Fecale incontinentie
Rust er op ongewild urineverlies al een taboe, dan geldt dat dubbel voor ongewild stoelgangverlies of fecale incontinentie. Veel mensen die met het probleem kampen, denken dat er niets aan te doen is en zoeken daarom geen medische hulp. Ten onrechte: ook fecale incontinentie kan bijna altijd verholpen worden.
Voorkomen stijgt met ouderdom
Ook fecale incontinentie komt vaker voor dan je zou denken. Anders dan bij ongewild urineverlies is het probleem leeftijdsgebonden. De bekkenbodemspieren verzwakken nu eenmaal met het ouder worden, wat op een gegeven moment het verschil kan maken tussen nog net lang genoeg je stoelgang kunnen ophouden of niet.
Van de vijftig-plussers heeft naar schatting 5 procent minstens één keer per week last van ongewild stoelgangverlies, van de mensen ouder dan zeventig zou meer dan 10 procent er last van hebben en boven tachtig jaar stijgt dat percentage zelfs ver boven de 20. De grootste patiëntengroep zijn iets oudere vrouwen. Door de structuur van hun bekkenbodem en het feit dat ze meer last hebben van constipatie, vormen zij een kwetsbaardere groep dan mannen.
‘Veel mensen die met het probleem kampen, schamen zich dood én denken dat er geen behandeling bestaat. Daarom stappen ze niet naar de dokter. Terwijl er juist heel veel aan te doen is’, weet prof.dr. Wouter Vaneerdeweg, diensthoofd abdominale heelkunde.
Verschillende vormen
Fecale incontinentie bestaat grof gesteld in dezelfde vormen als urinaire incontinentie: aandrangincontinentie, waarbij de drang om zich te ontlasten opeens zo sterk opkomt dat de patiënt niet tijdig op het toilet raakt, en inspanningsincontinentie, met ongewild stoelgangverlies bij hoesten, niezen of een zware inspanning. Daarnaast bestaat ook het ongewild verlies van winden, ook wel flatus genoemd, of ontlasting.
Oorzaken
‘De aandoening kan verschillende oorzaken hebben’, zegt dr. Marc Van Outryve van de dienst maag-, darm- en leverziekten. ‘Nogal wat patiënten hebben letsels in de sluitspier opgelopen, bijvoorbeeld als gevolg van een bevalling, een operatie, een chronische anale ziekte of een ongeval. Daarnaast zijn er mensen die minder of geen gevoel meer hebben in de sluitspier. Zoiets kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van hersenletsels of een ruggenmergletsel. Maar ook een combinatie van beide, letsels in de sluitspier en verminderde gevoeligheid, komt voor. Ook dat kan te maken hebben met een specifiek letsel in het ruggenmerg.’
Een andere vaak voorkomende oorzaak is constipatie. Als mensen keer op keer overdreven persen, kan op de duur een zenuw beschadigd raken.
Ook aandoeningen van de endeldarm kunnen aan de basis liggen van fecale incontinentie. En dan is er nog zogenaamde valse incontinentie, wat voornamelijk voorkomt bij mensen die te lang hun stoelgang ophouden. Doordat er zich dan grote hoeveelheden stoelgang in de darm ophopen, loopt de darm op de duur als het ware over en is er regelmatig licht stoelgangverlies.
Diagnosestelling
Als een patiënt zich met fecale incontinentie aanmeldt, voert de arts eerst een lichamelijk onderzoek uit. Daarnaast bestaan er verschillende onderzoekstechnieken om het probleem preciezer in kaart te brengen. De arts kan de druk binnen de sluitspier meten, hij kan een echografie van de sluitspier en de bekkenbodem maken of hij kan een neurologisch onderzoek uitvoeren, waarbij eventuele afwijkingen in de bezenuwing worden opgespoord.
Behandeling
Gelukkig zijn er goede behandelingsmogelijkheden, die daarom niet ingewikkeld of ingrijpend hoeven te zijn.
- Oorzaak verhelpen
‘Soms is er een duidelijke oorzaak die we kunnen verhelpen. Een sluitspier die gescheurd is na een bevalling kan weer gehecht worden, een eventuele tumor kan verwijderd worden’, legt Van Outryve uit. - Feedback training
Een andere mogelijkheid is de zogenaamde feedback training, een vorm van kinesitherapie waarbij de patiënt zijn sluitspier oefent met behulp van een speciaal toestel.
‘Daarbij kunnen de patiënten op een scherm volgen hoe hard ze de spier samentrekken of juist ontspannen. Via specifieke oefeningen wordt ook de gevoeligheid van de sluitspier vergroot. Bij 50 tot 75 procent van de patiënten volstaat dat om weer normaal te kunnen functioneren’, weet Van Outryve. - Chirurgie
Levert de feedback training geen succes op, dan kan een operatie de volgende stap zijn. Bij zo’n 25 tot 50 procent van de patiënten is dat het geval.
‘We kunnen bijvoorbeeld een nieuwe sluitspier creëren met behulp van een spier uit het been’, aldus Vaneerdeweg. ‘Het enige probleem daarbij is dat je een gewone spier hooguit één of twee minuten kunt aanspannen, terwijl een sluitspier juist onafgebroken gesloten moet blijven. Om dat op te lossen plaatsen we een soort van pacemaker op de nieuwe spier, die ervoor zorgt dat die de hele tijd aangespannen blijft. Via een afstandsbediening kan de patiënt de pacemaker tijdelijk uitschakelen, zodat hij zich kan ontlasten. Bij de meerderheid van de patiënten geeft die ingreep heel goede resultaten.’
Een iets eenvoudiger ingreep die vandaag steeds vaker wordt toegepast, is het plaatsen van een volledig kunstmatige sluitspier, die eruit ziet als een kleine manchet. Via een onderhuids ingeplant ballonnetje en een pompje kan de patiënt onder- of overdruk in de manchet creëren, zodat hij de kunstmatige sluitspier op het gewenste moment kan doen ontspannen.
‘Het enige nadeel aan die operatie is dat je een vreemd lichaam inbrengt, waardoor de kans op een infectie iets groter is’, stipt Vaneerdeweg aan. Beide ingrepen slagen in ongeveer 80 procent van de gevallen. Is de operatie niet helemaal succesvol, dan kan de patiënt vaak nog geholpen worden met bijkomende maatregelen. Sommigen kunnen hun incontinentieprobleem alsnog onder controle houden door zichzelf regelmatig lavementen toe te dienen.
Voor patiënten bij wie de incontinentie een gevolg is van een beschadigde zenuw, is er sinds een tweetal jaar nog een optie: door op de zenuw in kwestie een elektrode aan te brengen en die te stimuleren met een pacemaker, raken ongeveer de helft van de betrokken patiënten van hun probleem verlost.
‘Die operatie is zo eenvoudig en efficiënt, dat we ze bijna altijd als eerste oplossing voorstellen aan patiënten die ervoor in aanmerking komen. Lukt het niet, dan kunnen we nog overschakelen op een andere ingreep’, zegt Vaneerdeweg. Omdat de operaties niet gevaarlijk of ingrijpend zijn, kunnen ze perfect uitgevoerd worden tot de leeftijd van tachtig jaar en ouder, op voorwaarde dat de patiënt gezond en helder van geest is. - Stoma
Een heel enkele keer helpt ook een operatie niet.
‘In dat geval moeten we soms een stoma plaatsen, waarbij de ontlasting in een zakje wordt opgevangen. Maar dat komt maar heel zelden voor. In heel mijn loopbaan heb ik het nog maar één keer meegemaakt’, aldus Van Outryve.
Snel hulp zoeken
Van Outryve beklemtoont nog dat patiënten met fecale incontinentie best niet te lang wachten om hulp te zoeken.
‘Hoe sneller we er bij zijn, hoe groter de kans op succesvolle behandeling. De lichtste vorm van fecale incontinentie is het niet kunnen ophouden van winden. Dat klinkt heel banaal, maar als iemand daar regelmatig last van heeft, zou hij het probleem best eens bespreken met zijn huisarts.’
De algemene boodschap voor mensen met fecale incontinentie luidt alleszins: zoek hulp, want er is iets aan te doen.
‘Sommige mensen met nog veel prachtige jaren voor zich durven door fecale incontinentie hun huis niet meer uit. Ze verknoeien hun leven, gewoon omdat ze niet over hun probleem durven praten. Als je dan weet dat fecale incontinentie goed behandeld kan worden, is dat toch wel heel jammer’, vindt Vaneerdeweg.
