Acute leukemie
Acute versus chronische leukemie
Leukemie is een verzamelnaam voor een aantal beenmergkankers die gepaard gaan met een ontregelde groei van de witte bloedcellen. In het beenmerg worden de bloedcellen aangemaakt.
Bij acute leukemie ontspoort het rijpingsproces van de witte bloedcellen, waardoor op korte tijd grote hoeveelheden onrijpe bloedcellen gaan woekeren in het beenmerg. Die brengen de productie van de normale bloedcellen in het gedrang. De gevolgen zijn bloedarmoede - en daardoor een verminderde toevoer van zuurstof -, verhoogde gevoeligheid voor infecties, verstoorde bloedstolling en bloedingen. Vanuit het beenmerg verspreiden de onrijpe witte bloedcellen zich meestal naar het bloed en andere organen, zoals de lever, de milt en de lymfeklieren. Afhankelijk van het type witte bloedcel dat bij de ziekte betrokken is, wordt een onderscheid gemaakt tussen acute lymfatische leukemie (ALL) en acute myeloïde leukemie (AML).
'Chronische leukemie verloopt veel minder agressief. Bij die vormen volstaat vaak een behandeling met pillen en zonder hospitalisatie, of moet je de ziekte gewoon opvolgen', vergelijkt Berneman.
Behandeling acute leukemie
De dienst hematologie van het UZA behandelt adolescenten en volwassenen met acute leukemie. Zonder behandeling hebben ze gemiddeld maar twee tot drie maanden te leven. Die behandeling bestaat uit chemotherapie, eventueel aangevuld met een stamceltransplantatie.
'Met chemotherapie alleen bedraagt de genezingskans bij adolescenten en volwassenen 30 procent. Met een bijkomende transplantatie is dat 50 tot 60 procent. Maar niet iedereen komt hiervoor in aanmerking. Bij 60-plussers met AML is de genezingskans op lange termijn maar 10 tot 15 procent', weet Berneman.
De afgelopen vijftien jaar is de behandeling sterk verbeterd, zowel door nieuwe ontwikkelingen in de stamceltransplantatie als door de verbeterde ondersteunende therapie.
Berneman: 'Met behulp van aangepaste antibiotica en bloedproducten kunnen we veel problemen opvangen. Voor de bloedproducten kunnen we rekenen op het Bloedtransfusiecentrum (BTC), dat deze dagelijks aanlevert. Het is een luxe om dit centrum vlakbij te hebben.'
Intensief karakter behandeling
Leukemiepatiënten behandelen is een heel intensieve aangelegenheid, zowel wat middelen als personeel betreft. Er moet dag en nacht een hematoloog beschikbaar zijn die de toestand van de patiënt goed kan inschatten. Alle gehospitaliseerde patiënten met acute leukemie krijgen elke dag, dus ook in het weekend, een arts aan hun bed.
'De toestand van de patiënt is vaak heel broos. Indien nodig moet je snel reageren. Een ernstige bloeddrukdaling moet je bijvoorbeeld onmiddellijk kunnen behandelen, omdat die fataal kan zijn. Er wordt een grote inzet verwacht van de artsen', zegt Berneman.
Ook een ploeg van ervaren verpleegkundigen is een must. Berneman: 'Ook van hen wordt veel verwacht. Ze moeten vlot kunnen omspringen met de diverse types medicatie en behandeling. Vandaar volgen ze regelmatig bijscholing. Ook de omgang met patiënten die vaak vechten tegen de dood, vraagt een bijzondere ingesteldheid. De verpleegkundigen zien de patiënt het vaakst en moeten hem ook op moeilijke momenten moed kunnen inspreken.'
Multidisciplinaire samenwerking
Er wordt regelmatig een beroep gedaan op andere diensten, waaronder intensieve zorgen, longziekten en cardiologie. 'Maar het meest werken we samen met het klinisch laboratorium. Voor de diagnose kunnen we vertrouwen op de afdeling hematologie en hemostase. Zij bezorgen ons dagelijks bloedresultaten die nodig zijn om een behandeling te kunnen starten, als het moet ook 's nachts of in het weekend. Ze beschikken daarvoor over bijzondere apparatuur en expertise. Verder werken we nauw samen met de afdeling microbiologie', aldus Berneman.
Leukemie is een verzamelnaam voor een aantal beenmergkankers die gepaard gaan met een ontregelde groei van de witte bloedcellen. In het beenmerg worden de bloedcellen aangemaakt.
Bij acute leukemie ontspoort het rijpingsproces van de witte bloedcellen, waardoor op korte tijd grote hoeveelheden onrijpe bloedcellen gaan woekeren in het beenmerg. Die brengen de productie van de normale bloedcellen in het gedrang. De gevolgen zijn bloedarmoede - en daardoor een verminderde toevoer van zuurstof -, verhoogde gevoeligheid voor infecties, verstoorde bloedstolling en bloedingen. Vanuit het beenmerg verspreiden de onrijpe witte bloedcellen zich meestal naar het bloed en andere organen, zoals de lever, de milt en de lymfeklieren. Afhankelijk van het type witte bloedcel dat bij de ziekte betrokken is, wordt een onderscheid gemaakt tussen acute lymfatische leukemie (ALL) en acute myeloïde leukemie (AML).
'Chronische leukemie verloopt veel minder agressief. Bij die vormen volstaat vaak een behandeling met pillen en zonder hospitalisatie, of moet je de ziekte gewoon opvolgen', vergelijkt Berneman.
Behandeling acute leukemie
De dienst hematologie van het UZA behandelt adolescenten en volwassenen met acute leukemie. Zonder behandeling hebben ze gemiddeld maar twee tot drie maanden te leven. Die behandeling bestaat uit chemotherapie, eventueel aangevuld met een stamceltransplantatie.
'Met chemotherapie alleen bedraagt de genezingskans bij adolescenten en volwassenen 30 procent. Met een bijkomende transplantatie is dat 50 tot 60 procent. Maar niet iedereen komt hiervoor in aanmerking. Bij 60-plussers met AML is de genezingskans op lange termijn maar 10 tot 15 procent', weet Berneman.
De afgelopen vijftien jaar is de behandeling sterk verbeterd, zowel door nieuwe ontwikkelingen in de stamceltransplantatie als door de verbeterde ondersteunende therapie.
Berneman: 'Met behulp van aangepaste antibiotica en bloedproducten kunnen we veel problemen opvangen. Voor de bloedproducten kunnen we rekenen op het Bloedtransfusiecentrum (BTC), dat deze dagelijks aanlevert. Het is een luxe om dit centrum vlakbij te hebben.'
Intensief karakter behandeling
Leukemiepatiënten behandelen is een heel intensieve aangelegenheid, zowel wat middelen als personeel betreft. Er moet dag en nacht een hematoloog beschikbaar zijn die de toestand van de patiënt goed kan inschatten. Alle gehospitaliseerde patiënten met acute leukemie krijgen elke dag, dus ook in het weekend, een arts aan hun bed.
'De toestand van de patiënt is vaak heel broos. Indien nodig moet je snel reageren. Een ernstige bloeddrukdaling moet je bijvoorbeeld onmiddellijk kunnen behandelen, omdat die fataal kan zijn. Er wordt een grote inzet verwacht van de artsen', zegt Berneman.
Ook een ploeg van ervaren verpleegkundigen is een must. Berneman: 'Ook van hen wordt veel verwacht. Ze moeten vlot kunnen omspringen met de diverse types medicatie en behandeling. Vandaar volgen ze regelmatig bijscholing. Ook de omgang met patiënten die vaak vechten tegen de dood, vraagt een bijzondere ingesteldheid. De verpleegkundigen zien de patiënt het vaakst en moeten hem ook op moeilijke momenten moed kunnen inspreken.'
Multidisciplinaire samenwerking
Er wordt regelmatig een beroep gedaan op andere diensten, waaronder intensieve zorgen, longziekten en cardiologie. 'Maar het meest werken we samen met het klinisch laboratorium. Voor de diagnose kunnen we vertrouwen op de afdeling hematologie en hemostase. Zij bezorgen ons dagelijks bloedresultaten die nodig zijn om een behandeling te kunnen starten, als het moet ook 's nachts of in het weekend. Ze beschikken daarvoor over bijzondere apparatuur en expertise. Verder werken we nauw samen met de afdeling microbiologie', aldus Berneman.
Multiple myeloma (ziekte van Kahler)
Multiple myeloma, een kanker van de plasmacellen, is de tweede meest voorkomende bloedkanker. In Europa worden meer dan 80.000 mensen door deze ziekte getroffen. Het aantal patiënten beneden de 60 jaar stijgt en vormt vandaag de helft van de totale groep.
'We kunnen de ziekte niet genezen', zegt UZA-hematologe dr. Ann Van de Velde. 'Wel kunnen we vandaag therapieën aanbieden die levensverlengend zijn en de complicaties verminderen. Voor jongere patiënten bestaat deze behandeling uit chemotherapie en een autologe stamceltransplantatie (zie 'Stamceltransplantatie).'
Er zijn een aantal nieuwe therapieën met onder meer immunomodulatoren (medicijnen die op het afweersysteem inwerken). Deze zorgen voor een langere overlevingsduur en een betere levenskwaliteit en hebben zo het perspectief voor deze patiënten totaal veranderd.
'Op termijn hopen we patiënten te kunnen helpen met actieve immunotherapie, een behandelingsvorm waarbij het afweersysteem wordt aangewakkerd om de kankercellen te vernietigen. Onze dienst hoopt dat de ziekte door verder onderzoek beter bestudeerd en begrepen kan worden, zodat de medische wereld de nodige hulpmiddelen kan aanwenden om er een chronische, controleerbare conditie van te maken', besluit Van de Velde.
Er zijn een aantal nieuwe therapieën met onder meer immunomodulatoren (medicijnen die op het afweersysteem inwerken). Deze zorgen voor een langere overlevingsduur en een betere levenskwaliteit en hebben zo het perspectief voor deze patiënten totaal veranderd.
'Op termijn hopen we patiënten te kunnen helpen met actieve immunotherapie, een behandelingsvorm waarbij het afweersysteem wordt aangewakkerd om de kankercellen te vernietigen. Onze dienst hoopt dat de ziekte door verder onderzoek beter bestudeerd en begrepen kan worden, zodat de medische wereld de nodige hulpmiddelen kan aanwenden om er een chronische, controleerbare conditie van te maken', besluit Van de Velde.
Lymfeklierkanker
De meest voorkomende hematologische kankers zijn de lymfeklierkankers of lymfomen. Ze worden ingedeeld in Hodgkin- en non-Hodgkin-lymfomen. Bij de Hodgkin-lymfomen, die vooral jonge mensen treffen, is een specifiek type kankercel aanwezig.
In de behandeling is de afgelopen jaren een grote vooruitgang geboekt. Om te beginnen kunnen een aantal patiënten bij wie de kanker terugkeert, behandeld worden met een autologe stamceltransplantatie. Na een eerste reeks chemokuren worden dan eigen stamcellen afgenomen, die na een tweede, veel zwaardere behandeling met chemotherapie, opnieuw worden toegediend. Deze therapie blijkt vooral succesvol bij hervallen agressieve non-Hodgkin-lymfomen en hervallen Hodgkin-lymfomen.
Een tweede evolutie is de behandeling van bepaalde niet-Hodgkin-lymfomen (folliculaire lymfomen en diffuse grootcellige lymfomen) met monoclonale antilichamen. Dat zijn in het labo aangemaakte antilichamen die de kankercellen rechtstreeks aanvallen.
'Deze therapie bevordert zowel het aantal genezingen als de overleving. Een grote vooruitgang, zeker als je bedenkt dat we in het verleden onvoldoende konden ondernemen tegen folliculaire lymfomen. Binnen de behandeling van hematologische kankers is dit veruit de grootste verwezenlijking van de afgelopen jaren', zegt prof. dr. Zwi Berneman.
In de behandeling is de afgelopen jaren een grote vooruitgang geboekt. Om te beginnen kunnen een aantal patiënten bij wie de kanker terugkeert, behandeld worden met een autologe stamceltransplantatie. Na een eerste reeks chemokuren worden dan eigen stamcellen afgenomen, die na een tweede, veel zwaardere behandeling met chemotherapie, opnieuw worden toegediend. Deze therapie blijkt vooral succesvol bij hervallen agressieve non-Hodgkin-lymfomen en hervallen Hodgkin-lymfomen.
Een tweede evolutie is de behandeling van bepaalde niet-Hodgkin-lymfomen (folliculaire lymfomen en diffuse grootcellige lymfomen) met monoclonale antilichamen. Dat zijn in het labo aangemaakte antilichamen die de kankercellen rechtstreeks aanvallen.
'Deze therapie bevordert zowel het aantal genezingen als de overleving. Een grote vooruitgang, zeker als je bedenkt dat we in het verleden onvoldoende konden ondernemen tegen folliculaire lymfomen. Binnen de behandeling van hematologische kankers is dit veruit de grootste verwezenlijking van de afgelopen jaren', zegt prof. dr. Zwi Berneman.
