patiënten met dit soort systeem rondlopen, en bij de meesten is het resultaat vrij positief. Mensen helemaal pijnvrij krijgen lukt zelden, maar bij sommigen is er zoveel verbetering dat ze opnieuw kunnen gaan werken. Anderen functioneren opnieuw binnen hun familie of kunnen weer sociale activiteiten opnemen.'

Pijnpomp als alternatief

Patiënten bij wie neurostimulatie geen verbetering oplevert, kunnen soms wel geholpen worden met de inplanting van een pijnpomp. Dat is een klein toestelletje dat onder de buikwand wordt geïmplanteerd en zonder onderbreking pijnstillende medicatie naar het ruggenmergkanaal stuurt.

Nadelen en risico's

'Het grote nadeel van beide systemen is dat je met een relatief complexe techniek te maken hebt, waarbij er altijd wel een mankement kan optreden. Bijvoorbeeld een draad die afknikt of een batterij die leegraakt. De ingreep zelf is relatief eenvoudig. Het voornaamste risico is dat er een infectie optreedt. In dat geval moet het systeem er volledig uit, en kun je eventueel na drie of vier maanden een nieuwe ingreep uitvoeren. Gelukkig komt die complicatie maar bij een tot twee procent van de patiënten voor', aldus Van Havenbergh.