Aanhoudend luid snurken niet onschuldig

De oorzaak van deze problemen situeert zich ter hoogte van de neus-keelholte. Snurken wordt veroorzaakt door het trillen van de slijmvliezen in de keelholte. Adempauzes worden veroorzaakt door het gedeeltelijk of volledig dichtklappen van de keelholte tijdens de slaap. Onderliggende afwijkingen die aan de basis liggen van dit probleem, kunnen worden opgespoord en zo nodig gecorrigeerd door de neus-keel-oorarts.

Bij het slapen ontspannen onze spieren, ook die van de keelholte. Hierdoor vernauwt de keelholte en moet de luchtstroom veel sneller door de keelholte om een normaal ademhalingspatroon te behouden. Als de keelholte te nauw wordt, ontstaan turbulenties, te vergelijken met het klapperen van een vlag in de wind. In de keelholte trillen de slijmvliezen van de huig, het weke verhemelte en de zijwanden van de keelholte. Bij 20% van de patiënten met aanhoudend luid snurken, is er een verdere vernauwing van de keelholte en kan de patiënt zijn normale ademhaling niet behouden. We spreken dan van hypopneu en bij volledig toeklappen van de keelholte treedt een apneu op.

Correcte diagnose: NKO- en slaaponderzoek

Wanneer een patiënt zich op de NKO-raadpleging aanbiedt, is het vaak omdat het snurken zo storend is geworden dat slapen voor de partner zeer moeilijk of vrijwel onmogelijk wordt. We spreken dan van "sociaal storend snurken". Vaak hebben patiënten ook nog andere klachten zoals slaperigheid overdag, concentratieproblemen of neusverstopping. Op basis van het gesprek met de patiënt wordt de ernst van het klachtenpatroon in kaart gebracht. De partner kan hierbij vaak erg waardevolle informatie verschaffen.
Nadien wordt de neus-keelholte onderzocht op afwijkingen die een rol kunnen spelen in het ontstaan van het klachtenpatroon zoals een dikke en gezwollen huig, een forse tong, vergroting van de keelamandelen of een abnormale verhouding tussen onder- en bovenkaak. Alvorens een specifieke behandeling voor te stellen, wordt de patiënt verwezen naar het slaapcentrum voor een slaaponderzoek. Enkel op basis van die informatie kan de ware ernst van de ademhalingsbeperking correct worden beoordeeld en een onderscheid gemaakt worden tussen een "eenvoudig snurkprobleem" en "slaapapneusyndroom".

Kijken tijdens artificiële slaap

Bij een aantal patiënten wordt het NKO-onderzoek ook aangevuld met een zogenaamde "slaapendoscopie". Hierbij wordt de patiënt in de operatiekamer onder sedatie gebracht door de anesthesist. Wanneer de patiënt dan begint te snurken of adempauzes doet, kan de arts met een kleine camera die in de keelholte wordt gebracht, precies de plaats van het gebeuren lokaliseren.

Behandeling: advies van de NKO-arts.

'Zowel voor snurken als slaapapneu beschikken we momenteel over verschillende behandelingsmogelijkheden', legt professor An Boudewyns, adjunct kliniekhoofd NKO, uit. Als snurken geen medische gevolgen heeft voor de patiënt, dan hangt de noodzaak tot behandelen af van de klachten van de partner. Dat ligt anders wanneer snurken gepaard gaat met een gestoord slaappatroon, met slaperigheid overdag of met slaapapneu.
'Zowel bij snurken als bij slaapapneu krijgt de patiënt altijd levensstijladvies. We bespreken of gewichtsverlies, rookstop en aanpassing van het medicatiegebruik de symptomen kunnen verlichten.

Anti-snurkoperaties

Voor snurkers bestaan er verschillende mogelijkheden om de snurkintensiteit te verminderen. Zo kan men een beroep doen op radiofrequentieablatie van het verhemelte. Die behandeling heeft tot doel het volume van het verhemelte te verkleinen en het verhemelte te verstevigen zodat er minder trillingen optreden. Het gaat om een eenvoudige ingreep die gebeurt onder lokale verdoving'. Enkele jaren geleden organiseerd de dienst NKO van het UZA een grote studie in verschillende Europese centra om het effect van deze behandeling te beoordelen. Met deze behandeling kunnen vooral de eenvoudige snurkers geholpen worden. Daarnaast bestaan er nog andere ambulante ingrepen die gebeuren onder plaatselijke verdoving en tot doel hebben de slijmvliezen korter en stijver te laten worden zodat er minder trillingen ontstaan. Een zeer effectieve behandelingsmethode voor snurken en lichte vormen van slaapapneu, is de uvulopalatopharyngoplastie (UPPP). Deze operatie gebeurt onder algemene narcose en vergroot de keelholte door een soort lifting van het slijmvlies.

Mondprothesen

Een andere mogelijkheid is een mondprothese die tijdens de slaap de onderkaak stabiliseert en de keelholte openhoudt. Voor de aanpassing van dergelijke mondprothesen, wordt in het UZA nauw samengewerkt met de dienst tandheelkunde onder leiding van prof. dr. M. Braem.

Heelkunde voor slaapapneu als CPAP niet werkt

Bij patiënten met matig tot ernstig slaapapneu staat continue positieve druk (CPAP) bovenaan de behandelingslijst. Bij deze behandeling wordt gewone kamerlucht met lichte overdruk via een masker, door de neus in de luchtweg geblazen. Deze overdruk, die iets hoger is dan de luchtdruk, voorkomt dat de luchtweg afsluit en/of dat de patiënt nog snurkt. Het toestel is een hulpmiddel in een behandeling op lange termijn. Wanneer een patiënt meer dan 20 adempauzes heeft per uur slaap en daardoor ook een gestoord slaappatroon heeft, wordt deze behandeling in België terugbetaald door het RIZIV. CPAP is momenteel veruit de meest toegepaste en meest efficiënte behandelingsmethode voor slaapapneu. Verschillende studies hebben aangetoond dat de negatieve gevolgen van slaapapneu (slaperigheid, concentratieproblemen, verhoogd risico op hart- en vaatziekten enz.) omkeerbaar zijn wanneer de patiënt een voldoende aantal uren per nacht met zijn CPAP-toestel slaapt.
Wanneer deze behandeling door de patiënt niet wordt verdragen of om andere redenen mislukt, kan een heelkundige behandeling of de aanpassing van een mondprothese overwogen worden. Ook in deze gevallen wordt de patiënt naar de neus-keel-oorarts verwezen. De heelkundige behandeling van het slaapapneusyndroom is doorgaans complexer omdat de keelholte zich vaak op meerdere plaatsen afsluit (bv. ter hoogte van het verhemelte maar ook op niveau van de tongbasis).
De laatste jaren werden in het UZA verschillende technieken op punt gesteld die toelaten om de plaats van afsluiting en ook de mate waarin dit gebeurt (collapsibiliteit) te bepalen. Een van die technieken is de "slaapendoscopie" die al werd besproken.
Het toepassen van deze technieken bij de aanpak van een individuele patiënt betekent een belangrijke meerwaarde en laat toe om preciezer te voorspellen wat de meest geschikte behandeling (heelkunde of door middel van een mondprothese) is voor een bepaalde patiënt. Daarnaast wordt volop onderzoek gedaan naar innovatieve heelkundige technieken om patiënten met het slaapapneusyndroom een volwaardig alternatief te kunnen bieden voor CPAP-therapie. Er wordt vooral gezocht naar efficiënte methoden om te voorkomen dat de keelholte blokkeert op het niveau van de tongbasis.

Multidisciplinaire aanpak

'Belangrijk is dat er een multidisciplinaire aanpak is', besluit Boudewyns. 'Kampt de patiënt met andere aandoeningen die met het slaapprobleem te maken hebben zoals astma, stress of het syndroom van rusteloze benen, dan is een multidisciplinaire benadering nodig en wordt ook een longarts, neuroloog of psychiater bij de behandeling betrokken.'
Ook voor patiënten bij wie een CPAP-behandeling faalt, is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk. Daarom is er in het slaapcentrum van het UZA op regelmatig een overleg tussen de artsen van de verschillende specialismen die bij deze problemen betrokken zijn.