Insectenbeten

Wespen en bijen brengen in de zomermaanden velen aan het dansen maar het is verre van een vreugdedans... Alleen de stoersten laten de beestjes een ritje over de arm maken maar het is algemeen geweten dat bijen- en wespenangels heel gemeen kunnen steken, soms fataal voor het slachtoffer. De allereerste steek speelt een belangrijke rol...

Gevaarlijke angels
De gevolgen van een bijen- of wespensteek kunnen heel verschillend zijn, van een kleine lokale reactie op de huid tot de dood. Een persoon die niet allergisch is, komt er gewoonlijk vanaf met een pijnlijke, jeukende zwelling die naderhand weer verdwijnt. Wie het slachtoffer wordt van een groot aantal steken, krijgt een grote dosis gif binnen die heel wat ernstiger en gevaarlijker is. Het zijn vooral de wespen die de heftigste reacties uitlokken. ‘De meest ernstige reacties op steken van wespen of bijen komen voor bij mensen van wie het immuunsysteem allergisch reageert’, aldus Stevens. ‘Het is deels erfelijk in die zin dat 30 tot 40% van mensen die lijden aan een erfelijke vorm van astma, rinitis of eczeem ook gevoeliger zijn voor steken. In totaal is ongeveer vier procent van de bevolking allergisch aan wespen of bijen.’

Symptomen
Na een bijen- of wespensteek moet eerst de wonde onderzocht worden om de eventueel achtergebleven angel zorgvuldig te verwijderen. ‘Bij een allergische reactie treedt meestal eerst lokale roodheid op die zich snel kan ontwikkelen tot veralgemeende netelroos’, beschrijft dr. Didier Ebo, immunoloog in het UZA. ‘Wanneer de reactie verder evolueert, krijgt het slachtoffer last van ademhalingsproblemen, braken en diarree. Reacties met de dood als gevolg zijn zelden maar personen met een verhoogd risico moeten kritisch opgevolgd worden en indien nodig een preventieve behandeling krijgen via een hyposensibilisatiekuur, ook immunotherapie genoemd.’

Preventie en behandeling
‘In principe treedt geen allergische reactie op bij een eerste steek’, zegt Stevens, ‘maar vanaf dat moment wordt de gevoeligheid bij volgende steken wel groter. Omdat de reactie bij een eerste steek soms heel oppervlakkig is, herinneren weinig mensen zich eraan. Voor de behandeling is het heel belangrijk dat het slachtoffer zich herinnert welk insect gestoken heeft, eventueel via foto’s. Een huidtest kan uitsluitsel bieden of het beschreven insect wel degelijk de oorzaak was. Via een prik wordt een minieme dosis van het gif toegediend maar voorzichtigheid is de boodschap want sommigen kunnen hierop ernstig reageren. Daarom past men bij een te hoog risico nu ook al enkele jaren een activatietest toe, weliswaar veel complexer voor de arts maar zonder gevaar voor de patiënt.’

Tips

Bijen en wespen

  • loop niet blootsvoets
  • vermijd heftige bewegingen bij contact met een insect
  • vermijd het dragen van felgekleurde kledij
  • let er bij eten in openlucht altijd goed op dat geen insect in het voedsel of de drank aanwezig is

Muggen

Ernstige allergische reacties komen gelukkig weinig frequent voor. Een complicatie die vaker optreedt, vooral bij kinderen, is een infectie van de steekwonde door krabben met “vuile” nageltjes.
  • gebruik van afweerproducten zoals citronella
  • de huid voldoende bedekken
  • muskietnetten

Immunotherapie: kwaad met meer kwaad bestrijden

In de meest ernstige gevallen van allergie moet de patiënt een hyposensibilisatiekuur of immunotherapie ondergaan. Prof. dr. Stevens licht toe: ‘Een immunotherapie houdt in dat we de patiënt ongevoelig maken door de stof toe te dienen waarvoor hij gevoelig is. In een eerste fase wordt een kleine dosis van het verantwoordelijke allergeen ingespoten die we geleidelijk aan opdrijven, eerst wekelijks, dan tweewekelijks en maandelijks. De kuur neemt algauw enkele jaren in beslag. We passen de therapie vooral toe bij een wespen- of bijenallergie omdat personen die een hevige reactie hadden na een eerste wespen- of bijensteek, in principe in levensgevaar verkeren bij een volgende steek. Via immunotherapie kunnen we 95 tot 100 % bescherming garanderen. De therapie is ook aangewezen bij personen met rinitis, vooral wanneer er sprake is van een pollenovergevoeligheid die geassocieerd is met een voedselovergevoeligheid. Sommige allergieën zoals voor selder of voor wortelen kunnen heel gevaarlijk zijn en die gevoeligheid neemt meestal toe met de jaren zodat men steeds minder voedselbestanddelen kan innemen zonder gevaar. Daarom overwegen we in deze gevallen ook een inspuiting met de verantwoordelijke pollen met als doel een uitbreiding van de voedselovergevoeligheid tegen te houden.’
Immunotherapie is alleen mogelijk voor patiënten met één allergie omdat een relatief hoge dosis van het allergeen moet worden toegediend. Wanneer meerdere allergenen samen worden ingespoten, zouden de dosissen te veel verlaagd moeten worden waardoor ze niet meer doeltreffend zijn.

Flowcytometer: geavanceerde opsporingstechniek

De opsporing van allergenen maakte een reuzesprong met de flowcytometer omdat het een techniek is waarbij de patiënt niet het minste gevaar loopt en die met een relatief grote graad van zekerheid aantoont of een persoon aan een bepaalde stof overgevoelig is of niet. Met behulp van deze techniek heeft de dienst immunologie in het UZA een basofielenactivatietest op punt gesteld waarbij cellen van de patiënt in contact gebracht worden met de stoffen waaraan hij of zij mogelijk overgevoelig is. Daarna gaat men na of de cellen door die stoffen geactiveerd worden. ‘We voeren deze test vooral uit bij patiënten waar we geen enkel idee hebben wat de reactie uitlokt’, aldus prof. dr. Stevens. ‘In begin werd de test uitgewerkt voor latex en spierverslappende middelen maar tegenwoordig passen we de methode ook steeds meer toe bij voedselovergevoeligheid. Sommige allergenen in voedingsbestanddelen zijn immers moeilijk op te sporen en via de test vermijden we dat de patiënt de voedselbestanddelen moet innemen en daardoor mogelijk ernstig reageert. Tot slot wordt de techniek ook gebruikt bij geneesmiddelenallergie en wespen- of bijenallergie.