Kinesitherapie bij de behandeling van incontinentie
Kinesitherapie speelt bij de behandeling van incontinentie een cruciale rol. Gerichte training van de bekkenbodemspieren geeft bij 80 procent van de patiënten genezing of op zijn minst verbetering van het probleem. ‘Mensen zouden sneller de stap moeten zetten naar een behandeling’, vindt Alexandra Vermandel, kinesitherapeute en coördinator van de Klein Bekken Kliniek.
Bekkenbodem kun je trainen
De bekkenbodem is een grote spiermassa die we onder meer gebruiken bij het plassen en de stoelgang. Net als andere spieren kun je de bekkenbodemspieren trainen. Een zwakke sluitspier kun je bijvoorbeeld versterken door gericht oefeningen te doen.
Verloop behandeling
‘De patiënten komen bij ons terecht via de behandelende arts’, zegt Alexandra Vermandel. ‘We beginnen altijd met een gesprek, waarbij we in gewone mensentaal uitleggen wat hun aandoening is en wat wij eraan gaan doen. Verder brengen we het probleem concreet in kaart door bijvoorbeeld aan de patiënt te vragen om bij te houden hoe vaak hij op een dag moet plassen of stoelgang maken. We geven ook advies over uiteenlopende onderwerpen: voeding, de juiste manier van plassen, hoe zware voorwerpen te tillen zonder je bekkenbodem te overbelasten... En dan is er uiteraard nog de eigenlijke kinesitherapie, waarbij we de patiënt allerlei oefeningen aanleren om de bekkenbodem te versterken.’
Een aantal apparaten kan het aanleren van de oefeningen vergemakkelijken. Zo beschikt de dienst over een toestel waarmee de patiënt zelf op een scherm kan volgen of hij de aangeleerde technieken juist toepast of niet. Dat wordt biofeedback genoemd. ‘Bij sommige patiënten die totaal niet aanvoelen welke spieren ze moeten gebruiken, kan het ook nuttig zijn die spieractiviteit kunstmatig op te wekken via een elektrische prikkel. Dan voelt die persoon meteen welke spieren hij moet gebruiken’, vervolgt Vermandel.
Thuis verder oefenen
De meeste patiënten komen een tiental keer naar de kinesitherapeut voor een sessie van telkens een half uur. Bedoeling is dat ze de oefeningen thuis voortzetten. In het begin moet dat dagelijks en vrij intensief gebeuren, na verloop van tijd moeten ze de spieren alleen nog maar onderhouden.
‘Die onderhoudsoefeningen moet de patiënt in principe levenslang blijven doen. Maar hij hoeft er niet speciaal tijd voor uit te trekken. Je bekkenbodemspieren kun je overal oefenen zonder dat iemand het ziet. Ik raad mensen bijvoorbeeld aan om het te doen telkens als ze met de auto voor het rood licht staan, of tijdens de reclamespotjes op televisie’, lacht Vermandel.
In het begin krijgen patiënten ook opdrachtjes mee naar huis. Dat kunnen de meest uiteenlopende dingen zijn, bijvoorbeeld het plassen telkens tien minuten uitstellen.
Behandeling niet uitstellen
‘Nogal wat incontinentieproblemen ontstaan na een bevalling. Veel leed zou voorkomen worden als bij de postnatale oefeningen meer aandacht ging naar de bekkenbodemspieren’, stipt Vermandel nog aan.
Ze vindt het jammer dat veel patiënten de stap naar een behandeling niet durven zetten.
‘Sommige vrouwen krijgen al last van incontinentie als ze nog maar begin de dertig zijn, maar schamen zich om naar een arts te gaan. Terwijl je juist die groep perfect kunt helpen met kinesitherapie. Dat is echt spijtig.’
