Kanker tijdens zwangerschap

Zwanger en kanker: wat nu?

Gynaecologische kankers komen voornamelijk op latere leeftijd voor, waardoor het niet vaak gebeurt dat een zwangere ermee geconfronteerd wordt. Is dat toch het geval, dan vormt een operatie in veel gevallen de aangewezen behandeling. Niet zelden moet het kind komen via een keizersnede, en ook het tijdstip van de bevalling moet vaak worden vervroegd. De meest voorkomende gynaecologische kankers zijn borst-, baarmoederhals- en eierstokkanker.

Borstkanker

'Wordt bij een zwangere vrouw borstkanker ontdekt, dan verwijderen we de tumor chirurgisch en nemen we ook de okselklieren weg', zegt gynaecoloog prof. dr. Wiebren Tjalma. 'De noodzaak van eventuele aanvullende behandelingen als chemotherapie moet duidelijk afgewogen worden tegen het risico voor het ongeboren kind. Uitstel of aanpassing van de chemotherapie kan de genezingskansen van de moeder in het gedrang brengen. Grote studies zijn er op dit vlak niet gebeurd, maar uit literatuur en persoonlijke ervaring heb ik geleerd dat sommige therapeutische middelen geen nadelige effecten hebben op het kind.'

Baarmoederhalskanker

Bij baarmoederhalskanker is er een onderscheid tussen de plaatselijke vorm en een meer gevorderde kanker. In het eerste geval kan er ofwel gewacht worden met de behandeling, ofwel kan het letsel weggesneden worden. Is de kanker verder gevorderd, dan is de behandeling afhankelijk van de zwangerschapsduur. Strikte regels zijn er niet, maar na een zwangerschap van minder dan twintig weken verdient meestal een definitieve behandeling de voorkeur. Dat is hetzij een volledige wegname van de baarmoeder, hetzij een combinatie van chemotherapie en bestraling.
Tjalma : 'Is de zwangerschap verder gevorderd, dan proberen we ze meestal te rekken tot het kind levensvatbaar is. Soms is een voorlopige behandeling met een aangepaste vorm van chemotherapie mogelijk. In het laatste trimester van de zwangerschap kun je de behandeling uitstellen tot het kindje oud genoeg is om geboren te worden.'

Eierstokkanker

Soms wordt in het tweede trimester van een zwangerschap eierstokkanker vastgesteld. In dat geval wordt er meestal voor operatieve verwijdering tussen zestien en twintig weken zwangerschap geopteerd. Het risico dat die ingreep tot een miskraam leidt, is op dat moment sterk gedaald. Via een speciale operatietechniek wordt er zo weinig mogelijk aan de baarmoeder geraakt, zonder dat het succes van de ingreep en het bekomen van weefsel voor de diagnose in het gedrang komen. Ook kijkgatchirurgie wordt in deze gevallen meer en meer toegepast.
'Aangezien de vooruitzichten bij eierstokkanker meestal weinig rooskleurig zijn, is het niet verstandig de behandeling uit te stellen. Toch creŽert ook hier de beslissing om met chemotherapie te starten een dilemma, omdat zowat alle beschikbare vormen aanleiding geven tot afwijkingen, een miskraam of groeivertraging. Bovendien moet er nog veel onderzoek gebeuren naar de latere effecten van de behandeling op het kind', vervolgt Tjalma.

Multidisciplinaire samenwerking

De behandeling van een zwangere patiŽnt met kanker gebeurt in het UZA altijd in onderling overleg tussen specialisten uit verschillende disciplines. 'Er zouden meer inspanningen moeten gebeuren om de ervaringen van artsen op dit vlak te bundelen', aldus nog Tjalma.

Bron: maguza.be